zaterdag 13 juni 2020

Column - Beeldenstorm

Rixt van 't Oerd

Ameland staat niet buiten de geschiedenis, Ameland is onderdeel van de grote wereld.

Met alle berichten op televisie en artikelen in de krant over protesten tegen racisme, zien we dat pijlen worden gericht op vertegenwoordigers van een tijd die Nederland wat gebracht heeft. Grote mannen en vrouwen (meest mannen trouwens) die aan de basis staan van wetenschap, rijkdom en ondernemerszin. Wat we wel wisten maar selectief vergaten waren de rafelrandjes bij onderwerpen als kolonialisme, welvaart en handel, bij tot slaaf gemaakten, diamanten en kruidnagels. Zwarte bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis waren jaren, soms eeuwenlang, omgevouwen zodat de aandacht ging naar de positieve bijdrage die de held had geleverd.
Het brengt ons bij de hedendaagse verkettering, bekladding en beeldenstorm.

Kardinaal de Jong
Ameland heeft ook een paar standbeelden. Hoe zit het met die figuren? Moeten we te hoop lopen en ze van de sokkel trekken? Dacht het niet, maar laten we de grote vier van Ameland toch eens nader beschouwen: Rixt, De Jong, Dijkwachters en Kat.
Rixt is eigenlijk een stakker, een stumper met een standbeeld. Ze was vooral slachtoffer van haar eigen waanzin. Het maakte haar geen moer uit wat voor etnische achtergrond de mannen hadden die voor de kust voeren en die zij op de klippen liet lopen. Het ging haar zonder een enkele racistische bijgedachte om de buit. Ze was een piraat zonder aanzien des persoons. Rixt mag blijven staan.

Dijkwachters
Dan Jan de Jong, de kardinaal. Die deugde, kunnen we toch zeggen, al zal de bezetter daar anders over hebben gedacht. Die vond De Jong maar een lastpak, maar in de vaderlandse geschiedenis staat de kardinaal aan de goede kant. Voor dat beeld geen rode verfbom. Kardinaal de Jong mag blijven staan.


De Dijkwachters in de Ballumerbocht hebben we ook nog. Daar is geen kwaad woord over te zeggen. Die bewaken ons eiland.

Hidde Kat
Dat brengt ons bij nummer vier, het beeld van walvisvaarder Hidde Dirks Kat. En nu gaat het etteren. Kat harpoeneerde niet alleen weet ik hoeveel Groenlandse walvissen en stond aan de basis van uitroeiing van deze soort, maar veel erger: hij noemde de Eskimo’s ‘wilden’. Weliswaar vond hij het lieve wilden; ze hadden hem per slot van de bevriezingsdood gered, onderdak geboden en zeehondensoep te eten gegeven waardoor hij overleefde en terug kon komen bij zijn geliefde Jantje, maar het waren in zijn ogen ‘wilden’. Kat was een racist, kunnen we nu wel stellen en daar zitten we maar mooi mee. Misschien moeten we het maar niet hardop zeggen en waait de beeldenstorm aan zijn beeld voorbij. Hopelijk houden we op Ameland het hoofd koel en wordt er geen geschiedenis gewist. Laat oom Hidde maar lekker staan. De schrik dat we een racist in ons midden hebben schreeuwt om troostvoedsel. Doe mij maar een jodekoek met negerzoen na.


Jeanet de Jong




Geen opmerkingen:

Een reactie posten