maandag 25 september 2017

Column - Tijd

MALAUCÈNE - Drie weken van het eiland af; het is prachtig. Je ziet nieuwe vergezichten, doet inspiratie op aan wat de natuur of anderen hebben gefabriceerd en je spreekt nieuwe mensen. Zoals madame Suzanne. Zij is geboren op de ferme waar nu haar zoon met zijn gezin woont en zij heeft zich teruggetrokken in een petite onderkomen achter het huis. Ook vertelde ze dat ze jaren in Avignon had gewoon met haar mari, teruggekeerd was naar haar geboortegrond, gescheiden (mari was er met een andere vrouw vandoor gegaan) en nu op de plek woont waar zij als klein meisje met de geiten speelde en paard reed.


Madame beheert de vijf huisjes op het terrein en ze komt om de toeristenbelasting te innen (70 cent per persoon per nacht). Het duurt even voor ze doorheeft dat we precies weten waarvoor ze komt. Wij verhuren ook twee appartementen, proberen we in ons beste Frans en wij innen net als u toeristenbelasting. Madame bracht een fles witte wijn van een plaatselijk wijnhuis en een fles zelfgemaakte abrikozensap voor ons mee. Ze had met ons te doen, want het weer was lang niet altijd mooi geweest tijdens onze drie weken. Een koude mistral joeg ons regelmatig het huisje in en dat was niet wat we voor ogen hadden. Harde wind hebben we thuis ook. Nee, wij gingen naar de Provence voor de omgeving en het zonnetje. De omgeving lag voor ons klaar en de dagen dat de mistral zich koest hield, de zon er wel was en de temperatuur dik boven de 20 graden steeg, pakten we onze boeken en legden de beentjes in de zon. ‘Ik Jan Cremer’ en ‘Heren van de thee’ zijn er doorgegaan en nog een paar werken uit een serie ‘wereldliteratuur’ die we ooit eens hadden aangeschaft en sindsdien op de plank stond te vergelen. Dat is vakantie. Zo wilden we het hebben.

We legden madame Suzanne uit waar wij vandaan kwamen, het noordelijkste puntje van Nederland en dan ook nog van een eiland. Hoe groot dat dan is, hoeveel mensen er wonen, hoe je er komt en of wij daar ook werken. Madame had geen idee dat Nederland eilanden heeft en wist al helemaal niets van Ameland. Ze vond het interessant en wilde er alles van weten. Daarna benadrukte madame nog maar eens hoe tant pis ze het vond dat we het niet met het weer hadden getroffen. Niets aan te doen, we hebben het desalniettemin fijn gehad, zeiden wij. In mijn mailbox had ik net een bericht gezien van een trouwe gast die in een van onze appartementen had gezeten. Ook zij had het deze keer niet zo mooi gehad. “Heel anders dan vorig jaar”, schreef ze. Bovendien had ze iets op de inductiekookplaat laten vallen, zodat die nu helemaal stuk is. Een pechvakantie, was het geweest, met storm en harde wind.

Intussen zijn wij alweer aan het inpakken. Het is tijd om naar huis te gaan en daar de situatie eens in ogenschouw te nemen. Met het afhalen van het bed komt er een enorme, maar dan ook echt een joekel, van een spin onder het onderlaken vandaan. Ze kruipt vliegensvlug achter het matras en onder het bed. Ik schrik en gruw: “Het is nou ècht tie'd om naar huus te gaan!”

Jeanet F. de Jong

vrijdag 15 september 2017

Column - Barbecue

Op vakantie in de Provence maken we met de auto een uitstap naar de Montagne de Lure en pakken een paar cols mee. De weg naar Signal de Lure en de route door de Passe de la Graille brengt ons op 1826 meter hoogte. Daar kijken we uit over de bergen en zien in de verte besneeuwde toppen. Onderweg stoppen we verschillende keren om even de benen te strekken en om een blik op het fenomenale uitzicht te werpen. Hier geen duinbogen maar bergkammen en geen helm maar tientallen meters hoge dennenbomen van verschillende soorten.

Op een van de benenstrek- en uitkijkplaatsen staan twee betonnen picknicktafels met banken. Ze zijn op de rand van een hoogte opgesteld met blik op een diep dal. Een uitgelezen plek om van je bammetje te peuzelen. Bij het uitstappen uit de auto zien we een zwarte plek in het gruis. “Hé, ze hebben hier gebarbecued,” zeg ik tegen C, bij het zien van roetzwarte stenen en zand. Dat lijkt ons ook wel wat, al is een barbecue in de natuur niet aan te bevelen vanwege het bosbrand gevaar. Hier was de plek open, zodat het met het overschieten van vuur naar bomen niet zo’n vaart zou lopen. De vuurresten liggen precies tussen de twee picknicktafels in. Bij het naderen van de zwarte vlek zien we de vorm van de vuurplek. Die is niet rond, maar rechthoekig. Hij is niet compact maar uitgestrekt. Het is een rechthoek van een dikke twee meter bij iets meer dan vier meter en als we dichtbij komen ontwaren we metaalresten in het middenvlak en zien we de contouren van een auto. Middenvoor ligt een merkplaatje met nog duidelijk zichtbaar de naam Dacia. Hier stond nog niet zo lang geleden een auto die volledig in vlammen op ging.


De aanblik van de rampplek doet allerlei gedachten opborrelen. Wat is hier gebeurd? Was het een criminele afrekening, sporen uitwisactie of een wanhoopsdaad? Onze buitenstaanderskennis via CSI en Flikken laat legio scenario’s opdoemen. Met rillingen over de rug stappen we in onze Renault en zetten we de wonderschone route voort. Barbecueën doen we volgend jaar thuis wel weer.


Jeanet F. de Jong

zondag 10 september 2017

Column - Vakantie

MALAUCÈNE - We zijn even van het eiland af, C en ik, en zitten in de Provence. Vakantietijd is tijd voor pierewaaien, een pingpongetje slaan, een rondje zwemmen en uitstapjes maken in een nieuwe omgeving. Het is ook de tijd van het bezoeken van markten en van het inkopen van streekproducten zoals de lekkerste vruchten, heerlijkste kaasjes, smakelijkste paddenstoelen en fruitigste wijnen.

Tijdens de vakantie neem je ook tijd voor dingen die er thuis meestal bij blijven, zoals drentelen door een dorp en winkeltjes bekijken. De dag dat we naar Vaison-la-Romaine gaan en daar over de keien wandelen is het warm. Thuis regent en waait het, zagen we op het online NOS-Journaal. Wij zitten in het zuiden van Frankrijk, in de streek waar iets meer dan 125 jaar geleden Vincent van Gogh zijn landschappen met boerenwagens, Provençaalse boerderijen en zonnebloemen schilderde. Ons verblijf staat zo’n 170 kilometer boven Marseille; we schurken tegen de warmte van de Côte d'Azur aan.

“Ik heb zin in een ijsje”, zeg ik tegen C. We lopen kris kras door het oude stadje en komen op een plein met fonteinen, omzoomd door bomen. De platanen zijn als paraplus voor de vele terrassen die rondom het plein hun tafeltjes en stoeltjes uitnodigend hebben uitgestald. Een van de eerste terrassen is die van Léone, Artisan Glacier en Salon de Thé. De tafeltjes zijn bezet door vrienden en vriendinnen met bloemversierde hoeden, damesclubjes en enkele verdwaalde Nederlandse toeristen. Hier halen we een ijsje, al kun je dat ‘je’ er rustig af laten. Een superijsco van een ‘artisan glacier', ambachtelijke ijscoboer, zeg maar.

Er is nog net een tafeltje voor twee vrij en die is voor ons. De kaart laat een serie lekkernijen zien die het water in je mond doet lopen. Na wikken en wegen kies ik voor ‘La nouvelle voyageuse’ en C voor vanille- en karamelijs met warme chocoladesaus. Die nouvelle voyageuse, specialiteit van het huis, bestaat uit kokosijs, sorbet kibana, passievrucht, ananassap, verse banaan en kiwi, framboosjes, blauwe bessen, stervruchten, rode bessen, een kleine meringue, flinterdunne suikerdraadjes als suikerdecoratie, een wafel en een chocolaatje. Alles huisgemaakt. Geserveerd in een reuzencoupe op wel 20 centimeter hoge poot, met een rietje en lepeltje op lange steel. Vakantie!!!

Jeanet F. de Jong