Posts tonen met het label Trioleren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Trioleren. Alle posts tonen

zaterdag 1 augustus 2026

Column - Trioleren

Dit weekend zit ik in het centrum van de provincie, in Oudega. Nog nooit geweest en je komt er maar moeizaam met het openbaar vervoer: bus, boot, bus, trein, bus en dan als laatste nog een belbus, die je afzet aan de oever van een grote plas, terwijl de kampeerboerderij aan de andere kant van het meer staat. Er zijn gelukkig altijd wel mensen die daar met de auto heengaan - daar is in dit geval een trekharmonica weekend - en die je willen oppikken. Mijn ov-reis eindigde voor het station van Heerenveen, op de uitkijk naar een donkergrijze Opel. Nu heb ik geen kijk op automerken, maar met donkergrijs kan ik wel uit de voeten. En zo belandde ik in Oudega.

Vijftien gevorderde speelmannen en speelvrouwen trokken in De Kern hun Serenellini’s, Martinali’s en Castagnari’s uit rugtassen en harmonicakoffers om onder leiding van M en W en H mooie stukken in te studeren en nieuwe vaardigheden te leren en lekker te eten. Ik heb mijn Hohner goudbrand mee, een oud instrument, waarschijnlijk al vijfdehands. Ik kocht hem driekwart jaar geleden voor een paar centen van een speelman die al zijn trekzakken wegdeed. Dat doen mensen soms, niet omdat ze niet meer willen, maar omdat het spelen niet meer gaat vanwege parkinson, reumatiek of dove oren.

De goudbrand is een eenvoudige trekharmonica met een karakteristiek Hohner geluid. Is dit nu mijn lievelingsinstrument? Dat weet ik niet zo goed. Wel ben ik er gek op, vanwege zijn stemming, bijzondere kwaliteiten en gezellige geluid. Ik ben ook gek op mijn grote Serenellini CF. Het is het eerste instrument dat ik spiksplinternieuw in De Wilp kocht en hij is nog altijd prachtig. Wel is een van de schouderriemen aangevreten door het konijntje dat dochter C op haar verjaardag had gekregen. We woonden toen net weer op het eiland, tijdelijk in een klein huisje en de kooi van het dier besloeg een kwart van het kamertje. Mijn toen nog nieuwe Serenellini stond iets te dichtbij de kooi en op een dag knaagde het konijn dwars door mijn schouderband. Ik heb er inmiddels een kleurig borduurseltje op gemaakt, dat me altijd aan dat konijntje herinnert. Het diertje kwam naar aan zijn einde; hij werd door een hondje van een van de gasten uit zijn kooi gejaagd, die toen inmiddels buiten op het grasveld stond, en dood gebeten. Zelfs het beroemde “Dat doet hij anders nooit” kwam niet over de lippen van het hondenbaasje. Ze ontkende glashard.

Naast die Serenellini heb ik nog een instrument die gebouwd is door Karel van der Leeuw. Ook prachtig, met soepele messing knoppen die door intensief spelen steeds mooier gaan glimmen en met een mooie heldere klank. En dan heb ik nog een Bretonse, een Bernard Loffet. Al zo mooi. Allemaal anders en allemaal om te zoenen. Dat Hohnertje doet het trouwens uitstekend tussen al die grote merken: hij klinkt er met gemak bovenuit. Ik hou me dus maar wat in, behalve gisteravond, toen de workshop gedaan was en we nog uren samen speelden. Het begon met Tripping Upstairs, dat ik vlot met de docenten M en W mee kon spelen. Daarna zette ik de Wals van Terschelling in, een stuk dat lijkt gemaakt voor de Hohner goudbrand. In november speel ik dat samen met Jacqueline Edeling in onze voorstelling De Groene Harmonica. Mis die voorstelling niet, want die is me een partij leuk! We spelen hem op 7 en 8 november drie keer.

De bedoeling van een workshop weekend is dat je nieuwe kennis en vaardigheden opdoet. Gisteren hebben we leren trioleren, triolen spelen waar die in de muziek niet staan, maar waar het wel heel leuk en versierd klinkt. Een triool, drie nootjes op één tel: het is een vermaak. En zo is het weekend al een succes, omdat we hebben leren trioleren.


Jeanet de Jong