zondag 16 augustus 2026

Column - Gratuit en granfalloon

Granfalloon, kennen jullie dat begrip, mensen? Ik kende het niet, maar leerde het woensdagavond 12 augustus, zittend in het zand naast de duinovergang bij Dolly Uut. Het was de avond van de zonsverduistering en die wilden we natuurlijk niet missen. Mijn huishouding is wat chaotisch, maar waar de eclipsbril was wist ik zonder aarzelen. Hij ligt daar namelijk al 27 jaar, is een paar keer meeverhuisd en opnieuw in het laatje van de kast van Ome Sietze en Tante Eeke beland. Die kast is al jaren van mij en kwam op mijn pad toen Ome Sietze en Tante Eeke naar De Stelp verhuisden en zij er in hun kamer daar geen plek voor hadden. De eclipsbril stamt uit 1999, toen er ook een zonsverduistering in Nederland te zien was. Ik heb hem gebruikt in Kloosterburen, zittend op de put met dochter C, kijkend naar de maan die voor de zon schoof. “Over 55 jaar,” appte ik haar woensdag, “als jij 86 bent, kun je hem opnieuw gebruiken." Goed bewaren dus, hij ligt op dezelfde plek in hetzelfde laatje van diezelfde kast.

Die woensdagavond liep ik op de Badweg op met A. Zij had een wandelingetje met de hond in de planning en had geen bril, vergiet, camera obscura, lasbril of cd mee om het moment suprème veilig te kunnen bekijken. We liepen samen de strandopgang op en ploften in het zand. Er zaten veel mensen, niet zoveel als bij Sjoerd, maar het was toch een behoorlijke groep. Naast ons zaten twee vrouwen te experimenten met hun camera’s. Achter ons zette zich een gezin van vader, moeder, drie kinderen en een hond in het zand. We hadden over en weer wat contact, er was een soort opgewonden en verwachtingsvolle stemming en mijn eclipsbril ging van hand tot hand. “Dit is nou een granfalloon”, zei A. “Een wat?” vroeg ik. Het blijkt een groep mensen te zijn die tijdelijk in dezelfde situatie zitten en daardoor verbonden lijken. Thuis raadpleegde ik de Wikipedia. ‘Een granfalloon is een sociale groep mensen die kiezen voor of aanspraak maken op een gedeelde identiteit of doel, maar waarvan de onderlinge vereniging betekenisloos is. Het begrip is afkomstig van uit de roman Cat’s Cradle, vertaald als 'Geen kind en geen wieg', van Kurt Vonnegut uit 1963.’
Ik had er nog nooit van gehoord en zo heb ik, terwijl de zon aan het verduisteren was, weer iets geleerd.

De groep ‘Wij zijn de Wadden' is geen granfalloon, want ze hebben een gezamenlijk doel én een betekenisvolle vereniging. Tienduizenden mensen hebben hun handtekening al gezet en het aantal loopt nog steeds op. En toch is het jammer dat het voor velen zo’n gratuite krabbel is, dat de handtekening vrijblijvend is. Wie tekent, tekent voor zijn liefde voor de Wadden, een liefde waarin hij zich niet wil laten beknotten door meer regels en verboden. Dat betekent ook dat je zorgdraagt voor de Wadden. En daar blijkt de handtekening vaak gratuit.


Heel dichtbij huis, op de strandovergang bij Dolly Uut breken vlak voor de eclips hele gezinnen door de takkenschermen, een gapend gat in de lijn van zandvangers achterlatend.
Vandaag, zondag, was ik weer zwemmen en het was heerlijk. Terug bij mijn fiets zag ik een stukje piepschuim liggen langs het schelpenpad. “Maar even opruimen”, dacht ik, want piepschuim verkruimelt in bolletjes en vogels pikken die bolletjes op en sterven de hongerdood met een maag vol styropor.
Vervolgens zag ik onder de afvalbak twee peuken liggen. Die heb ik ook maar even opgeruimd. En toen keek ik naar de picknickbank naast de prullenbak. Meer dan twintig peuken heb ik geraapt, waarvan één een anderhalf centimeter lang zwart schroeispoor had achtergelaten in het verdorde gras. De Tonneduinen zijn door het oog van de naald gekropen.

Zorg, oplettendheid en liefde voor de Wadden zouden de basis moeten zijn van Wij zijn de Wadden, want als je op alle fronten, in het groot en in het klein, zelf goed voor je leefomgeving en je vakantiegebied zorgt, heb je een stevige basis om gebiedsverboden af te wenden.


Laat de onderlinge vereniging niet betekenisloos zijn. Een granfalloon vormen we wel weer voor het ijsloket of bij de kassa. Of bij de volgende zonsverduistering, naast de strandopgang bij Dolly Uut. Als die er dan nog is.

Jeanet de Jong

dinsdag 11 augustus 2026

De Groene Harmonica

We tellen af, nog 88 dagen en dan spelen we - Jacqueline Edeling en ik, Jeanet de Jong - De Groene Harmonica in de Herenwegkerk in Hollum.

De Groene Harmonica

Een muzikale wereldgeschiedenis


Met Jacqueline Edeling op bandoneon, trekharmonica en accordeon en Jeanet de Jong als verteller en op trekharmonica.


We volgen de Italiaanse harmonica vanaf het moment dat de harmonicabouwer de walnotenhouten kast groen lakt en erop gaat spelen, tot aan het dramatische einde van het instrument. De groene harmonica gaat van hand tot hand en maakt honderd jaar wereldgeschiedenis mee, beginnend op Sicilië en eindigend in de nieuwe wereld. Levenslessen, menselijke verhoudingen, pioniers in Amerika, immigranten, Piazzolla, ’Het Ierse uur’ en de eigenaardigheden van een trekharmonica: het komt allemaal tragikomisch voorbij, met kruisverbanden tussen heden en verleden. De Groene Harmonica is een voorstellingen om bij te lachen, af en toe te gruwen of zuchten en om te genieten van geweldige muziek.


Verteller Jeanet de Jong rijgt de belevenissen aaneen tot een snoer van sterke verhalen, met de harmonica in de hoofdrol. 

Speelvrouw Jacqueline Edeling vertolkt de muzikale parels aan die ketting. De mooiste muziekstukken komen voorbij: lyrische, melancholische, dramatische en dartele, volksmuziek, klassiekers en eigen composities. Samen vertellen ze het bijzondere verhaal van de groene harmonica; hoe het begon, hoe het verder ging en hoe het eindigde. 


7 november 2026 20.00 uur 

8 november 2026 14.30 uur

8 november 2026 20.00 uur

in de Herenwegkerk in Hollum

Kaarten à € 12,50 zijn te bestellen via VVV Ameland, contant entree betalen aan de deur kan ook. 

Zie ook 

www.jacqueline-edeling.nl

www.eilandvanverhalen.nl





zaterdag 1 augustus 2026

Column - Trioleren

Dit weekend zit ik in het centrum van de provincie, in Oudega. Nog nooit geweest en je komt er maar moeizaam met het openbaar vervoer: bus, boot, bus, trein, bus en dan als laatste nog een belbus, die je afzet aan de oever van een grote plas, terwijl de kampeerboerderij aan de andere kant van het meer staat. Er zijn gelukkig altijd wel mensen die daar met de auto heengaan - daar is in dit geval een trekharmonica weekend - en die je willen oppikken. Mijn ov-reis eindigde voor het station van Heerenveen, op de uitkijk naar een donkergrijze Opel. Nu heb ik geen kijk op automerken, maar met donkergrijs kan ik wel uit de voeten. En zo belandde ik in Oudega.

Vijftien gevorderde speelmannen en speelvrouwen trokken in De Kern hun Serenellini’s, Martinali’s en Castagnari’s uit rugtassen en harmonicakoffers om onder leiding van M en W en H mooie stukken in te studeren en nieuwe vaardigheden te leren en lekker te eten. Ik heb mijn Hohner goudbrand mee (vanwege de gedraaide vijf knop binnenrij), een oud instrument, waarschijnlijk al vijfdehands. Ik kocht hem driekwart jaar geleden voor een paar centen van een speelman die al zijn trekzakken wegdeed. Dat doen mensen soms, niet omdat ze niet meer willen, maar omdat het spelen niet meer gaat vanwege parkinson, reumatiek of dove oren.


De goudbrand is een eenvoudige trekharmonica met een karakteristiek Hohner geluid. Is dit nu mijn lievelingsinstrument? Dat weet ik niet zo goed. Wel ben ik er gek op, vanwege zijn stemming, bijzondere kwaliteiten en gezellige geluid. Ik ben ook gek op mijn grote Serenellini CF. Het is het eerste instrument dat ik spiksplinternieuw in De Wilp kocht en hij is nog altijd prachtig. Wel is een van de schouderriemen aangevreten door het konijntje dat dochter C op haar verjaardag had gekregen. We woonden toen net weer op het eiland, tijdelijk in een klein huisje en de kooi van het dier besloeg een kwart van het kamertje. Mijn toen nog nieuwe Serenellini stond iets te dichtbij de kooi en op een dag knaagde het konijn dwars door mijn schouderband. Ik heb er inmiddels een kleurig borduurseltje op gemaakt, dat me altijd aan dat konijntje herinnert. Het diertje kwam naar aan zijn einde; hij werd door een hondje van een van de gasten uit zijn kooi gejaagd, die toen inmiddels buiten op het grasveld stond, en dood gebeten. Zelfs het beroemde “Dat doet hij anders nooit” kwam niet over de lippen van het hondenbaasje. Ze ontkende glashard.

Naast die Serenellini heb ik nog een instrument dat gebouwd is door Karel van der Leeuw. Ook prachtig, met soepele messing knoppen die door intensief spelen steeds mooier gaan glimmen en met een mooie heldere klank. En dan heb ik nog een Bretonse, een Bernard Loffet. Al zo mooi. Allemaal anders en allemaal om te zoenen. Dat Hohnertje doet het trouwens uitstekend tussen al die grote merken: hij klinkt er met gemak bovenuit. Ik hou me dus maar wat in, behalve gisteravond, toen de workshop gedaan was en we nog uren samen speelden. Het begon met Tripping Upstairs, dat ik vlot met de docenten M en W mee kon spelen. Daarna zette ik de Wals van Terschelling in, een stuk dat lijkt gemaakt voor de Hohner goudbrand. In november speel ik dat samen met Jacqueline Edeling in onze voorstelling De Groene Harmonica. Mis die voorstelling niet, want die is me een partij leuk! We spelen hem op 7 en 8 november drie keer op het eiland en op 20 februari '27 in Ureterp.

De bedoeling van een workshop weekend is dat je nieuwe kennis en vaardigheden opdoet. Gisteren hebben we leren trioleren, triolen spelen waar die in de muziek niet staan, maar waar het wel heel leuk en versierd klinkt. Een triool, drie nootjes op één tel: het is een vermaak. En zo is het weekend al een succes, omdat we hebben leren trioleren.


Jeanet de Jong