zondag 5 juli 2026

Column - Madeleine-cakeje

De geur van nog niet zo lang daarvoor gemaaid en al even in de zon gedroogd gras: het is een geur die een blik associaties opentrekt waar je geen macht over hebt. Geur doet iets raars. De reuk is bij uitstek het zintuig om vroege herinneringen op te roepen. Dat heten proustiaanse herinneringen, genoemd naar de schrijver Marcel Proust, die eens een madeleine-cakeje in lindebloesemthee doopte, een hap nam en zich meteen in geur en kleur herinnerde hoe hij als kind een madeleine met lindebloesemthee van zijn tante kreeg. De deur naar zijn vroegste herinneringen was van het slot. Mij beving zo’n Proust-effect op de Badweg. Het is mijn route naar Dolly uut waar ik sinds de langste dag weer regelmatig zwem. Aan weerszijden van de Badweg groeide meer dan metershoog riet, waar in het voorjaar fluitenkruid had gestaan. Het land links en rechts van de weg was pas gemaaid, het was warm, wat klammig en boven het gebied hing een warme wolk met de zoetige geur van drogend gras. Ik fietste door die wolk en in een fractie van een seconde was ik terug in mijn kindertijd en zag ik pappe maaie, skudde en swele. Ik zag mijn vader met zijn witte bast en eeuwige alpien op het hoofd, zijn bruine onderarmen en wangen en zijn inwitte schouders, bovenlichaam en voorhoofd. De alpinopet hield zijn scalp koel en ongebruind en zijn armen en bovenlijf waren wit, omdat hij bijna altijd een himd aan had met opgerolde mouwen. Bijna nooit liep hij in de bloate bast. Je moest je kleden tegen de kou en ook kleden tegen de warmte, zei hij dan.

De volgende dag was het riet aan een kant gemaaid en niet veel later waren beide bermen kaal. Er was iets met verkeersveiligheid, wat weet ik niet, maar de bermbegroeiing moest weg. Veiligheid voor alles, vanzelf. We hebben in ieder geval tot eind juni van die prachtige bermen kunnen genieten.

Ons eiland is mooi en we zien, horen en lezen de laatste tijd weer hoe verschrikkelijk trots eilanders op hun eiland zijn. Niet alleen Amelanders, maar ook die van de andere Waddeneilanden. En hoe goed we zelf voor ons gebied zorgen, ook al zijn daar wel wat verbeteringen in te maken. Die keer zwemmen bij Dolly uut zag ik op het Wad een wit open bootje in topsnelheid richting de robbenbank scheuren, langs de plaat stuiven, nog steeds met de motor op vol vermogen, om aan de noordkant van de plaat stil te gaan liggen. Verstoring, een incident. Zou dat iemand zijn die ook zijn handtekening heeft gezet onder de petitie van Wij zijn de Wadden? Nee, dat denk ik niet, want alle 15.000 ondertekenaars zijn liefhebbers die juist goed voor het Wad zorgen. Zij verstoren geen zeehonden, gooien geen peuken in de duinen of op straat, gebruiken geen azijn om wat sprietjes weg te werken, betegelen niet hun voortuin, parkeren niet de berm kapot maar zetten hun bolide op de oprit of op de parkeerplaats, gebruiken nooit gif op hun groententuin en al helemaal geen roundup, begraven geen luiers en peuken op het strand, houden hun honden aan de riem en ruimen de hondenpoep ook op de strandopgangen en het strand op, besproeien hun tuintjes niet op het heetst van de dag, rijden niet door het groene strand, banjeren niet door de takkenbossen en jonge aanplant en crossen niet met mountainbike of brommer door de duinen. Nee, dat doen zij allemaal niet, want ze houden van hun eiland en zorgen voor het Wad. 


De geur van gras op het land, het is mijn madeleine-cakeje met lindebloesemthee. Straks ga ik weer zwemmen in mijn geliefde zee. Eens zien of dat weer proustiaanse herinneringen oproept.

Jeanet de Jong

Geen opmerkingen: