woensdag 25 januari 2017

Broedvogelverslag Lange Duinen Noord 2016

Broedvogelverslag LDN 2016
Vogelwacht Hollum geeft een stand van zaken betreffende broedvogels in de Lange Duinen Noord. Het verslag gaat over 2016. De inventarisaties zijn uitgevoerd door vogelwachters. Soorten en territoria zijn geteld en die aantallen worden vergeleken met eerdere jaren. Ook wordt de historie van de inventarisaties in de Lange Duinen Noord beschreven, het gebied zelf en hoe te werk wordt gegaan. 

  • Broedvogelverslag Lange Duinen Noord 2016
  • Vogelwacht Hollum-Ballum
  • Uitgebracht in 2017

maandag 23 januari 2017

100 jaar ijsvereniging "Met Frisschen Moed" 1917 - 2910

'100 jaar ijsvereniging "Met Frisschen Moed" 1917 - 2910' is een uitgave van de ijsvereniging van Nes. Op 23 januari 1917 was de eerste Algemene vergadering. Sindsdien kijkt Met Frisschen Moed elke winter naar de lucht, voelt de temperatuur en schat wanneer de Russische Beer komt. Want dan willen ze hun ijsbaan klaar hebben zodat jong en oud ijsplezier kan hebben. Het boekje zit vol met foto's van honderd jaar schaatsplezier uit Nes.

maandag 16 januari 2017

Rust

'Rust' is een gedichtenbundel van Lenze L.Bouwers. En dit is niet zijn eerste. Bouwers komt graag op Ameland - hij beschouwt het eiland als zijn tweede vaderland - en dit eiland is dan ook in deze bundel vertegenwoordigd. Hij schrijft over zijn liefde voor de natuur, heeft aandacht voor het zwakke en zoekt liefde tussen mensen. In 'Rust' beschrijft Bouwers een diep doorleefd gevoel van confrontatie en geestelijke aanvaarding, een soort toewijding. Op het moment dat het boekje uitkomt is hij 77 jaar oud, ook wel de leeftijd van de twee seizen genoemd. Hij verwoordt het ouder worden. 

Bouwers is een kinder- en jeugdboeken schrijver en was van 2007 tot 2009 stadsdichter van Zwolle.

'Rust verscheen als nummer 47 in de Bordeaux-reeks van Uitgeverij Liverse.

Het boekje is in het tweedehands circuit nog wel te koop. Op Boekwinkeltjes.nl staat het (januari 2022) voor 9 euro, op Bol.com voor voor dik over de 50 euro. 

Ik ben in het bezit van een door lenze gesigneerd exemplaar.

  • Rust
  • Lenze L. Bouwers
  • Uitgeverij Liverse in Dordrecht
  • ISBN 978 94 92519 25 2
  • 2017
  • € 20,95



dinsdag 10 januari 2017

InselTrip Ameland

‘InselTrip Ameland’ is een Duitstalige reisgids. Het vertelt over de bijzonderheden van het eiland, het lange zandstrand en de boeiende natuurgebieden. Het verhaalt over het echte genieten van het echte eilandgevoel aan de voet van de vuurtoren, tegen de wind in fietsen, oude commandeurshuizen bewonderen en eindeloos wandelen. Ook zonaanbidders en sporters komen aan hun trekken, want Ameland staat bekend als paardeneiland en watersportparadijs, volgens Ulrike Grafberger. Ze geeft winkel- en eettips, selecteert accommodaties en laat zien welke evenementen op het eiland spelen.

Het boekje heeft ook een kleine taalhulp voor de Duitsers, met de belangrijkste woordenschat voor alle dag. In de uitgave is een vouwkaart bijgevoegd.

 

  • InselTrip Ameland
  • Ulrike Grafberger
  • Reise Know-How Rump Gmbh
  • Duits
  • € 11,95
  • Januari 2017

dinsdag 20 december 2016

Column - Dansend gebit

Naar het ziekenhuis. De rit ernaartoe ging met de reddingboot vanuit de Ballumerbocht naar Holwerd. Binnen het uur lag ik van de onderzoekstafel bij de huisarts op de spoedeisende hulp van het MCL. Met een alvleesklierontsteking. Drie weken lang was afdeling K kamer 12 mijn thuis.

Het bed naast me was niet voor lang leeg. Meneer J, een oudere man, werd mijn nieuwe buurman. Hij hield het niet meer uit op kamer 14. Daar lag een gozer waar hij absoluut niet mee overweg kon. Ze zaten elkaar wel eens middenin de nacht in de haren. J had suikerziekte maar kreeg niet helemaal mee wat dat betekende. Hij moest structuur aanbrengen in zijn leven, maar dat begrip was hem onbekend. J leek het zorgenkind van het gezin te zijn en de broer en zusters die hem bezochten hadden zich daar al bij neergelegd.
J had drie vragen in zijn arsenaal die hij om beurten aan zijn kamergenoten stelde. De kamerleden waren dus voorbereid op wat ging komen. “Kom je uit Leeuwarden?” was de eerste. Nummer twee: “Mag je al naar huis?”, gevolgd door nummer drie: “Is dat familie?” Verder piepte hij nogal, want hij wist niet hoe zijn telefoon werkte, mompelde hij in zijn slaap en piste hij met de deur van de wc open. Tot overmaat van ramp druppelde hij altijd op de bril. J beheerste het vak niet. Ik heb het ziekenhuis op kosten gejaagd door een lading wc-brildoekjes te gebruiken. Het was nodig.

Buiten dat had hij geen stof tot praten en omdat een mond toch moet gaan stortte hij zich op zijn gebitsprothese. Daar lag hij de hele dag mee te spelen, duwde de hele toestand naar buiten en haalde het weer in.
Ik was niet zo blij met J. Gelukkig hangen er gordijnen tussen de bedden. Die trok ik bij J een beetje dicht.

Jeanet de Jong

Op de breuklijn van het ijs

Op de breuklijn van het ijs
'Op de breuklijn van het ijs. Hoe de walvisvaarder Hidde Dirks Kat in 1777 met zijn bemanning schipbreuk leed bij Groenland, gered werd door 'de Wilden', daarvoor een dagboek bijhield - en hoe daarop elf hedendaagse dichters reageerden.' De dichters zijn Pim te Bokkel, Hanneke van Eijken, Han van der Vegt, Annemieke Gerrist, Peter van Lier, Bartle Laverman, Tsead Bruinja, Saskia Stehouwer, Anne Feddema, Lucas Hüsgen en Hans Dekkers. Elk van hen schreef een gedicht bij een van hun geliefde passages uit het dagboek van Kat. Naast het gedicht is de bladzijde uit het dagboek met het bewuste fragment afgedrukt. 

  • Op de breuklijn van het ijs
  • 12 dichters
  • illustraties van Egbarta Veenhuizen
  • Uitgegeven door Mauritsheech Publishers
  • ISBN 9789082187373
  • 2016
  • € 12,50



maandag 19 december 2016

Column - Zwemjuf

Naar het ziekenhuis. De rit ernaartoe ging met de reddingboot vanuit de Ballumerbocht naar Holwerd. Binnen het uur lag ik van de onderzoekstafel bij de huisarts op de spoedeisende hulp van het MCL. Met een alvleesklierontsteking. Drie weken lang was afdeling K kamer 12 mijn thuis.

In kamer 14, de kamer naast 12, lag S. Nou ja, liggen, ze trippelde meestentijds heen en weer. Een klein en pezig wijffie met een strot als een voetbalcoach aan de zijlijn. Het was een reminiscentie aan haar werkbare leven. S was zwemjuf geweest en had zowat heel Leeuwarden de schoolslag bijgebracht. In zo’n rumoerig bad moet je je stem wel gebruiken. S leefde nog half in die tijd, in ieder geval haar volume hing nog aan de zwembadrand.

Als ze op kamer was hoorde je haar boven alles uit. Niet alleen sprak ze hard, ook veel. Alle verhalen van al die jaren moesten eruit. Op de gang sprak ze tegen wie ze maar tegenkwam: patiënt, verpleegkundige, dokter of bezoek, S had altijd wel een woordje klaar.
Zieke mensen hebben vooral behoefte aan rust, dus S was vast heel lief, maar ook een stoorzender van jewelste. Ze kreeg dan ook een reprimande van de verplegers. Of het wat zachter kon. De gepensioneerde zweminstructrice vond met moeite haar volumeknop.

Een dag voor haar ontslag kwam buurvrouw S met haar blad met warm eten onze kamer binnen. “Mag ik hier wel even zitten?” vroeg ze, zonder ‘nee’ te verwachten. Overbuurman A, die net was binnengekomen en haar boeddhistische gebedsvolume nog niet had meegekregen, nodigde haar van harte uit. S zette zich aan onze tafel en hapte van haar aardappeltjes en sperziebonen. “Hiernaast kan ik niet eten, hoor. Ze hebben het alleen maar over stoma’s en ontlasting.” Natuurlijk mocht ze bij ons eten.

Jeanet de Jong

zondag 18 december 2016

Column - Grenzen

Naar het ziekenhuis. De rit ernaartoe ging met de reddingboot vanuit de Ballumerbocht naar Holwerd. Binnen het uur lag ik van de onderzoekstafel bij de huisarts op de spoedeisende hulp van het MCL. Met een alvleesklierontsteking. Drie weken lang was afdeling K kamer 12 mijn thuis.

Een ziekenhuisverblijf betekent een niet aflatende grensverlegging. Voorafgaand is niet te bevroeden wat je mee gaat maken en hoe je telkens je grens opschuift. Slapen met drie vreemden op kamer, infuusgeprik, inbrengen van een sonde, rolstoel, plassen op een po, klisma, insuline spuiten: het moet en we doen het zonder morren en we laten ons vol vertrouwen bepotelen door verpleegkundigen en dokters.
Emily Dickinson zei het zo fantastisch in haar gedicht ‘We never know how high we are’ en daar moet ik regelmatig aan denken. Het is het enige gedicht dat ik uit mijn hoofd ken en in moeilijke tijden komt dat boven. De eerste strofe:
‘We weten niet hoe groot we zijn,
tot men ons vraagt te staan;
En als het zo is voorbestemd,
Raakt ons formaat de hemel aan.’


Ik ben weinig bang geweest, maar tijdens de MRI scan werd de grens van paniek getart. U weet wel, zo’n smalle koker waar je in moet om verschillende foto’s van je binnenste te laten maken. Of ik muziek op mijn koptelefoon wilde, vroeg de verpleegkundige. Alsjeblieft niet! Ik wilde alleen maar horen wat het ding deed en haar commando’s. ‘Inademen, adem vasthouden en weer doorademen.’ Een kwartier lang schuif je ingesnoerd door het apparaat, dat op gezette tijden een niet te vatten lawaai maakt. Het lijkt op timmeren, zagen en boren tegelijk en het wachten is tot het zaagblad je vlees raakt. Dat blijft uit. De paniek hou ik met grote moeite onder controle. Ik wil nooit meer in de MRI. Maar als het moet ga ik natuurlijk toch.

Jeanet de Jong

Column - Droeftoeter

Naar het ziekenhuis. De rit ernaartoe ging met de reddingboot vanuit de Ballumerbocht naar Holwerd. Binnen het uur lag ik van de onderzoekstafel bij de huisarts op de spoedeisende hulp van het MCL. Met een alvleesklierontsteking. Drie weken lang was afdeling K kamer 12 mijn thuis.

“Je hebt bruistabletten en droeftoeters,” vertelt mijn schoonzus enthousiast. Ze zit in het onderwijs en is naar een inspirerend onderwijscongres geweest. Van een bruistablet word je blij, die heeft energie. Een droeftoeter: “Daar stop je een idee in en dan komt er shit uit!”

Wie in het ziekenhuis terechtkomt heeft zijn kamergenoten niet voor het uitzoeken. Ik trof het met overbuurman R, buurvrouw B en buurvrouw W en met nog veel meer. Slechts een enkeling viel niet mee. Zoals buurman van Bed 3. Een naam weet ik niet, want hij ging voorbij aan de goede gewoonte van voorstellen. Hij, een volwassen man, slofte de kamer binnen en begroef zich in zijn oortelefoons. Telefoon op het nachtkastje. Hij werd herhaaldelijk gebeld en dan schalde zijn ringtone door de kamer.

Ik was die eerste week heel erg ziek en mijn zijn gleed tussen slapen, wakker worden, dommelen en weer slapen. Soms heel erg diep, zoals die middag dat Bed 3 weer werd gebeld en hij de telefoon nog steeds op atoomalarmvolume had staan. Ik ontwaakte met decompressieverschijnselen uit een trogdiepe slaap. “Zou je die telefoon zachter kunnen zetten? Je ligt er immers naast?” Het duurde even voor het uit mijn keel ontsnapte waar mijn hart 200 klopte. Niet veel later: “En, is het gelukt?” “Ja, hoor,” zei Bed 3 slap.

Ik weet het wel, hij was ook ziek, maar ziek zijn is geen vrijbrief voor hufterigheid. Het was gewoon een droeftoeter, die niemand van kamer 12 gedag zei toen hij naar huis mocht. 

Jeanet de Jong

zaterdag 17 december 2016

Column - Oogbolsnoepgoed

Naar het ziekenhuis. De rit ernaartoe ging met de reddingboot vanuit de Ballumerbocht naar Holwerd. Binnen het uur lag ik van de onderzoekstafel bij de huisarts op de spoedeisende hulp van het MCL. Met een alvleesklierontsteking. Drie weken lang was afdeling K kamer 12 mijn thuis.

Het is bijna Halloween en de vrouw van overbuurman R, die elke dag op bezoek komt, heeft een lading snoepgoed meegenomen. Voor de kleinkinderen. Regelmatig komen buurmans zoon, schoondochter en twee kleine meisjes langs om het ziekenhuisverblijf voor hun vader en opa te veraangenamen. Die avond voor Halloween krijgen de meisjes snoep, want dat hoort erbij. Buurman R ligt voor suikerziekte in het ziekenhuis. Hij was voor een routinecontrole naar de huisarts gegaan, voelde zich niet helemaal senang en wilde even wat zaken laten doormeten. Veel kon er toch niet aan de hand zijn. Bij de suikermeting schoot het wijzertje van de glucosemeter uit naar een niet meer te registreren hoeveelheid suiker in het bloed. R kwam op afdeling K kamer 12 terecht en moest leren omgaan met zijn diabetes: bloedprikken, controleren, insuline spuiten en adviezen van de diëtiste aanhoren. Hij kon gewoon blijven eten wat hij altijd at, had hij uit haar adviezen opgepikt. Alleen als hij een koekje wilde, dan moest het bij één blijven en moest hij het laten om, zoals hij gewoon was, het halve pak leeg te eten.

Die avond voor Halloween zat de familie op en rondom buurmans bed. De zakken zoetigheid gingen open en de meisjes plukten er gruwelijke oogbolsnoepjes uit en op bloed gelijkende snoepveters. Opa had al een halve donut achter de kiezen en snoepte heerlijk een oogbol mee. Het bed was gehuld in een wolk van zoete snoepgeur die zich over kamer 12 verspreidde.
Bij de eerstvolgende bloedsuikercontrole sloeg het glucosemetertje uit naar een waarde van 20 en dat is echt aan de hoge kant. R: “Verdikkeme, hoe kan dat nou?

Jeanet de Jong