woensdag 26 september 2018

Column - Beste schoenen

L'ISLE SUR LE DOUBS - Vakantie. Inpakken. Wat neem je mee en wat laat je thuis. Het is één van die altijd weerkerende kwesties, één van de kleinere problemen in het leven. Ik kijk naar mijn geliefde bootschoentjes, de stappertjes waar ik al zoveel jaren plezier van heb en die ik zo graag draag. "Je bent aan nieuwe toe", zei een van mijn vertelmaatjes. "Het zijn mijn beste," sprak ik en daar was geen woord aan gelogen. Het zijn mijn beste bootschoentjes, gekocht voor zoiets als 7,50 of 9,90, misschien wel bij de Markthal. Ik weet het niet meer precies, maar ze zijn dan ook al oud. Ik heb geen vervangers van dezelfde soort kunnen vinden. Voor moederdag kreeg ik TOMS. Dat lijken bootschoentjes, maar dan wat degelijker gemaakt en verbonden aan een goed doel. Altijd goed, maar meer voor het nette werk. Op die TOMS ben ik zuinig. Dat stadium ben ik met mijn bootschoentjes al voorbij.

Schoenzaken bieden vergelijkbare paren voor een veelvoud van de prijs en dat is nu precies niet mijn bedoeling. Het zijn ook nooit de juiste; ze hebben onnutte tierelantijnen en zijn lang niet zo mooi als mijn blauw met witte ooit waren. 

Uiteindelijk zijn ze niet op de inventarislijst van de reiskoffer beland. Deze oude bootschoentjes, die toch al wat van de wereld hebben gezien, zijn niet meegegaan naar Duitsland, kwamen niet in Oostenrijk en staken niet de San Bernardinopas over met uitzicht op de Mont Blanc. Ze tripten niet door Noord-Italië, gingen niet langs de Gorges de Verdon en liepen niet door de Jura. In La Thuile, een toeristisch dorp in het gebied net onder Genève dat zich opmaakt voor het wintersportseizoen, kochten we nieuwe schoenen. Andere, heel andere. De bootschoentjes tref ik wel weer als deze reis voorbij is. Ik gooi ze nog niet weg. Ze kunnen volgende zomer nog best een seizoen mee.

Jeanet de Jong

maandag 3 september 2018

Op Drift

'Op Drift' is het vierde boek van Thijs Visser. Het kwam in 2018 uit. Eerder verschenen ‘Terug naar de toren’, ‘De toren als getuige’ en ‘Als het torenlicht dooft’ van zijn hand. Hij schrijft in de traditie van zijn vader een spannend verhaal dat zich afspeelt tegen de achtergrond van het eiland Ameland. Thijs Visser maakt er romantische thrillers van door er naast de romantische component spannende gebeurtenissen in te verwerken. De oud-communicatiedeskundige heeft met 'Op Drift' een kwartet compleet.

  • Op Drift
  • Thijs Visser
  • Arendsnest UITGEVERIJ
  • ISBN 978-90-8153306-5
  • Prijs € 19,90

zaterdag 18 augustus 2018

Column - Reuzen met Rôggeparade

Het Rôggefeest deed een enquête en vroeg onder meer naar ideeën. ‘Haal Royal de Luxe naar het eiland’, was een van de opmerkingen. Dat zal voor het Rôggefeest bij een idee blijven, want het bedrag dat nodig is om de reuzen naar Ameland te halen heeft wat nullen te veel.


Tot onze verrassing zagen we toch een klein beetje Rôggeparade in de reuzenoptocht in Leeuwarden; muziekgroepen op vrachtwagens begeleidden de gigantische poppen. Honderdduizenden mensen, dwaalden door de stad en het ging er ontspannen en rustig aan toe. Leeuwarden laat zich van zijn mooiste kant zien en de reuzen van Royal de Luxe dragen daar met hun voorstelling aan bij. De poppen zijn mooi, de techniek erachter interessant, de menskracht die het zaakje in beweging moet zetten bewonderenswaardig, maar het meest bijzondere is dat poppen, reuzenpoppen, in een menigte van tienduizenden een enkeling weten te vinden om contact mee te maken.

Ik heb het met eigen ogen gezien en had zelf ook de tranen in de ogen, toen een zwaar gehandicapte jongen in een rolstoel op de Tweebaksmarkt samen met zijn vader onder het lint door mocht rollen. Hij stond bijna midden op de brede straat toen de enorme Xolo, een pikzwarte hond van drie meter hoog, op hem af kwam. Xolo kwam met zijn snuit tot bij het gezicht van de jongen en even ging diens spastische hand naar de snoet van het dier. Xolo bewoog zijn oren, likte en snuffelde en keek de jongen in de ogen. Vader zag het vanachter de rolstoel aan, een medewerker van Royal de Luxe zat op een metertje van het tafereel om de situatie te regisseren. Centimeterwerk, millimeterwerk en de gebaren van de mastodont zijn zelfs zo klein dat het diep ontroert. Je vergeet dat het hier om leer en staal en touwen gaat, om een marionet, een levenloos ding. Hoe lang duurde het stille spel? Een minuut? Vast niet veel langer.

Die minuut was een van de goudomrande momenten van de dag dat de Reuzen van Royal de Luxe door Leeuwarden liepen. Het zijn maar poppen, het is maar theater, maar wel straattheater met poppen die het hart raken. Dat van de jongen, van zijn vader, van mij, van de vrouw in de groene jurk bij wie de tranen over de wangen rolden. Zij had foto’s gemaakt van de hond en de knaap en ze vroeg aan de vader of hij ze wilde hebben. Ze hadden elkaar nog nooit eerder gesproken en raakten ter plekke emotioneel in gesprek. De emotie van de jongen zal alleen de vader kunnen duiden, maar ik durf te wedden dat Xolo zijn dag maakte.

Royal de Luxe naar Ameland halen is niet nodig als steden zoals Leeuwarden de risico’s van een dergelijk reuzenproject op zich durven te nemen. Chapeau! Voor Leeuwarden en LF2018. Ameland heeft voor die dikke drie miljoen nog wel iets anders op haar prioriteitenlijstje staan. Geen theater, maar iets waar men in het dagelijks leven generaties lang profijt van kan hebben. Theater regelt het Rôggefeest wel, of De Hort Op of een van de andere gezelschappen op het eiland. Misschien is er een groep die begin december op Ameland met reuzen aan komt zetten. Ik kijk er nu al naar uit.

Jeanet de Jong


vrijdag 10 augustus 2018

Column - Skiemere met bokkepootjes

Tante Grietje was een vriendin van ons moeke. Ze was net als moeke van 1920. Moeke was van eind januari en Grietje van eind februari. Moeke werd 76 en tante Grietje 98. Op welke leeftijd een moeder ook sterft, het is altijd te jong. Als kind en kleinkind wil je moeke en oma bij je houden, maar het was tante Grietje haar tijd.

Het was een onconventionele dienst in de Herenwegkerk: zonder zingen maar met muziek. Daniël mocht er op zijn accordeon spelen, want de accordeon was een geliefd instrument in huize Nagtegaal-Visser. Er waren geen bloemen: Tante Grietje hield van bloemen in de tuin en bloemen in de natuur. Er was geen cake bij de koffie, maar een sukermantke, want dat presenteerde oma altijd, vertelt een van de kleinkinderen in de kerk.

Ik herinner me tante Grietje niet van de accordeon of van het sukermantke, maar van bokkepootjes. Pappe en moeke waren bevriend met Arend en Grietje. Niet alleen was moeke een vriendin van Grietje, Arend was de vriend van pappe. En zo kwam het dat voor de trouwerij van Arend Nagtegaal en Grietje Visser Hannes de Jong en Janke de Boer werden uitgenodigd. En, zoals tante Eeke dat zo mooi kon vertellen (in dichtvorm), daar was nóg een gast. En die heette Cupido. Op die bruiloft raakten pappe en moeke verliefd en niet veel later trouwden ze zelf.

Ik kan me niet anders herinneren dan dat ome Arend en tante Grietje bij ons over de vloer kwamen. In die tijd hielden de vrouwen van het dorp wel eens dameskransjes en met de mannen samen skiemeravondjes. Gek, waren wij kinderen daarop. Je kreeg als kind even alle aandacht van die tantes, waarna zij weer verder gingen met hun gesprekken. Waarover? Dat weet ik niet, want wij bleven daar niet bij zitten. Het zal over het weer zijn geweest, over het werk, de kinderen natuurlijk en over wie het met wie deed. Vrouwenpraat, zeg maar, dat ook in die tijd (een halve eeuw geleden) niet zoveel verschild zal hebben van mannenpraat. Wat me vooral bij is gebleven zijn de geluiden die de vrouwen maakten. Het energieke praten en vooral het lachen. Van sommigen zit de lach nog altijd in mijn oren. Wij kinderen hielden ook van de dameskransjes vanwege de lekkere koekjes en chocolaatjes die gepresenteerd werden bij de koffie en thee. Er bleven altijd wel een paar over voor ons: chocoladetruffels en ijscups met van die harmonicapapiertjes, pencees en bokkepootjes. Zeg ‘bokkepootjes’ en ik ben zo terug in die kamer aan de O.P. Lapstraat met een stel vrouwen op de bijgeschoven stoelen en moeke die heen en weer loopt met de theepot.

Tante Grietje maakt haar laatste reis en kan zich bij haar Arend voegen. Ome Arend staat in het hiernamaals vast en zeker regelmatig op de arrenslee met zijn vriend Hannes en tante Grietje zal in de hemelwinkel hoogstwaarschijnlijk op zoek gaan naar sukermantkes. Ze gaat natuurlijk haar vriendin Janke opzoeken. Om te skiemeren. Met bokkepootjes.

Jeanet de Jong

zondag 29 juli 2018

Column - Duurzaam toerisme

Toerisme is een zegen. Het biedt een economische basis aan een gemeenschap. Het kan een vloek worden als het uitgroeit tot overtoerisme. Toerisme kan namelijk omslaan naar een staat waarin de druk op een gebied, de infrastructuur en de lokale bevolking zo groot wordt dat mensen zich er niet meer lekker bij voelen. Omslaan is eigenlijk niet het goede woord, want het gaat sluipend, metertje voor metertje.

We kennen de voorbeelden. Amsterdam is nu in het nieuws wegens de nachtelijke bandeloosheid. Afgelopen week was de film The Beach op televisie te zien. Thailand zag zich genoodzaakt het strand van dit eilandje voor een paar maanden te sluiten. Het werd overlopen met mensen die het op hun bucketlisthadden gezet. Schrikbeeld voor alle toeristische gebieden is Venetië. Een stad zo mooi, maar waar de eigen bevolking het niet meer trekt.

Ameland heeft hier en daar trekjes van een gebied met overtoerisme. Wanneer 1500 kinderen uit groepsaccommodaties en masse een speurtocht doen, inclusief vlaggen jatten, dan zijn er bedrijven die zich woest maken om hun verdwenen vlag en andere bedrijven die zich gedwongen voelen de deuren tijdelijk te sluiten. Ze worden overlopen. Soms kloppen de speurtochters op willekeurige adressen aan en vragen dan of ze binnen een foto mogen maken. Dat groepsleiding zoiets kan bedenken is bijna niet te bevatten. Maar het gebeurt en de dorpelingen moeten zich ermee redden.

Overtoerisme gaat ook over de druk die toerisme legt op vastgoed en infrastructuur. Predicaten als idyllisch of pittoresk - we lezen die kwalificatie voor de Amelander dorpen regelmatig - zijn in dit verband ongepast. Bij zo’n omschrijving wordt het plaatje voor de leefbaarheid gesteld. Hollum is niet pittoresk. Hollum is een dorp met mooie straten, straatjes om mijn part, als je het dan per se klein wil maken om harten te veroveren, en Hollum is net als Ballum, Nes, Buren en de Kooiplaats een dorp waar geleefd wordt. Gewoon, levendige dorpen, geen openluchtmusea.

Hier en daar zijn wat bijzondere, zeker geen idyllische, bewegingen gaande. Zo wordt er een parkeerplaats middenin een dorp aangelegd dat verkeer in het dorp stimuleert en wordt de man die de energieverslindende terrashaarden introduceerde op het eiland naar voren geschoven als duurzame ondernemer. Waar de gemeente groen licht in het buitengebied plaatst, schittert het nieuwe vakantiepark je tegemoet met de ontelbare en felle buitenlampen die in de nacht een grote bijdrage leveren aan de lichtvervuiling. Net als het pension, dat onlangs verbouwde en de terrassen aan de beschermde kant van het dorp ’s nachts vol in het licht zet.

Duurzaam eiland en duurzaam toerisme is niet zo ingewikkeld, maar je moet het wel willen. Met z’n allen. Eilanders en bezoekers. Op Ameland staat de knop ‘duurzaam toerisme’ nog lang niet vol op ‘aan’. Kijk nog even hoe het Amsterdam en Venetië verging.

Jeanet de Jong

dinsdag 24 juli 2018

Poolkoorts

Poolkoorts
'Poolkoorts Arctic Fever' is het tweetalige boek van B.C. Epker en Peter du Gardijn. Het is een boek met illustraties van B.C. Epker en gedichten van Du Gardijn. Onderwerp is de Groenlandvaart van 17777 van Hidde Doiirks Kat. Het boek kwam in 2018 uit, het jaar waarin ameland Eiland van Hidde Dirks Kat was.

In Museum Sorgdrager was in dat jaar een tentoonstelling met de titel Poolkoorts.

Het boek is in Museum Sorgdrager te koop.

  • Poolkoorts Arctic Fever
  • B.C. Epker en Peter du Gardijn
  • Eigen uitgave
  • 2018
  • € 19,95

zaterdag 21 juli 2018

De Traanjagers

Anne-Goaitske Breteler sprak met Friese walvisvaarders die op de Willem Barendsz hebben gevaren en na de Tweede Wereldoorlog op walvissen hebben gejaagd.

Breteler bezocht walvisvaarders thuis en beschrijft in haar boek hun herinneringen. De sfeer aan boord, de achtergronden en motieven van de vaarders, de avonturen in de havens die onderweg werden aangedaan passeren de revue, evenals de walvisjacht zelf. Maar ook de twijfel en ambivalentie die tot op de dag van vandaag als een schaduw over deze jeugdherinneringen hangen. Voor het nieuwe boek De Traanjagers kwam ze ook thuis bij Cor Gransbergen die zelf met zijn vrouw Hennie het boek 'Een walvis als boterham' schreef.

Koop het in de boekhandel of bestel het boek via deze link.

  • De Traanjagers
  • Anne-Goaitske Breteler
  • EAN 9789462983816
  • Uitgegeven door Amsterdam University Press
  • Mei 2018
  • € 18,95

donderdag 5 juli 2018

WPDetails #06

'WPDetails' is het personeels- en relatiemagazine van Wagenborg Passagiersdiensten. In dit nummer onder meer artikelen over KNRM en WPD, of ze elkaar weten te vinden, Collega Rederij Danser van Gent, het managementteam van WPD.

WPDetails wordt gratis huis aan huis bezorgd op de eilanden Schiermonnikoog en Ameland.

  • WPDetails #06
  • Uitgegeven door Wagenborg Passagiersdiensten
  • Jaargang 3 - juli 2018


zaterdag 30 juni 2018

Ameland InZicht 19

Ameland InZicht 19
Ameland in Zicht magazine nummer 19 is het zomernummer van 2018, vol artikelen over strandvertier, inspiratie voor lekker eten, wellness voor het paard, watersport en kicks op zee, een heel bijzondere zelfgemaakte motor, droogvallen op het Wad, commandeur Kat en het zomerprogramma van Eiland van Hidde Dirks Kat en een tip van de sluier van De Hort Op en Skiemer Wad, tips voor leuke nieuwe boeken over Ameland en een teaser over Paardenkracht Mannenmoed.

Te koop via de webshop van VVV Ameland.

  • Ameland InZicht 19
  • Zomer 2018
  • € 5,95


vrijdag 29 juni 2018

Column - Nul komma een beetje

Als we in de media lezen over terrorisme en beelden zien van aanslagen, dan is het altijd van over’t Wad. Zoiets vindt niet plaats op de ouwe pôlle en dat is een geruststellende gedachte bij een verschrikkelijke trend. We leren zo langzamerhand te leven met het idee dat aanslagen erbij horen. Risico van het leven, zeg maar. Dat de gruwelijkheden over’t Wad plaatsvinden houdt niet in dat het op Ameland altijd pais en vree is. Er vindt op het eiland zo nu en dan iets plaats, dat je er niet zo zou verwachten. Op een terrorismeschaal van 0 tot 10 ligt het op nul komma een beetje, maar een beetje is niet niks.

Als het gaat om bedreiging van bestuurders, dan is dit eiland niet van terroristische smetten vrij. Een terrorist is iemand die geweld gebruikt om een politiek doel te bereiken. Het terrorisme op Ameland haalt de media niet, gaat niet gepaard met jongens met een bivakmuts die de burgemeester in de loop van een geweer laten kijken. Wat de burgervader Wil Houben van Voerendaal beleefde of wat Aboutaleb van Rotterdam meemaakt treft men op Ameland niet aan. Wat de Panorama en Telegraaf meemaken is voor Ameland, gelukkig, een ver van onze bed show, een show die te beleven is in Amsterdam, Rotterdam en andere grote steden en verre oorden.

En toch is Ameland niet vrij van dreigementen. De hardloper die schrikt van een loslopend keffertje en daar wat van zegt, wordt afgeblaft door de baas van het beest met de woorden: “Pas maar op, ik weet wel waar jij woont!” Pas maar op, ik weet wel waar je woont? De hardloper schrikt nu ook van de dreigende taal van de eilandgenoot.

Bestuurders worden soms bedreigend toegesproken als er weer eens iets is voorgevallen dat deze of gene niet welgevallig is. En ook schrijver dezes heeft, in de rol van reporter, meermalen een dreigement naar het hoofd geslingerd gekregen. Onlangs nog. “Als onze partij nadelen ondervindt van de publicatie, dan ...” Dat ‘dan …’ wordt vervolgens niet concreet omschreven. Worden dan je poten gebroken, de tanden uit je bek geslagen, je tuin vol gegooid met stront? Wat, als dan? De bedreigingen worden zó algemeen gesteld, dat er moeilijk aangifte van te doen is. ‘Ik weet waar je woont’ is op zich niet bedreigend. Het gaat om de toon, de blik en de context van de opmerking.

Als iemand een kwestie met een eilandgenoot heeft, dan is het toch de gebruikelijke Amelander weg om even met elkaar om tafel te gaan, een kop koffie te pakken en het er over te hebben. Als het tegenzit ga je uit elkaar met een meningsverschil, als het meezit eindigt het met een paar borrels en een stevige handdruk. Maar nooit, nooit met de dreigende woorden: “Pas maar op, ik weet wel waar je woont,” of “Als, dan …”
Nul komma een beetje bedreigend is namelijk ook bedreigend en elkaar bedreigen hebben we op Ameland helemaal niet nodig.

Jeanet de Jong