Ameland uitgaven verzameld in één blog. Mis je een? Laat het weten, dan nemen we hem op. Met enige regelmaat plaatsen we een 'moaiste woa'd fan ut Amelands' en een column. Ga voor de oudere uitgaven naar 1971 in het archief en ga dan naar 'Oudere posts'. De oudste post is over een uitgave uit 1441. Het Blog wordt aangevuld met wat er maar aan bijzonders over het eiland te vertellen is, over verhalenavonden van Ameland Vertel! en over trekharmonica avonturen. Opgetekend door Jeanet de Jong.
woensdag 31 januari 2024
Ameland Huuske Fysiotherapie Westerlaan
zaterdag 14 januari 2023
Column - Berm
Berm
Het leest als uit de duim gezogen, maar het is van a tot z waar gebeurd.
Tentijde van het opknappen van mijn huisje aan de Westerlaan was de tuin een puinhoop. Er stonden bouwcontainers, de bus van de aannemer, dakpannen en ander bouwmateriaal. Dat kon, want de vorige bewoners hadden twee gemeentepaaltjes weggehaald, om van de voortuin een parkeerplaats te maken. De paaltjes lagen langs de zijkant. Ze waren wat verrot en het leek alsof ze waren aangevreten door bevers, die hier helemaal niet voorkomen. De schade aan de gemeentelijke meerpaalachtige afrastering was veroorzaakt door de kantjemaaier van de gemeente zelf.
Toen mijn huisje klaar was kwam het project tuin aan de orde en ik benaderde de gemeente met het verzoek de twee ontbrekende palen terug te plaatsen, zodat mijn tuin weer redelijk beschermd zou zijn tegen uitwijkend en parkerend verkeer. Dat was goed, zei de gemeente toen en op een dag kwam groot materieel aanrijden. Ik was niet thuis en zag nog net dat in plaats van twee palen terugplaatsen er vier uit de grond werden getrokken, waarmee de gemeentelijke berm en ook mijn tuin een vrijplaats werd. Vanzelfsprekend belde ik met de gemeente over dit misverstand. De ambtenaar aan de andere kant van de lijn verzekerde me dat er een nieuwe visie op het inrichten van de bermen in de dorpen was en dat er een haagje zou worden geplaatst. De gemeente had daar inmiddels, het zal eind 2020 zijn geweest, een mooie machine voor paraat staan. Al wat kwam, geen gemeentewerken met mooie machine en haag. Anderhalf jaar geleden belde ik maar weer eens met de vraag wanneer het haagje geplant zou gaan worden, maar opeens bleek daar helemaal geen sprake van te zijn en was de gemeente bezig met gesprekken met dorpelingen over de inrichting van de stroken groen tussen straten en huizen.
Ondertussen zag ik af en toe een auto op mijn perk staan, met de bumber zowat tegen de gevel en zag ik allengs de conditie van de berm achteruit gaan, omdat automobilisten met een te grote snelheid de gemakkelijke weg kiezen. In plaats van rustig rijden, inhouden als er een tegenligger aankomt, jakkeren sommige chauffeurs door de smalle straten van Hollum. Nu is de Westerlaan op sommige plekken wat smal, maar diezelfde Westerlaan heeft genoeg uitwijkmogelijkheden in bestrate zijkanten en inritten waar een goed anticiperende bestuurder zijn bolide naartoe kan sturen voor een veilige doorgang van hem en zijn tegenligger. Vooral het zware verkeer is een ramp voor de bermen, die nu door het vele regenwater sompig zijn geworden. Laatst lag er een spoor van aarde van de berm van halverwege de Westerlaan tot aan de Driesprong, uitgereden door een zware machine met grote wielen en diepe profielen, die te ver naar rechts was gegaan en zodoende de halve berm uitsmeerde over de rest van de straat. Het is slechts één onzorgvuldige uitwijk die de complete berm vernielde.
Nu het ernaar uitzag dat de paaltjes en ook de haagjes er niet zouden komen, ging ik over op plan C: stenen in de berm. Je zag ze al hier en daar in het dorp liggen, bij huizen waarin mensen wonen die ook hartzeer hebben van vernielende wielen. Tijdens een wandeling richting Reeweg was aan de zuidkant van het dorp een tuinman bezig in opdracht van een Hollumer, om stenen uit de tuin te verwijderen. De Hollumer had jaren geleden een rotstuintje aangelegd en wilde die stenen nu weer kwijt. "Mag ik er wat van hebben?" vroeg ik en dat mocht. De tuinman leverde ze, heel lief, hoogstpersoonlijk bij mij af. Dat liep nog even fout, want de groenvoorziener had gemist dat ik ondertussen naar de Westerlaan was verhuisd, zodat hij een bult stenen bij de O.P. Lapstraat afleverde, tot verbazing van de nieuwe bewoners daar. Dat werd opgelost en zo had ik wat stenen, die ik in hoopjes op afstand van elkaar in de berm voor mijn tuin legde. Overbuurman schuin tegenover had er ook een paar en hij had ze, heel rustiek, wit geschilderd.
Het ging maanden goed, tot er auto's kwamen die de stenen niet meer zagen en er overheen gingen rijden. Dat leidde tot vragen - niet over rijgedrag of vernielde de berm, wel over schade aan auto's - in de raadsvergadering.
En toen kreeg de gemeente een nieuwe handhaver. Een aardige man, zo aan de telefoon te horen en iemand die zijn werk serieus oppakt. Hij stuurde een brief dat de stenen uit de berm moesten worden verwijderd en dat als ik het niet deed de gemeente het zelf kwam doen. Nu was ik vorig jaar heel veel van huis en de vervaldatum die in de brief werd genoemd was een dag voordat ik weer thuiskwam. Ik had het bij thuiskomst niet ontwaard, maar inderdaad, de stenen waren verdwenen. Bij buurman schuin tegenover lagen ze nog, maar dat duurde nog geen week en toen waren die ook weg. Ik belde met de aardige meneer de handhaver, die ik iets minder aardig begon te vinden toen hij mij in het voorbijgaan van diefstal beschuldigde. De mannen van gemeentewerken hadden de stenen herkend als zijnde van de laatste dijkverhoging. Die stenen zou ik gejat hebben en met die actie zelfs de kustverdediging hebben ondermijnd. Feitelijk had de Hollumer van wie ik het materiaal kreeg ze jaren geleden gekocht, ze waren van ver voor de dijkverhoging en eerlijk betaald aan een bedrijf dat handelt in dit soort spul.
Het ging vooral om de veiligheid, zei de handhaver nog en bij veiligheid kan ik me wel wat voorstellen. Het is nu een paar maanden geleden dat de stenen bij mij en ook elders in het dorp uit de berm zijn gehaald en per week zie je de conditie van de bermen achteruit gaan.
Dat is op te lossen door veiliger te rijden, door gewoon als weggebruiker te anticiperen, even in te houden, uit te wijken daar waar het kan, kalm verder te gaan en door op parkeerplaatsen te parkeren in plaats van tegen de kerkmuur en in de berm tussen de bomen. Dan heb je ook meer overzicht en dat is wel zo veilig. Het staat veel mooier bovendien. De handhaver wacht een schone taak.
Jeanet de Jong
jeanet.de.jong@knid.nl
Tik Column in bij 'Zoeken in dit blog' of klik op Label 'column' onder dit bericht om meer columns te lezen.
zaterdag 20 augustus 2022
Column - Appels en peren
Afgelopen week was een wel erg drukke week. Over sommige stukken had ik veel te lang zitten epibreren, waardoor ik allengs dichter en dichter bij de deadline van Ameland InZicht nummer 29 kwam. De stukken moesten worden ingeleverd en eigenlijk schreef ik ze pas toen de ketel bol stond van de druk. Het blad komt begin oktober uit. Uiteindelijk ben ik content met mijn bijdrage, vooral die over het Kabouterdörp in het Hollumer bos. In het verhaal wordt de ontstaansgeschiedenis van het bijzondere dörpke ontsloten. Het is tevens een eerbetoon geworden aan de man die het in gang zette.
Appels aan de boom
Nu al die stukken uit de pen zijn is het tijd voor rust en kalmte. Dat vind ik onder meer in mijn achtertuintje van een paar vierkante meter. Al hoe klein het ook is, er staan wel zes bomen in. Het zijn leibomen, drie appels en drie peren, die een perfect groen gordijn vormen, koelte brengen en nog vruchten opleveren bovendien. Vooral de appels dragen rijk dit jaar. De peren daarentegen staan veel dikker in het blad. In totaal tel ik maar een stuk of vijf peertjes. Voor de appeloogst heb ik al kratjes van zolder gehaald. Ze worden straks gevuld met vele tientallen vruchten. Pluktijd: oktober, staat op het label. Nu zitten de steeltjes nog goed vast en onderwijl groeien de appels met al die zonneschijn en af en toe wat water dik en blozend. Sappig en goed van smaak, belooft het label. En ze zijn goed voor de moes. Zelfbestuivend, het kan niet op. De peren zijn Conference handperen. Ze bloeiden uitbundig, maar dit jaar is geen goed perenjaar. Wel wordt het smakelijk appels eten en appeltaart en appelmoes. Iedere appel smaakt bomig, wil het gezegde ons doen geloven. We gaan het beleven. En wat de peren betreft? Als de peer rijp is, valt zij. Appels met peren vergelijken, het kan prima!
maandag 24 januari 2022
Nog twee exemplaren Vertellingen
Nu zijn er nog twee over. Nu is er nog één over. Hij mag voor 5 euro weg.
Af te halen op Westerlaan 8 in Hollum.
Tik Lise de Boer in bij ZOEKEN om meer over haar en het boek te lezen.
woensdag 19 januari 2022
Vertellingen van Elise
Ik wist dat ik er nog een stuk of 20 van had, maar waar? Nergens kon ik ze vinden, tot ik deze week een achterafhoekje op zolder leeghaalde om, nu het dak van het huis aan de Westerlaan klaar was, de schuinte eens goed schoon te maken en definitief in te ruimen. En daar stond hij, de plastic bak met deksel, met een aantal mooie boeken erin. Toen ik de bovenste twee boeken eruit haalde, zag ik de gele boekjes van Lise verschijnen. Ze zijn er nog en wie er een wil hebben kan contact opnemen.
Ze kosten € 10,25 (met 6% btw zaten ze net onder het tientje, maar na de verhoging tot 9% btw komen ze er net boven). Af te halen op Westerlaan 8 in Hollum (inmiddels uitverkocht - november 2022).
Beleef je plezier aan dit blog en helpen de posts je op weg uitgaven over Ameland te vinden? Doneer dan op Ko-fi een kopje koffie van € 2,-- als waardering voor de blogger 💜. Klik hier voor de link.
zaterdag 24 juli 2021
Bouwplaatje vuurtoren
vrijdag 25 juni 2021
Ameland Huuske 1 t/m 9

Ameland Huuskes opgeleverd
woensdag 15 januari 2020
Column - Tegelpink
De werkzaamheden aan de Westerlaan vorderen gestaag en waar ik kan draag ik mijn steentje bij. Als oppervrouw sjouw ik met stenen, verplaats ik planken, maak de weg vrij en veeg de vloer aan opdat de vakman zijn werk ongehinderd kan doen. Dat gaat perfect totdat ik stenen ga versjouwen die eigenlijk iets te zwaar voor me zijn. ‘Niet doen, laat liggen!,’ zegt het ene, verstandige, interne stemmetje. ‘Kom op, je binne niët fan suker!’ zegt de stoere en ietwat roekeloze. Van suiker ben ik zeker niet, maar ik moet erkennen dat ik dan wel oppervrouw kan zijn, maar toch echt niet de kracht heb van een doorgewinterde bouwvakker. Ik werd wijs door schade en schande.Die grindtegels pakte ik wél op. Ze waren zo zwaar dat de kruiwagen ervan omkiepte en toch wilde ik dat vloertje voor de regenton leggen. Twee van die grote tegels waren er maar nodig, hoe moeilijk kan het zijn? Het was ook niet zo ingewikkeld, totdat de ene tegel tegen de andere op de grond viel, ongeveer op de plek waar ik hem had bedoeld. Alleen … mijn pink zat ertussen en eigenlijk was daar geen ruimte voor mijn pink.
Op de bouw heb ik werkhandschoenen aan, zodat de schade niet meteen duidelijk was. Ik werkte nog een kwartiertje door, totdat het gevoel in mijn hand wat onaangenaam begon te worden en ik toch maar eens de handschoen uitdeed. Er kwam een slagveld tevoorschijn! De details zal ik u besparen, maar je hebt geen idee dat zo’n vierkante centimeter pinktopje zo lelijk uitelkaar kan spatten.
Nu ben ik in de gezegende omstandigheid dat mijn nieuwe buurvrouw en buurman alle twee in de medische sector zitten, zodat ik, lichtelijk aangeslagen, bij buurvrouw M aanklopte. 'Buuf, kin dut met een pleister of mot hier een dok naar kieke?” Buurvrouw aarzelde niet: 'Nou, dat wó'd wel even Ballum', en haalde als de wiedeweerga een schone katoenen luier om het slagveld mee te bedekken. Buurman A wikkelde er daarna vakkundig een noodverbandje om en ik belde broer H, die me naar de huisarts reed.
Er kwamen vier hechtingen in. Het was gezellig in de hechtruimte en we spraken onder meer over onze hobby’s. ‘Als het even kan wil ik wel trekzak kunnen blijven spelen. Daar heb ik de pink bij nodig’, piepte ik toch wat ongerust. Met extra aandacht voor het topje van mijn kleinste vinger van mijn rechterhand haalde dok de naald en het draad door mijn velletje. ‘Komt vast goed’, voorspelde hij. Het lijkt inderdaad goed te komen, het geneest fantastisch! De wond is geen belemmering voor het trekharmonicaspel, heb ik al gevoeld. Wel zal ik altijd een tegelpink houden.
Jeanet de Jong
zondag 12 januari 2020
Column - Lok God
Wij van PA zijn druk bezig met het opknappen van het huisje en het nieuwe kantoor aan de Westerlaan in Hollum. Het brengt een grote verscheidenheid aan problemen met zich mee die stuk voor stuk schreeuwen om een oplossing. Een van die problemen gaat over de vloerbedekking. Wat moet er op de vloer, welk materiaal, welke kleur, wat voor dessin en moet het glad en effen of met kleur en structuur?
De woonwinkel heeft een keur aan voorbeelden, de ene nog mooier dan de andere, al zijn er ook dessins bij die direct al afvallen. De afvallers helpen gelukkig bij het selecteren, want oh, oh, wat geeft het uitzoeken een keuzestress!
Bij de woonwinkel kiezen we een paar stalen uit die we mogen meenemen om ter plekke te bekijken of het bevalt of niet. De keuze valt in eerste instantie op pvc - die synthetische vloerbedekking laat heel goed de warmte van de vloerverwarming door - en ik vraag een paar zussen, vriendin T en dochter C of ze willen komen kijken en adviseren. Dat werkt heel aardig en na een eerste selectieronde is wel duidelijk wat het niet moet worden.
Wat dan volgt is onrust. Komt het wel goed? Wordt het wel mooi? Past het wel bij het huis? Al dubbend pak ik internet erbij en tik ‘vloerbedekking’ in als zoekopdracht. Laminaat, parket, hout, beton, bamboe, vinyl, tapijt, gietvloer, steentapijt, natuursteen, tegels en pvc komen bovendrijven, en ook marmoleum. ‘Marmóleum’ zegt een mevrouw die het kan weten in een voorlichtingsvideootje, terwijl er marmoléum in mijn hoofd zit. Doorgaans zeggen we ook linóleum en marmoleum ís linoleum, dus het accentje op de o is niet onlogisch. Ik ga achter marmoleum aan - het is een natuurproduct en duurzaam - en kom wederom bij de woonwinkel uit om stalen te scoren.
Die stukjes leggen we neer op de zandgrond in het huisje aan de Westerlaan, zodat we ons een voorstelling kunnen maken hoe het straks zal staan. Straks, met de geïsoleerde muren, de nieuwe kozijnen en dubbele ramen. En met de vloerverwarming en de keuken. Dochter C wordt ook weer even gevraagd om te komen kijken en oordelen over het gemarmerde palet. Eerst spreken we af om kwart over één en niet veel later stel ik de afspraak bij op één uur. “Lok God”, appt ze. Lok God? Het leest als Scandinavisch of als iets van een godsdienstwaanzinnige. Mijn kind is geen van beide. Lok God blijkt “Ook goed” te zijn in een net iets te snel verstuurd en daardoor niet gecorrigeerd WhatsApp-berichtje. Lok God, die houden we erin. Net als dat marmóleum.
Jeanet de Jong










