Posts tonen met het label recensie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label recensie. Alle posts tonen

maandag 1 september 2025

Geduld - Recensie

‘Geduld is het spannende vervolg op het boek: ‘Getuige’', schrijft de achterflap. Van ‘Getuige’ had ik al eens een recensie geschreven. Zonder veel aardigheid, overigens. Het is veel plezieriger om met enthousiasme over een boek te schrijven, maar wat betreft Gert van Veen zijn ‘Ameland politiethrillers’ krijg ik weinig positiefs uit de pen. Zoals er bij mij geen enkele liefde voor Gert van Veens schrijfsels wil ontspruiten, zo schrijft Van Veen liefdeloos over het eiland waar hij zijn verhaal situeert.


Het boek ‘Geduld’ kwam al in 2022 uit. Ik heb het niet zelf gekocht, maar kreeg het. Het werd in mijn brievenbus gedropt. Eerlijk gezegd wilde ik er geen geld aan uitgeven, maar was ik wel nieuwsgierig of dit boek beter was dan het eerste. Voordat ik me tot lezen ervan kon zetten lag het een paar jaar op de plank. Nu heb ik het eindelijk uit. 


Was Van Veens Ameland in ‘Getuige’ een streng gelovig nest vol anti homo sentimenten, in ‘Geduld’ ligt juist de nadruk op homoseksuele escapades. In ‘Getuige’ moet de lezer zich door pagina’s vol onanie worstelen; in dit werk druipt de homoseks uit het binnenwerk.

Waren het nu maar met smaak en erotiek beschreven escapades. Het blijft helaas hangen in ordinaire flarden van mannen die mannen willen, mannen die mannen met hun ogen en jeweetwel verslinden en huis-tuin-en-keuken situaties die worden overgoten met een kwakje.


Het boek is ook een aaneenrijging van slordigheden. Alsof er geen redactie aan te pas is gekomen. Zetfouten, dubbele woorden, geknipte en fout geplakte zinnen, komma’s die punten moeten zijn, schuine strepen die zomaar ergens in een tekst verschijnen en schrijffouten. Er staat een variant in die ik nog nooit ben tegengekomen: een voltooid deelwoord met td op het eind.


Van Veen schrijft consequent het tussenvoegsel van een naam met een kleine letter, ook als er geen voornaam voor staat. Dat deed hij in het vorige boek ook al en deze uitgave is wat dat betreft geen verbetering.
Irritant zijn de herhalingen, geëtaleerd als ‘zie mij eens leuk en origineel zijn’. Hoe vaak kun je straffeloos in een tekst schrijven dat je de telefoon opneemt door op het groene telefoon icoontje te drukken? Eén keer, lijkt me en daarna is die zin uitgewerkt. Het komt in het hele boek vele malen voor, net als de variant van het rode telefoontje bij het afsluiten van het gesprek. Tot vervelens toe laat de schrijver iemand een patroon op de telefoon tekenen voor het ontgrendelen.
Eén keer, Van Veen, dan weten we het wel!


De ene keer varieert de schrijver op echte namen en de andere keer gebruikt hij de werkelijke benaming. Zo heet het festival KunstVirus in plaats van Kunstmaand. Leuke vondst? Mwah!


In het verhaal lijkt Ameland Gronings, onder het Groninger Provinciale bestuur te vallen en bij politie Regio Groningen te horen. Het is als in dat duur betaalde reclamefilmpje om vakantiehuisjes op Ameland te verkopen: “Dat mooie eiland Ameland, dat bij de provincie Groningen hoort.” Niks ten nadele van Groningen, maar Ameland hoort bij Friesland, brengt doorgaans zijn patiënten naar het ziekenhuis in Leeuwarden en heeft te maken met Regio Friesland wat de politie betreft. Het feitenonderzoek voorafgaand aan het schrijven van dit boek verdient een onvoldoende.


Wat irritant is het zich voorstaan op kennis van films, die te pas en te onpas in de tekst gemanoeuvreerd is, zonder functie, zonder vervolg en soms tot in den treure herhaald.

Ach, zo kan ik nog wel even doorgaan. Het maakt de recensie er niet gezelliger op. Het boek is al drie jaar in de verkoop, dus wie het graag wil lezen heeft allang een exemplaar aangeschaft. Ik ben de laatste om aankoop te stimuleren.


Van Veen is wars van variaties en synoniemen. Het maakt het lezen van het boek er niet lekkerder op.

Bij sommige gebruikte begrippen is het een kwestie van klok en klepel of van gehussel van talen. Oorwurm is een correct Nederlands woord. Toch heeft Van Veen in een verder Nederlandse tekst het een paar keer over ohrwurm. Op zijn Duits is het inderdaad Ohrwurm, maar dan met een hoofdletter. En waarom gebruik je Ohrwurm als er een prima Nederlands woord voor bestaat? Het gebruik van Engelse termen is van hetzelfde laken een pak. Het wordt echt vervelend als die termen telkens weer worden opgewarmd en hergebruikt.


En dan zijn er nog de spreekwoorden, het heerlijke figuurlijke taalgebruik van de spreekwoorden. Mits ze goed worden gebruikt en niet worden verhaspeld tot vlaggen op modderschuiten. In iemands voetsporen lopen? Het spreekwoord maakt gebruik van treden: In iemands voetsporen treden. Je wordt niet van een gewisse dood gered, maar van een wisse dood. Als je alles weet dan weet je van de hoed en de rand en niet van de rand en de hoed. Een moeder van twee door geweld omgekomen kinderen maakt niet als een kat in het nauw rare sprongen. Dat is een heel lelijke beeldspraak voor een moeder die van verdriet niet weet waar ze het zoeken moet.

En het houdt niet op. Zo is iemand tot ver achter de oren verliefd op een van de hoofdfiguren. Niet tot over zijn oren maar ‘tot ver achter zijn oren’ verliefd. Dit soort slordigheden maakt dat je je achter de oren blijft krabben.


En ja hoor, daar hebben we het weer. Het eiland Ameland wordt gebruikt als plaats delict, zonder kennis van zaken over de situatie ter plekke. Op het Oerd (het Oerd en niet de Oerd of De Oerd) staat bijvoorbeeld geen bos en op Ameland zijn ballonoplatingen al jaren verboden.

Waarom gaat een schrijver niet eerst op zo’n eiland kijken, denk ik dan, als hij er zo graag over wil schrijven?


“'Geduld' is het spannende vervolg op het boek: ‘Getuige’.” Dat staat op de achterflap. In feite is ‘Geduld’ een herhaling van zetten, een opeenstapeling van fouten. Het heeft een paar jaar geduurd voor ik het boek ter hand nam, ik heb het een paar keer weggelegd na lezing van enkele bladzijden. Afgelopen week heb ik doorgezet. Deze recensie is het verslag van weinig leesplezier. 

Slechts één onderdeel was werkelijk vermakelijk: er komt een Jeannette de Oude voor in het verhaal, een reporter die zich gespecialiseerd heeft in de roddel. Zou dat iets te maken kunnen hebben met mijn recensie op ‘Getuige’? Zou zomaar kunnen. 


Jeanet de Jong


Lees hier over Geduld, het boek dat in 2022 uitkwam.

zondag 15 december 2024

Recensie Ontmaskerd

November 2024
'Ontmaskerd' is een spannend verhaal dat voor het grootste deel op Ameland speelt, tijdens Sunneklaas. Deze traditie kwam volop in het nieuws in 2022 en 2023, toen media uitdagend het mysterie van het feest in beeld wilden brengen. Dat ging niet zonder slag of stoot en de aandacht ontplofte in de Amelander gezichten. In aanloop naar het feest van 2024 kwam 'Ontmaskerd' uit. 


De schrijfster heeft zich goed voorbereid en met drie Amelanders gesproken over de bijzonderheden en details van Sunneklaas. 'Ontmaskerd' blijft fictie en de auteur heeft naast negentig procent gedegen informatie over het feest elementen ingevoegd die bezijden de waarheid zijn. Sommige details zijn gewoonweg fout en de vraag is hoe zij aan die informatie is gekomen en waarom ze het nodig vond die in te voegen. Het gebruik van stemvervormers, om een voorbeeld te noemen, door de mannen achter het masker. Hun stemmen moeten onherkenbaar zijn, want tijdens Sunneklaas draait het om onherkenbaarheid. Het vervormen van de stem gebeurt door een kopstem op te zetten, zonder gebruik te maken van zoiets als een stemvervormer. 


De sunneklazen blazen op een toeter (roeper of buffelhoorn) om met hun geluid boze geesten te verjagen en iedereen die niet op straat mag schrik aan te jagen. Tijdens het opjagen en bij een achtervolging, wordt er zeker niet op een toeter geblazen. Het risico van struikelen met de toeter aan de mond is veel te groot en daarmee het risico tanden te verliezen. Tijdens hardlopen wordt er, anders dan Berkleef schrijft, niet getoeterd. 


Ook sluiten groepen niet aan bij een klopjacht. Is er iemand ontdekt die 'de jaren nog niet heeft' dan brengt de groep die hem ontdekt heeft de jongen naar huis. Andere groepen sluiten zich daar niet bij aan, maar blijven op gepaste afstand. De groep die de jongen heeft ontdekt krijgt de eer. 


Ook wordt er geen café binnengevlucht, als je gesnapt bent. Wie buiten ontdekt wordt, tijdens tuuntke slupen bijvoorbeeld, wordt naar het huis gebracht waar die persoon thuishoort. Hier of daar aanbellen, of een café binnenvluchten, helpt dan niet. Aanbellen is sowieso niet aan de orde. Wil je ergens binnenvluchten, dan pak je de achterdeur, waarvan je weet dat hij open is.


De Amelanders worden een 'zonderling volkje' genoemd door Berkleef. Dat is een zonderlinge opmerking. Het is geen volk, het is een verzameling mensen op een eiland, die in de loop der tijd hebben weten vast te houden aan een oud gebruik. Voor het boek mag het begrip 'zonderling' natuurlijk worden gebruikt, maar het had niet gehoeven. Met alle informatie die wel klopt is dit een dissonant. 


Dat er met minachting wordt gekeken naar vrouwen die 'in het pak' durven te stappen en mee durven te doen is wat mij betreft de grootste blunder in het boek. Vrouwen die 'in het pak' durven en al dan niet worden betrapt worden juist na afloop met respect tegemoet getreden. Het wordt dapper en mooi gevonden dat de vrouwen dit doen. Het maakt het spannend voor zowel de meisjes en vrouwen als de jongens en mannen die proberen de vrouwen 'in het pak' te ontdekken. Niks geen minachting, dus. 

En dan de verkrachting. Het gebeurt, maar ook op Ameland wordt verkrachting verafschuwd. Als je in het pak gaat neem je een risico, maar je vraagt niet om verkracht te worden. Niemand op het eiland denkt zo over Sunneklaas en over 'vrouwen in het pak'. Berkleef maakt hier een offer aan de fictie, een offer dat in mijn ogen de plank misslaat. Het verhaal is spannend genoeg. 


Er staan nog wat storende missers in het boek: er is nog nooit met Sunneklaas een auto in brand gestoken, er is nog nooit met Sunneklaas een strandtent in vlammen opgegaan. Het verhaal had best zonder deze excessen gekund. Paal 81 bestaat niet in de Kooiduinen en paal 45 moet vast en zeker 48 zijn. Dat Sunneklazen hun spel beginnen in het bos is puur uit de duim gezogen: het bos speelt in het hele spel geen enkele rol.


Misleidend is de melding 'Winnaar Gouden Strop' op de voorkant van het boek. Niet dit boek is de winnaar van de Gouden Strop 2024, maar 'De Duiker' van Mathijs Deen. Overigens net als 'Ontmaskerd een Waddenthriller. De schrijfster won met een andere titel eerder wél een Gouden Strop. Om dat op deze manier op de cover van 'Ontmaskerd' te drukken is vals. 


Het is een spannend boek met een verrassend einde. Met al het onderzoek dat Berkleef voorafgaand aan het schrijven heeft gedaan, is het jammer dat enkele missers in het stadium van redactie er niet zijn uitgehaald. Het had het verhaal nog mooier gemaakt. 'Ontmaskerd' is evenzogoed een aanwinst voor de boekenkast. Als er dan toch een boek over Sunneklaas geschreven moest worden, dan kan Ameland zijn handen dichtknijpen met deze van Bernice Berkleef.


Lees hier over ISBN en prijs van het boek.

donderdag 11 juli 2024

Recensie - De Branding voorbij

De branding voorbij
Onlangs kwam het boek 'De branding voorbij' van Nico van Putten uit. Een interessant gegeven, prima verhaal, maar er zijn ook wat ergernissen. Al met al, drie van de vijf sterren voor dit boek.

Wouter maakt met vrienden een lange zeiltocht op een open catamaran. Hij is zichzelf wat kwijtgeraakt en hoopt zichzelf tijdens deze toch te hervinden. De reis gaat langs de Waddeneilanden van Nederland en Duitsland, tot aan Helgoland aan toe. De zeemanstaal en het schipperslatijn geeft het verhaal extra charme. Van elk Waddeneiland krijgt de lezer interessante informatie voorgeschoteld en op elk eiland wordt er kennisgemaakt met eilanders die de rol van authentieke eilander krijgen toebedeeld. Wouter ontmoet karakters en raakt met velen bevriend. In de eilanders die Wouter op Ameland treft zijn echte Amelanders te herkennen. Dat ze niet met hun eigen naam in het verhaal staan genoemd komt wat kinderachtig over, temeer daar sommige locaties wel met hun echte naam worden beschreven, zoals Herberg De Zwaan en De Welvaart. Noem Dries gewoon Dries, laat K.D. gewoon K.D. heten en geef Piet Mark geen andere naam dan Piet Mark. Dat ze om de haverklap authentiek worden genoemd wordt een beetje flauw. Het Amelands van de mannen, zoals Van Putten het heeft opgeschreven, lijkt nergens naar. Daar had een redacteur die het dialect machtig is goed werk kunnen doen en anders had het Woa’deboek fan ut Amelands nog uitkomst kunnen bieden. Als je dan in dialect wilt schrijven, zorg dan dat het ergens op lijkt. 

Kijk ook goed naar de jaartallen op de commandeurshuizen, geef ik de schrijver graag mee. Die zijn voor het grootste deel uit de 18e eeuw, met een paar uit de 17e. Er is er een uit de 16e eeuw, maar dat is er maar één en tegelijk het oudste huis van het eiland. Merendeel is 18e eeuws.

Wouter bezoekt samen met zijn zeilmaten de eilanden Borkum en Ameland in december, op het moment dat daar de Sinterklaasrituelen spelen. Wouter en zijn vrienden maken het mee, maar blijven toch aan de buitenkant van de rituelen steken. Er klinkt geen Amelander shantymuziek in de café’s, tijdens Sunneklaas, om de doodeenvoudige reden dat er geen Amelander Shantymuziek bestaat. Shanties hoor je tijdens Muzikaal Bootwateren, in het derde weekend van juni, maar nauwelijks met Sunneklaas. Dat een van de maten van Wouter, gast op het eiland, met een trompet meeblaast met de Sunneklazen op hun roepers is ondenkbaar. De trompet hoort er niet, is een dissonant en zou alleen maar kunnen als het een onderdeel van een Sunneklaasact was. De schrijver heeft, niet gehinderd door zijn gebrek aan kennis en begrip, maar wat geschreven.


Er wordt heel wat gepsychologiseerd in het verhaal, alles tegen de achtergrond dat hoofdfiguur Wouter zichzelf hoopt te vinden. Hier en daar neigt het naar koketterie, een onplezierig uitvoerige uitleg van de zaken die voorbijkomen, een eigenwijze en soms wat pedante invulling van het verhaal, dat die pedanterie eigenlijk helemaal niet nodig heeft. Het is helemaal niet leuk om te lezen dat de schrijver zich niet kan beheersen, dat hij het nodig vindt zijn kennis te etaleren, aan komt zetten met titels van boeken en schrijvers, filosofen en analytici. Het moet diepgang aan het boek geven, net als de vele gedichten die erin voorkomen, maar het gaat over de rand van aangenaam leesvoer. Door de pedanterie gaat het irriteren. Ik geniet in ieder geval niet van al die uitstapjes, terwijl ik van het verhaal wel heb genoten. De reis is interessant, je leert wat over de eilanden en over het zeilen op een catamaran en je volgt de innerlijke reis van Wouter. De erotische escapades passen daar goed bij, het zuipen en lekker eten en het kameraadschappelijk omgaan met de mensen die ze ontmoeten ook. 



Het boek is gedrukt op papier dat zo wit is dat het blauw schijnt. Dat vind ik niet het fijnste leespapier. De bladspiegel is ruim van opzet, er is gebruikt gemaakt van een dubbele regelafstand. Het boek is net iets meer dan 400 pagina’s dik. Daar hadden een paar minder bomen voor hoeven worden vermalen, denk ik dan, als je een enkele regelafstand had gedaan en het boek 200 pagina’s minder dik was geworden. Door die extra regelafstand lijkt het ook meer dan het is. 

Het boek had wat betreft het dialect en ook wat betreft het Nederlands een redactie kunnen gebruiken. Er zitten wat schrijffouten in: een woord met drie a’s, een foute dt, een dubbel woord, van door dat vandoor moet zijn en meer van dat soort missertjes. Het is een leuk verhaal, waarin genoeg te beleven valt en dat lekker vlot leest. Met wat aantekeningen, een prima boek. 

Lees hier ook over De branding voorbij

maandag 21 augustus 2023

Hotel De jutter

Hotel De jutter
‘Hotel De jutter’ van Martin Scherstra is een sfeervolle familieroman die de lezers meeneemt naar het mooie Ameland. Tweelingbroers Sietse en Germ leren voor het eerst van elkaars bestaan als ze een telefoontje krijgen van een notaris; hun biologische moeder, die hen ter adoptie heeft afgestaan, is overleden en heeft hun flink geld nagelaten. Er zit wel een addertje onder het gras: de broers moeten samen het familiehotel De jutter op Ameland weer tot een succes maken.

Hotel De jutter leest tot op zekere hoogte lekker weg. Het verhaal van de tweelingbroers, die niet samen zijn opgegroeid omdat ze ter adoptie zijn afgestaan aan twee verschillende families, stimuleert tot doorlezen. Wat gaat er nog meer gebeuren? Hoe loopt het af? Wie is er op het eind gelukkig met wie? Je wilt het als lezer graag weten en daarom lees je door. Het hotel staat op Ameland en helaas heeft de schrijver daar wat fouten gemaakt. De veerboot vanuit Holwerd gaat niet 'op volle zee' en het hotel, dat tussen Buren en Nes in de duinen ligt kan niet uitkijken op de het strand langs de Waddenzee. Hotel De jutter staat tussen Nes en Buren in de Bramerduinen. Ook heeft de schrijver het over een belboei, die vanuit het hotel te horen zou zijn. Rond Ameland liggen geen belboeien, toch? We lezen het vaker in romans die op Ameland gesitueerd zijn, dat de schrijver de situatie ter plekke niet voldoende heeft bestudeerd. Hotel De jutter heeft dat helaas ook.
Wat me verder stoorde is de schrijfwijze van Scherstra. Belangwekkende situaties worden keer op keer herhaald, in iets andere bewoordingen. Het stoorde me dat ik drie, vier, vijf keer op een iets andere manier moest lezen hoe de mensen van Hotel Zeezicht en de familie van Hotel De jutter vroeger tegen elkaar streden en elkaars concurrenten waren. Hetzelfde geldt voor de beschrijving van de twee broers, de ene arrogant en een bullebak en de andere invoelend en aardig. Zo zitten er talloze beschrijvingen in het boek die wat mij betreft veel te vaak herhaald worden. Het ontlokt mij een "Ja, dat weet ik nu wel."
Ik heb het wel uitgelezen, dat wel, want ik was nieuwsgierig naar de afloop. 

  • Hotel De jutter
  • Martin Scherstra
  • Uitgeverij Zomer & Keuning
  • ISBN 9789020552294
  • €18,50
  • 21 augustus 2023


maandag 19 september 2022

Duinafslag

Duinafslag

Het verhaal van ‘Duinafslag’ speelt grotendeels op Ameland. Esmee krijgt een maand Ameland cadeau van haar moeder die kortgeleden is overleden. Het is leuk om naar Ameland te gaan, maar ook confronterend, omdat ze er nooit meer met haar moeder naartoe zal kunnen gaan. Op de veerboot ontmoet ze Finn, een jonge eilander. Ze maakt ook kennis met zijn vriend Daan, die op het eiland een hotel heeft, en de drie raken bevriend. Tussen Esmee en Finn groeit meer dan vriendschap, al gaat dat niet zonder slag of stoot. Finn is een jongeman die zich na een traumatische gebeurtenis heeft afgesloten. Het verhaal gaat over de ontwikkeling van de relatie tussen Esmee en Finn, die hoge pieken en diepe dalen kent. 


Het boek leest vlot en door de indeling in niet al te lange hoofdstukken kun je tussen de bedrijven door snel nog even een hoofdstuk doen. Het begin van het boek viel mij wat koud op m’n dak en de uitdrukking ‘herinneringen maken’ deed me gruwen. Wie doorzet naar het hoofdstuk dat begint met de reis van Esmee naar Ameland en de kennismaking met Finn komt terecht in een mooi verhaal dat het boek de moeite waard maakt. De vrijpartijen tussen de twee zijn erg fraai uit de pen gekomen.

Een paar kritische kanttekeningen heb ik wel bij ‘Duinafslag’. Welke jongeman zegt bij een eerste kennismaking met een jonge vrouw ‘Hoi, ik ben Daan. Met wie heb ik het genoegen?’ Deze binnenkomer komt vaker in het boek voor en hij doet gekunsteld aan. Lelijk vind ik het wederkerig gebruik van het werkwoord bedenken. ‘Ik bedenk me’ staat vaker in het boek dan mij lief is. Volgens de taalregels is het goed, maar het wordt in dit verhaal net te vaak gebruikt. Meermalen had een niet wederkerige versie mooier uitgepakt en hadden variaties in taalgebruik het boek lezenswaardiger gemaakt. Wat variatie op het woord 'hoewel' had mij ook deugd gedaan. Het 'hoewel' misstaat veelal, vooral aan het begin van een zin. Tot slot staan er een paar schrijffouten in: dubbele woorden, een d die een t had moeten zijn, een die in plaats van een dat en een niet kloppende uitdrukking, zoals ‘op een haar en een snaar na’. Die laatste is een niet zo fraaie variatie op de mooie uitdrukking ‘op haren en snaren.’ 

Lichte ergernis komt bij mij als Amelander opzetten als een schrijver een verhaal laat afspelen op Ameland zonder dat de feitelijkheden over dat eiland kloppen. Om te beginnen zeggen eilanders ‘op Ameland’ en niet ‘in Ameland’. Verder kan er geen auto mee op de snelboot en ga je vanaf het eiland niet ‘aan land’ maar ‘naar het vaste land’. Een eilander zal ook nooit zeggen dat hij ‘in het dorpje Hollum’ woont. Een eilander heeft zoveel respect voor zijn woonplaats dat hij het altijd als ‘dorp’ zal kwalificeren. Als schrijver moet je wel je onderzoek doen en eens in de kroeg gaan zitten en met de eilanders praten. Daar had het boek bij gewonnen. Wie in tien minuten van de boot naar Boomhiemke rijdt, om nog een voorbeeld te noemen, heeft zeker de maximum snelheid overtreden en het vakantiehuis dat via Boomhiemke gehuurd wordt heeft echt geen uitzicht op zee. Er bestaat wel een huisje met uitzicht op zee, Huisje Duin, maar dat wordt door Sier aan Zee verhuurd. Dat zijn, wat mij betreft, onvergeeflijke missertjes. Van een schrijver die een verhaal op Ameland laat afspelen mag je op z’n minst verwachten dat het decor klopt en Ameland echt Ameland is en niet een fantasie eiland. 

Het is fijn om te merken dat Ameland een inspiratiebron is voor schrijvers en het is jammer om te zien dat lang niet al die schrijvers het eiland recht doen. Politiethriller Getuige is een voorbeeld hoe dat verkeerd uitpakt. Zo erg is het met 'Duinafslag' niet, maar dat het eilandser had gekund, staat als een strandpaal boven water. 

Op Vraag & Aanbod Ameland staat een tweedehands exemplaar te koop.

Duinafslag

  • Ryanne Veldkamp
  • Uitgeverij Hartklopper
  • ISBN 9789083081687
  • September 2022
  • € 18,95
Beleef je plezier aan dit blog en helpen de posts je op weg uitgaven over Ameland te vinden? Doneer dan op Ko-fi een kopje koffie van € 2,-- als waardering voor de blogger 💜.  Klik hier voor de link.

zaterdag 15 januari 2022

De stem van het water - recensie

'De stem van het water' van Hylke Speerstra heeft als ondertitel 'Getuigenissen van de vroegere schipperij'.  Het is een omnibus, een bundeling verhalen die in de jaren '70 in vier afzonderlijke boeken het licht zagen: 'Kop in de wind', 'De laatste echte schippers', 'Schippers van de zee' en Bij nacht en ontij.' Verhalen over de vaklui die het vrachtvervoer over water als hun specialiteit hadden. Het is helemaal nog niet zo lang geleden dat dit de manier van goederenvervoer was. 

De titel van het boek doet meteen denken aan de film van Bert Haanstra, een documentaire uit 1966 over de band van de Nederlanders met het water. Dit boek van Speerstra met precies dezelfde titel gaat niet over spelen en sporten op en in het water, ook niet over baggeren, dijken bouwen en spelevaren. Speerstra heeft het over een uitgestorven beroepsgroep. Hij sprak met schippers en hun vrouwen, van Ameland tot Maastricht. Tientallen gesprekken voerde hij en de mooiste verhalen tekende hij op. 

Van Ameland is het verhaal 'Hoop', waarin Hindrik Hofker vertelt over de beurtvaart. Een spannend verhaal met dekoverspoelende golven, sloepen die wegspoelen, de vrouw van Hofker die noodgedwongen mee moest varen omdat de knecht een ledemaat had gebroken. Bloedstollend is de geschiedenis over de tocht waarbij Riek aan het helmhout stond tijdens een gruwelijke storm. Hindrik dacht dat hij haar kwijt was, maar ze was er nog en had het helmhout weten vast te houden. Hofker gaat ook met Speerstra naar het kerkhof en toont hem het graf van zijn vader en van een 15-jarige jongen. Hij zag veel goeds in een dam naar het vasteland. Alle kans dat die jongen, die zijn 16e verjaardag niet haalde, dan op tijd het ziekenhuis had gehaald. Met een dam is er meer hoop, vindt Hofker.  

Speerstra treft de wereld van een eeuw geleden en schetst de zeilvaart van die tijd met alle gebruiken en vaktermen van dien en met oog voor de mensen die hem hun verhalen toevertrouwden. Bij een ieder met een beetje liefde voor het water, zal het hart opengaan bij deze fantastische geschiedenissen. Ameland is vertegenwoordigd met dat ene verhaal van Hindrik Hofker, de Waddenzee komt er meermalen in voor en van Schiermonnikoog zijn de anekdotes van Mees Toxopeus een lust om te lezen. Wat zijn naam betekent, hoe hij berger Doeksen van Terschelling hielp en waarom hij nooit meer een kaartje voor de veerboot naar Terschelling hoefde te betalen. Smakelijk is het verhaal over het bezoek van Toxopeus aan het paleis van Juliana en Bernhard, op een dag dat hij vergat een stevig ontbijt te eten. Het werd een dag van de rammelende maag, want hij kreeg koffie en een koekje, maar een fatsoenlijke maaltijd zat er niet in. 

Lees hier wat het boek kost en waar je het kunt bestellen. Hou je van zeilvaart en van mooie verhalen? Doe jezelf dan een plezier en koop het of zet het op je verlanglijstje. Het is smullen, van de eerste tot de laatste letter.

Beleef je plezier aan dit blog en helpen de posts je op weg uitgaven over Ameland te vinden? Doneer dan op Ko-fi een kopje koffie van € 2,-- als waardering voor de blogger 💜.  Klik hier voor de link.

woensdag 22 december 2021

Getuige - Ameland Politiethriller

Ik had nog een recensie van het boek 'Getuige' beloofd, de politiethriller die, zoals op het kaft staat gedrukt, op Ameland speelt. Op de voorkant staat niks herkenbaar Amelands, geen vuurtoren of ander beeldbepalend silhouet. Dat zie je bij de meeste schrijvers die een verhaal op Ameland situeren wel. Gert van Veen doet dat niet en slaat dat marketing element over. Het past bij de inhoud van het boek, want eigenlijk gaat het helemaal niet over Ameland. De eilandnaam wordt gebruikt. De plaat op de voorkant weerspiegelt niets van de inhoud van het boek, dus wat moet die hand boven dat water, is de vraag.

Het decor waar de misdaden plaatsvinden wringt aan alle kanten. Het lezen van de vele ongerijmdheden doet zeer aan de kiezen. Afgezien van het feit dat je je eerst door veel geonaneer heen moet werken, klopt er zoveel niet dat elke Ameland-kenner hoofdschuddend verder leest. Als hij al niet het bijltje erbij neergooit. 

Amelanders zijn stug, aan de Noordzijde van het eiland ligt de Waddenzee, er moet worden betaald voor parkeren op piepkleine parkeerterreintjes en daar staat ook nog eens een parkeerwachter, de Oranjeweg wordt Oranjestraat genoemd, eilanders hebben wel drie sloten op hun voordeuren, het is een schande om als gescheiden vrouw op het eiland te leven en je krijgt ouderlingen aan de deur om daar eens een flinke vermanende boom over op te zetten, de veerbootkaarten voor passagiers worden in Nes gescand, de politieman die al jaren op het eiland woont moet zijn ID laten zien aan de matrozen van Wagenborg én het eiland is streng gereformeerd gemaakt. De schrijver projecteert een Bijbelgordelse houding ten opzichte van homoseksualiteit op de liberale eilandgemeenschap. 

In een interview in een lokale krant uit het midden van het land bagatelliseert de schrijver een foutje. Als dat het enige is, tekent de interviewer op uit Van Veens mond, dat een pinautomaat niet meer staat waar hij schrijft dat hij staat! Nee, Van Veen, dat is niet het enige. Het boek barst van de dingen die niet kloppen, zoals de één euro vijftig voor een kopje koffie aan boord. Dat mochten we willen! En dan de NAM-locatie op Oost-Ameland. Schrijvers van spannende boeken laten zich graag inspireren door die locatie. Lies van der Wal - Oosterhoff uit Aduard gebruikt het in haar boek ‘De dood van een mooie vrouw’. En nee, Van Veen, die NAM-locatie is geen proeflocatie. 

Slordig is de foutieve schijfwijze van achternamen met een lidwoord. Agent De Groot wordt telkens de Groot genoemd. Gemiste kans is de secretaresse die Mosterdman heet. Mosterman is veel mooier en in ieder geval Amelandser. 

Als je dan niet van Ameland houdt - het eiland is vierde keus van de hoofdfiguur - en je er niet voldoende in verdiept om de plaats delict een serieuze plek in het verhaal te geven, waarom situeer je de thriller dan op Ameland? Waarom niet op Schouwen-Duiveland of in Zeewolde? Die twee mogen zich trouwens gelukkig prijzen dat die eer aan hen voorbijging.

Het verhaal wisselt steeds van perspectief, wordt verteld vanuit verschillende figuren, waarbij de moordenaar de hoofdfiguur is. Dat is vakkundig gedaan. Als lezer moet je het koppie erbij houden om snel te ontdekken wie er nu weer spreekt. Eenderde van het boek is ploegen, traag en hier en daar irritant. Pas na de eerste moord komt de vaart erin. Dan wordt het best spannend. Maar om het Ameland Politiethriller te noemen? Nee. Wat mij betreft kwestietje misbruik van een eilandnaam. Gelukkig is het fictie.

Lees hier ook over Getuige en bekijk de promo's.

vrijdag 10 juni 2011

Column - En de Oscar gaat naar ...

Ieder zijn vak. Ik ben geen filmrecensent, zodat ik me niet waag aan een volgens de kunsten van het recensentenvak verantwoorde beoordeling van de film Penny’s Shadow. Bovendien ben ik al lang niet meer objectief. In augustus en september van 2010 hebben we zo genoten van de opnames en alle drukte daaromheen en heb ik zoveel Amelanders gezien die vol enthousiasme meededen als figurant en daar uren wachten voor over hadden, dat ik niet anders dan met enige weemoed naar de film uitkeek. Weemoed vanwege al de reuring tijdens de opnames, de opnamelol en het acteerplezier, dat na een aantal maanden plaats moet maken voor het ‘gewone leven.’ De schrik om de recensie van Arman Avsaroglu was dan ook hevig. Hij vindt dat de film slecht in elkaar zit en dat het acteerwerk van een bedroevend laag niveau is. Het scenario stapelt cliché op cliché, zegt Arman. De doelgroep zal genieten, denkt de recensent, maar voor de iets oudere kijker noemt hij Penny’s Shadow een “lijdensweg.” Ik heb ook wel wat dingetjes gezien, waarvan ik denk: Klopt niet helemaal, maar een lijdensweg die naar de sfeer net zo goed in de jaren vijftig had kunnen spelen? Nee, zo heb ik de film niet beleefd. Alsof er trouwens iets mis is met een film die in de jaren vijftig speelt. Het echte leven dringt zich wreed genoeg aan ons op. Is het niet heerlijk om de gordijntjes dicht te trekken, het draadjesvlees op het oliestelletje te laten sudderen en de geraniums nog iets dichter tegen elkaar te schuiven om je in het jaren vijftig interieur te wentelen in een filmwerkelijkheid? Ik teken er voor. Af en toe.

Avsaroglu had misschien een zwaar weekend achter de rug toen hij de film recenseerde. Het staat echter als een paal boven water dat zijn kritiek ons plezier in deze film niet vergalt. De film is leuk en de beelden zijn prachtig. Een lijdensweg is het allerminst. Ameland heeft nog jarenlang plezier van dit project: een film uit de jaren tien. En Theo… die verdient een Oscarretje!

Jeanet F. de Jong