![]() |
| Agenda 2021 |
- Kunstagenda 2021
- Uitgegeven door Kunstmaand Ameland
- November 2020
Ameland uitgaven verzameld in één blog. Mis je een? Laat het weten, dan nemen we hem op. Met enige regelmaat plaatsen we een 'moaiste woa'd fan ut Amelands' en een column. Ga voor de oudere uitgaven naar 1971 in het archief en ga dan naar 'Oudere posts'. De oudste post is over een uitgave uit 1441. Het Blog wordt aangevuld met wat er maar aan bijzonders over het eiland te vertellen is, over verhalenavonden van Ameland Vertel! en over trekharmonica avonturen. Opgetekend door Jeanet de Jong.
![]() |
| Agenda 2021 |
Eilandgedichten is een boek van Ian MacMenamin, met illustraties van Claudia Kessels.
Gedichten en illustraties vinden hun oorsprong op Ameland.
Ian MacMenamin komt vaak op Ameland en woont er tijdelijk. Eilandgedichten is zijn eerste boek. Ian MacMenamin schrijft al enkele jaren actief. Voorheen schreef hij hoofdzakelijk voor theater in Schotland.
Claudi Kessels woont in Amsterdam en ook zij bezocht het eiland om inspiratie op te doen voor haar wonderschone illustraties.
De gedichtenbundel kost 20 euro en is via de website Eilandgedichten.net te bestellen en bij verschillende winkels op het eiland, waaronder De Mispel en Wijnen van Egbert.
Lees hier meer over Eilandgedichten.
'Migratiedynamiek op de Waddeneilanden' is een rapport van de Waddenacademie over het komen en gaan van eilandbewoners. Wie vertrekt is vaak jong en nog niet bemiddeld, wat komt is vaak 55+ en gearriveerd. Die migratie heeft grote impact op de eilanden, met als afschrikwekkende voorbeelden Norderney en Sylt.
Migratiedynamiek op de Waddeneilanden
De Waddenacademie deed er onderzoek naar en liet dit rapport, Position paper, opstellen.
Het rapport is online te lezen via deze link.
Het is nooit fijn om negatief te zijn. Het is altijd leuker om te lachen en te zeggen “Komt goed!”, een duimpje op te geven of een lachebekje te plaatsen. Positief valt altijd beter dan negatief, behalve bij de coronatest. “Gefeliciteerd!”, zegt buurman B. Hij rijdt voorbij, stopt, rijdt achteruit tot hij ter hoogte van mij is en zijn raampje openrolt. “Een felesetasie wea’dech!” Jazeker, dat is het. Bedankt, buurman B! En zo kwamen er op diverse manieren felicitaties en harten onder de riem binnen.
Na een paar dagen wachten en thuisquarantaine was het verlossende telefoontje eindelijk daar. Hoe blij kun je zijn met een negatieve uitkomst! Heel blij en opgelucht, al galmen de woorden van de GGD-meneer wel wat verontrustend na. “Op het moment van de test was u negatief.” We doen daarom nog maar even kalm aan en gaan niet naar de supermarkt. Er is altijd wel een schoonzus die de boodschapjes wil verzorgen. Die rollen beskuut willen we niet missen. Groenteboer B bezorgde al aardbeitjes aan huis en zo komen zus G en ik ruimschoots aan onze vitaminen.
Zelf had ik nog een paar boodschapjes staan voor broer C die in De Stelp woont. Wat shampoo, tandpasta. Van die dingen. Noodzakelijke poetsmiddelen, zeg maar. Dat wilde ik hem even brengen; registreerde me in de map die bij de ingang klaarligt, desinfecteerde mijn handen en wilde net via de schuifdeuren naar binnen stappen, toen een medewerkster me tegenhield. Ze hadden de regels goed bestudeerd en het protocol er nog eens op nageplozen: ik mocht tot en met zaterdag niet in De Stelp komen. Het zette me na de blijdschap om het negatief weer even met beide benen op de grond.
Dit is nog lang niet over, we rollen van het ene in het andere.
Nog geen halve dag later komt het bericht van Kwadrant dat bezoekers en vrijwilligers in De Stelp een mondkapje moeten dragen. Ze hebben groot gelijk hoor, dat ze de regels aanscherpen en je zult mij er niet over horen klagen. Ik ga terug en stap het huis van zus G weer binnen. Daar zie ik een half bakje aardbeien over de keukenvloer rollen. U weet wel wat wij daarmee doen: opzoeken, afspoelen en heerlijk opsmikkelen. “Nôch noait soa’n lekker aardbeike hat!” Dat zeiden we niet, maar het had gekund.
Jeanet de Jong
![]() |
| Het groene boekje 2021 |
Nederland telt 135 Natuurkampeerterreinen in Nederland. In het groene boekje staat ook die ene in België en 12 natuurcampings in Frankrijk. De kleinschalige terreinen liggen op bijzondere landgoederen, in eeuwenoude bossen, maar ook in knusse boomgaarden en op idyllische plekjes aan het water. Die van Ameland ligt jij het bos en op een enkele meters afstand van de duinen met daarachter het strand.
Het groene boekje voor kamperen in de natuur is te koop via de webwinkel van VVV Ameland.
Thuisquarantaine is geen pretje. Trouwens, die test daar hoef je al helemaal niet naar te solliciteren. Het is ronduit onaangenaam, dat stokje diep in je neus. Het is alsof van binnenuit je hersens worden gekieteld en al roept kietelen op zich doorgaans een fijne sensatie op, deze testkietel hoort daar echt niet bij.
“Slaan jimme elkaar de ha'sjes al in?” vraagt nicht I, die even videobelt vanaf haar vakantieadres. We zitten net één dag in thuisquarantaine, zuster G en ik, bij wie ik, dacht ik vorig jaar nog, voor hooguit een paar maanden zou intrekken. Dat liep wat anders en inmiddels wonen we op een maand na een jaar bij elkaar in haar huis. De verbouwing van mijn huisje aan de Westerlaan liep een ietwat uit. We kunnen het best vinden en van elkaar de hersens inslaan is geen sprake. We gooien er af en toe maar een grap in, want lachen breekt spanning en maakt zelfs de zelfisolatie dragelijk.
Vanmorgen liet zus G haar net zorgvuldig gesmeerde en belegde beschuitje met kaas op de grond vallen. Het parket zat onder de kruimels, boter en kaas. “Gelukkech kin je hier fan'e floer ete!” zei ik. G raapte haar beschuitje op en verzamelde de stukjes beleg, terwijl ik een stuk van de keukenrol scheurde om boter weg te poetsen. De beschuit werd weer klaargemaakt voor consumptie. Na een paar happen zei zus onderkoeld: “Nôch noait so’n lekker beskuutke hat!” Dan weet je wat je te doen staat, zei ik. "Je flikkere gewoan elke beskuut die je fanôf nou ete gane op de floer!" Zus G rolde zowat uit haar stoel van het lachen.
Morgen komt hopelijk de uitslag van onze test en anders wordt het donderdag.
Jeanet de Jong
‘Schoem of De voarende Zoltkamper’ is een Groningse novelle van Ingeborg Nienhuis van Greunen Tekst & Media schreef het boek en Stichting 't Grunneger Bouk gaf het uit.
Schoem gaat over een hechte vriendengroep jongens, garnalenvissers die met hun kotters de Waddenzee oversteken en de zee op gaan. In het weekend zoeken de maten het avontuur in en buiten de kroeg. Het boek gaat over de subcultuur van de jonge schippers uit Zoutkamp. Zij vieren onder meer het Sinterklaaslopen (net een beetje anders, maar toch ook een beetje) net als Amelanders. Ameland zelf komt ook in het verhaal voor. Een oom en tante van de schrijfster (Gribbert en Aafke de Boer) woonden daar vroeger en zij ging er in haar jeugd op vakantie en komt er soms voor paardrijwedstrijd. Vanwege haar eilandliefde mocht Ameland niet in het boek ontbreken. Mijn oom en tante woonden (alweer decennia gelden...) ook in Hollum.
Uit het boek: "Noa n wat kolle julimoand was t veur t eerst van zummer stroalend weer. Onder dij zunnege omstandegheden stoomden Hades en zien schipper nog ainmoal noar zee om wat ‘buussinten’ te verdainen veur aankomende weken: heur vekaanzie. Hades haar der zin ien: mit zien kammeroaden haar hai òfproat ien zulfde weken vrij te nemen – schippers dij lutje kiender haren kwam dat goud oet – en mit t Toxenschip zollen zai nog n week noar Oamelaand (‘Nooit weer noar Terschelling!’ haar Tox zègd, dij deur n Terschellings wicht aan kaant zet was noa hoast n joar verkeren – en tegenworreg aal weken n stuk of wat aander scharrels haar). Mit zuks weer leek Hades dat wel wat tou. t Wotter was mooi kaalm. Nait dat Hades nog aal beroerd wer van hoge golven (vrouger haar zien moe din pildjes veur hom kòcht tegen zeezaikte), mor dikke koppen op Noordzee, doar mos hai bie störm en roeg weer nog aaltied tegen sloeken."
Over het verhaal: De jongens gaan vaak op een Waddeneiland vakantie vieren. Een van hen is aan de kant gezet door een Terschellings meisje en wil daarom nooit meer naar Terschelling. Nobeltje komt later in het boek ook nog terug, wanneer de as van een op zee gebleven schipper wordt uitgestrooid, er Biscaya van James Last en Sailing Home van The Cats wordt gespeeld en een glas wordt geheven. Hoofdpersoon Hades verheugt zich enorm op deze groepsvakantie naar Ameland, maar tijdens hun laatste vaart voordien komt er een zeemijn in zijn netten terecht.
In 2021 schreef ze de Nederlandstalige roman 'Randfiguren'. Dat verhaal gaat helemaal over het wonen aan het Wad, maar daar komt Ameland niet in voor. Schiermonnikoog wel.
De schrijfster groeide op in Zoutkamp en is nog altijd aan het Groningse dorp verknocht. ‘Schoem of De voarende Zoltkamper’ is haar debuut.
Het boek is (mei 2022) uitverkocht, maar er wordt nagedacht over een herdruk. Wie belangstelling voor het boek heeft kan contact opnemen met Ingeborg Nienhuis via deze link.
"It kin net!" zegt de Fries en elke niet-Fries vraagt zich dan af of het nu wel of net niet kan. In het Amelands is er geen twijfel mogelijk: Ut kin niët! Het kan gewoonweg niet, dit jaar. Tweetwintig gaat toch al de boeken in als een sleeuw jaar. Het eiland had een stille Pasen, zag lege parkeerterreinen met Pinksteren, had geen Koningsdagoptocht en vierde niet eens 75 Jaar Vrij. Het was niet fijn, hier en daar verrekte jammer zelfs, maar het was nu ook weer niet het einde van de wereld. Daar zou het coronavirus wel eens voor kunnen zorgen, en anders wel de smeltende gletsjers van Groenland.
Dit jaar zal ook herinnerd worden als het jaar van een uiterst sobere Sinterklaasviering. Ik durf te voorspellen dat Sinterklaas het zal moeten doen zonder grote inhuldiging, zonder volle straten en zonder het geven van handen. Ook dat is niet het einde van de wereld.
Niemand op het eiland hoeft er aan te twijfelen dat Sinterklaas in december 2020 zijn verjaardag klein viert. Het gezang en het jolijt dat het feest van 5 december zo kenmerkt zal niet verder strekken dan de eigen huiskamer. In 2020 is namelijk alles anders. Niemand op Ameland is de baas over de traditie en daarmee is iedereen de baas. En wie het niet wil geloven kan het z'n maten vragen. Zij kunnen op basis van de gebeurtenissen van het afgelopen half jaar niet anders dan zeggen (met tranen in de ogen, dat wel): "Ut kin niët, ut kin niët, ut kin echt niët."
Jeanet de Jong