Posts tonen met het label Spitsbergen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spitsbergen. Alle posts tonen

zondag 25 augustus 2024

Column - Zin in

Afgelopen vrijdag was ik op werkbezoek in Tresoar, de snoepwinkel op het gebied van geschiedenis van Friesland, aan het Oldehoofsterkerkhof en onder de scheve toren van de Oldehove. Een prachtige plek en snel te bereiken vanaf de bushalte Harlingersingel, vlakbij Us Mem. Het ging mij om informatie voor een verhaal dat ik in Bremen ga vertellen tijdens het internationale vertelfestival Feuerspuren. Daar was ik al eerder, als vertegenwoordiger van Ameland Vertel! en dat beviel heel goed. Vorig jaar stond ik samen met Hans-Jürgen in een wasserette tussen draaiende wasmachines een tweetalig verhaal te vertellen. Hij in het Duits en ik daar doorheen in het Amelands. We hadden succes en haalden met foto en tekst de Weser Kurier. Zoiets smaakt naar meer en deze keer gaan we het over de Bremer Walfishfang hebben, avonturen waar onze Hidde Dirks Kat over mee heeft kunnen praten. Het thema gaat over moed, Wo der Mut wohnt en moed kan walvisvaarders uit de 18e eeuw niet ontzegd worden. 

Het is een van de drie grote vertelprojecten waar ik nu mee bezig ben. Het tweede is de opvolger van Kruiend IJs en Noorderlicht, de voorstelling met zang, gitaar, trekharmonica en vertellen die uit het niets ontstond en zich binnen een half jaar ontwikkelde tot een stuk waar je mee voor de dag kunt komen.

Na mijn bezoek aan Tresoar maakte ik een slag over de markt. Er waren weinig kramen, het is nog vakantieperiode en het was slecht weer, maar mijn favoriete biologische groenteboer stond er. Meestal word ik door de man met krullen geholpen, maar deze keer was het een vrouw. Het is een Friese kraam, zodat ik me vrij voel Amelands te praten met wat Friese woorden erdoorheen. ‘Komme jo uut de Bildt’, vroeg de groenteboerin. Nee, sprak ik, ik kom van Ameland, maar het Amelands liekt erg op het Bildts. En toen ging er bij haar een lichtje branden. Ze had me gezien en gehoord op Omrop Fryslân over onze voorstelling in de Doopsgezinde kerk aan de Wirdumerdijk. Ze had ons graag willen zien, maar kon die 14e juli niet. Ze is van die kerk, zei ze nog. Als we onze volgende voorstelling ook weer in Leeuwarden mogen spelen, komt ze vast en zeker kijken. Die volgende voorstelling staat al in de steigers.

Het derde vertelproject is een geval apart. De vorm is duidelijk, aan de inhoud wordt gewerkt. Het gaat over een trekharmonica die met een Italiaanse emigrant mee verhuist naar La Merika en daar de meest mooie en gruwelijke geschiedenissen meemaakt in de tijd dat Amerika volstroomde met immigranten uit alle hoeken van de wereld, maar vooral uit Italië, Ierland, Duitsland, Nederland en China. Het weemoedige Sicilia Mia staat geprogrammeerd als een van de muziekstukken die op trekharmonica gespeeld gaat worden. Niet door mij, in dit geval. Jullie horen er nog van.

Komende vrijdag mag ik wèl op de trekharmonica. Dan spelen we Kruiend IJs en Noorderlicht nog een keer, op de Burgemeester Walda School. In oktober staan we voor de Vrouwen van Nu. Of we in de herfstvakantie of in de Kunstmaand nog eens met zang, gitaar en harmonica naar Spitsbergen trekken laat ik weten. Hou dit blog en de agenda maar goed in de gaten. Wel is 23 maart 2025 al afgesproken, dan staan we in de Doopsgezinde kerk in Holwert. Bij Rob en Giel. Nu al zin in.


Jeanet F. de Jong


Tik Column in bij 'Zoeken in dit blog' of klik op Label 'column' onder dit bericht om meer columns te lezen.


zaterdag 30 september 2023

Column - Eskimoland en XR

Bioloog Niko Tinbergen reisde in 1932 met zijn vrouw Lies Rutten naar Groenland, verbleef er meer dan een jaar en schreef er een boek over met de titel Eskimoland. Niko en Lies vonden het in Groenland prachtig, zowel het landschap als de bewoners en de dieren. Ze woonden maandenlang in een tent en onderzochten vogels, leerden kajakken en aten robbenvlees. Niko Tinbergen vergelijkt de schoonheid van het Groenlandse landschap met de Boschplaat van Terschelling, waar hij ook lyrisch over is. Hij kende waarschijnlijk het Oerd en de Ho’n niet, want anders had hij die vast in één adem genoemd met het oostelijke puntje van ons buureiland. In een recent krantenartikel werden juist deze Boschplaat en de Ho’n genoemd als eerste lokale prooien van de zeespiegelstijging.

Velen en ook de mensen van Extinction Rebellion, letterlijk vertaald ‘rebellie tegen het uitsterven’, maken zich zorgen over de klimaat- en ecologische crisis en het leven op Aarde. Ik reageer soms op Facebook of tik een column, XR demonstreert. Geweldloos. Gewone mensen uit alle hoeken van het land en van alle leeftijden. Veel te vaak worden ze “werkschuw tuig” en “klimaatradicalen” genoemd. Nepnieuws wordt verspreid, als zouden ze dik betaald worden voor hun aanwezigheid. Alle agressie van de tegenstanders wordt samengebald in het begrip “idioten”. Je hoeft niet eens diep in de sociale media te graven om over dit soort kreten te struikelen. Een Amelander politicus schrijft zelfs dat de brandslang met kokendheet water op de demonstranten moet worden gericht. Het Amelander CDA had daar natuurlijk allang tegen op moeten treden.


Ik ken twee op Ameland geboren XR-demonstranten die regelmatig aanschuiven op de A12. In beide gevallen zeker geen werkschuw tuig. Het zijn hardwerkende oud-Amelanders die voor eigen rekening tijd vrijmaken om te demonstreren, omdat ze zich zorgen maken over het leven op onze planeet. Ze willen dat de overheid stopt met kortingen en subsidies aan fossiele bedrijven.

Monaco gletsjer Spitsbergen - Foto Jeanet de Jong
Op Groenland, waar Niko en Lies Tinbergen zaten, was ik nog nooit. Ik zat afgelopen juni iets noordelijker, op Spitsbergen. Daar zag ik de Monaco gletsjer in de Liefdefjord, een grote gletsjer die zijn naam kreeg door Prins Albert I van Monaco, de betovergrootvader van de huidige prins Albert. Albert I was enorm geïnteresseerd in oceanografie en bezocht Spitsbergen een aantal keren. Hij maakte foto’s van de Monaco gletsjer. Prins Albert II volgde nog niet zo lang geleden dat spoor en ging ook naar Noord-Spitsbergen. Hij vergeleek de foto’s van Albert I met die hij zelf knipte en zag dat de gletsjer zich in de tussenliggende honderd jaar kilometers had teruggetrokken. Vandaag de dag storten met enige regelmaat enorme brokken gletsjerijs in de Liefdefjord.

Eskimoland

Het boek Eskimoland is geschreven in een tijd dat eskimo’s nog op traditionele wijze leefden en op robben joegen, toen winters nog echte winters waren. Niko maakte zich zorgen of de traditionele leefwijze bestand zou zijn tegen de veranderende tijd. De zorgen van de bioloog blijken terecht te zijn geweest. Over temperatuurstijging met alle consequenties van dien rept hij niet. Dat speelde in de jaren 30 van de vorige eeuw nog niet zo nadrukkelijk.

Ondertussen slaapwandelen wij verder naar de afgrond, zoals Greta Thunberg dat zo helder verwoordt, en vraag ik mij af wie er nu werkelijk stompzinnig is. Die twee XR-demonstranten van Amelander afkomst zeker niet. Mooi boek, overigens, dat Eskimoland.


Jeanet de Jong

zaterdag 22 juli 2023

Column - Sysselman

Sysselman

Mijn reis naar Spitsbergen was een reis in het spoor van Hidde Dirks Kat. Eigenlijk ook in het spoor van buurman Willem Barentsz. Die Terschellinger was geen walvisvaarder, maar een ontdekkingsreiziger die in de zestiende eeuw de noordoostelijke doorvaart zocht. Hij zag Spitsbergen en gaf de eilandketen zijn toepasselijke naam. Barentsz zag ook een heleboel walvissen en zag kansen voor Nederlandse walvisvaart. In de zeventiende eeuw waren de wateren rond Spitsbergen dé jachtgebieden van Nederlandse en Engelse walvisjagers. Er werd goud geld verdiend en de mannen bouwden zelfs nederzettingen op Smeerenburg.

Toen de walvissen waren weggevangen richtten de jagers zich op pelsdieren: robben, vossen en ook ijsberen. Weer een eeuw later werd het gebied studieobject van geografen en geologen en eind 19e eeuw werd er een grote voorraad steenkool ontdekt. De eilanden werden terrein van mijnbouwactiviteiten. 

Feitelijk is Spitsbergen zo Nederlands als wat, maar Nederland heeft het land nooit echt gekoloniseerd. Denemarken wilde het hebben, maar uiteindelijk ontfermde Noorwegen zich over de eilandengroep. Nu is het een Noors territorium, zonder integraal onderdeel uit te maken van Noorwegen. De Noren hebben een sysselman gestationeerd op Spitsbergen dat zij Svalbard noemen en dat oud Noors is voor 'koude kust'. Een sysselman, het mooiste woord van deze week, is een gouverneur, vertegenwoordiger van de Noorse kroon. Hij is ook hoofd van de politie, notaris en hulprechter, als er even geen rechter op Spitsbergen is. De sysselman heeft een aantal inspecteurs in dienst die heel strikt handhaven. Dat gaat van veiligheid aan boord tot bewaken van beschermde gebieden. Als de handhaver ziet dat een expeditieschip zoals die waar ik op meevoer rommel overboord gooit, dan is het schip zijn vergunning direct kwijt. Er mag geen pakijs kapotgevaren worden, er mogen geen vogels, zeehonden, poolvossen, ijsberen of walvissen worden verstoord. Zelfs de communicatie tussen verschillende expeditieschepen wordt gecontroleerd om te voorkomen dat er opeens een vloot in een fjord ligt waar een ijsbeer is gesignaleerd.

Zo'n sysselman, en dan vooral de handhavers, zou op Ameland veel kunnen betekenen. Het raggen door de duinen, met loslopende honden of op de fiets, zou dan snel over zijn. Door strenge doch rechtvaardige handhaving houdt Noorwegen Spitsbergen mooi. Zelfs roestige restanten van wat in de Tweede Wereldoorlog een weerstation van de Duitsers was wordt bewaard en bewaakt als historische locatie van belang. Je mag nog geen roestige bout meenemen als souvenir. Hetzelfde geldt voor de locatie van Smeerenburg en het eiland waarvandaan ballonvaarder Salomon August Andrée van Spitsbergen naar Alaska wilde vliegen, over de Noordpool. Het is hem niet gelukt, hij kwam in 1897 samen met twee medereizigers om. Het strand op Spitsbergen van waaruit ze waren gestart achterlatend vol spullen. Souvenirjagers gaan daar wat graag los, maar als de sysselman of een van zijn handlangers er ook maar iets van bespeurt, dan ben je nog niet jarig. De regels worden heel goed uitgelegd op een grote sticker die je overal tegenkomt: aan boord van onze Hondius, in het museum, in de winkels en restaurants. Je ziet eigenlijk nergens borden met verboden en geboden, maar wel stickers met aanbevelingen, tips en ook wat verboden, teksten die vragen om respect voor het land. Zelfs 'Koop lokaal' staat erbij, 'Support the community.'

Het is een sympatieke en duidelijke manier om te laten weten wat er kan en niet kan. In de geest van de 'Liefde voor Ameland' campagne. Als je echt om Ameland geeft dan hou je de hond aan de lijn, rook je niet in de natuur en gooi je al helemaal geen peuk weg en fiets je niet door en over de duinen maar via het fietspad. En wie dat niks vindt krijgt de sysselman op z'n nek, die wordt van Spitsbergen gebonjourd en die moet vooral niet meer naar Ameland komen. Totdat de #LiefdevoorAmeland echt is ingedaald.

Jeanet de Jong
jeanet.de.jong@knid.nl
twitter.com/JeanetFdeJong

Tik Column in bij 'Zoeken in dit blog' of klik op Label 'column' onder dit bericht om meer columns te lezen.

zaterdag 15 juli 2023

Column - Kruipende klaproos

Kruipende klaproos

Sinds ik van Spitsbergen terug ben op het eiland is er zoveel gebeurd, dat het die reis naar het noorden makkelijk onder had kunnen sneeuwen. Meteen bij thuiskomst begonnen de veerboot perikelen, daarna viel het kabinet en toen kwam van het ene na het andere politieke dier de mededeling van vertrek uit de politieke arena. Over het ene onderwerp maak ik me druk en over het andere drukker en toch is Spitsbergen nog niet ondergesneeuwd. Er is nog veel over te vertellen en ik was er maar een dikke week. Een onvoorstelbaar mooi landschap is het, als je van onherbergzaam, sneeuw, ijs, gletsjers, fjorden en drijfijs houdt. Dat zijn toevallig elementen die aan mij wel besteed zijn. Wie door het wit van de sneeuw en het grijs van de rotsen heenkijkt ziet van alles. Zo zagen en hoorden we de papegaaiduikers, de puffins. Enkele reisgenoten konden maar niet stoppen met die vogels met hun kleurige grote snavels muffins te noemen. Hilarisch, vonden ze het, maar bij de vogelaars onder de medepassagiers scoorden ze er geen punten maar ergernis mee. Mooie dieren, die papegaaiduikers, die met honderden tegelijk tegen de rotsen geplakt lijken te zitten, kwetteren alsof hun leven ervan afhangt en op richeltjes hun nesten bouwen. Verschillende malen hoorden we een concert van het enige zangvogeltje in die noordelijke streken. Vanuit de zodiac, zachtjes glijdend door een fjord, werden we getrakteerd op een concert van een sneeuwgors. Het vogeltje broedt op de rotsen van Spitsbergen en komt met vele soortgenoten onze kant op om te overwinteren. Ik zal er deze winter eens op letten.

Tijdens een wandelexpeditie over een Spitsbergense berg zagen we hangende tuinen en bloeiende bloembedjes. De bloemetjes zijn klein, daar in die koude streek, maar kleurig, met frisgroene blaadjes waar de rendieren van smullen. Zodra de sneeuw is gesmolten - smelten doet het daar in de zomer als de temperatuur stijgt naar een graad of een, twee, drie, vier boven nul - bloeien ze dat het een aard heeft. De kruipende klaproos, bijvoorbeeld of de paarse steenbreek. Je weet niet wat je ziet. Tijdens die wandelexpeditie zagen we ook de allerkleinste boom ter wereld. Hij is heel laag bij de gronds, heeft alle kenmerken van een boom en mag dus boom heten. Hij groeit een millimeter per jaar. Als je daar tijdens je wandeling op stapt, weet je dat je eeuwen aan groei vertrapt. Er zat niets anders op dan omzichtig van steen naar steen te gaan.  

Geen bloem, geen zwam maar een botje
Ik vond er ook een plant of zwam met een wonderschoon wit kelkje met concentrische cirkels, Een centimeter of anderhalf in doorsnee en met drie stervormige, ja wat waren het, schutbladeren. Het deed denken aan een aardster, maar niemand kon zeggen wat het precies was. Misschien is er iemand onder de lezers die het weet. (En er was iemand die het wist: "Even over die witte kelkjes op Spitsbergen, dat zijn wervels van een zoogdier. Botjes dus. De een nog te midden van een poolvossendrol ook nog. Groeten." Als je het eenmaal weet dan zie je het ook. Botjes, dus.)

Ik had het in het drijfijs, in de sneeuw en in de fjorden meer naar mijn zin dan op een snikheet strand. Een duik in de Noordzee is vanzelf heerlijk, al zit de PFAS me wat dwars. Nu dat via sea spray in de duinen op Ameland is aangetroffen, kun je vragen stellen bij de samenstelling van het zeewater. Ik prakkizeer daar maar niet teveel over, ga niet op het hete zand liggen, maar wel zwemmen in zee. De temperatuur van het Noordzeewater boven Ameland is nu zo'n graad of 18. Dat is andere koek dan het water rond Spitsbergen. Daar heb ik een duik in een fjord genomen. Het water was er net boven het vriespunt. Hoe dat was? Het was koud, ijskoud, maar niet zo gemeen koud als sommige commentaren op het vertrek van sommige politici. 

Bekijk hier het filmpje over Spitsbergen en de kruipende klaproos.

Jeanet de Jong
jeanet.de.jong@knid.nl
twitter.com/JeanetFdeJong

Tik Column in bij 'Zoeken in dit blog' of klik op Label 'column' onder dit bericht om meer columns te lezen.

zaterdag 1 juli 2023

Column - Smeerenburg

Smeerenburg

Een week in een andere wereld levert stof op voor weet ik hoeveel columns. Het onderwerp Spitsbergen is nog lang niet uitgeput en dat komt vooral door de lijntjes met thuis. Je hoeft de wereld niet over te reizen alleen om te kunnen vertellen dat je hier en daar geweest bent, dat je alle hoogtepunten uit de beroemde reisgidsen hebt bezocht, overal een selfie hebt gemaakt. Jantien de Boer, die van 'Landschapspijn', schreef er in de Leeuwarder Courant van 1 juli een column over. Reizen is geen enorme prestatie, schrijft ze, je wilde gewoon even weg. Ook ik heb geen bijzondere prestatie geleverd, ik wilde gewoon even weg, ik wilde naar een bijzondere landstreek, in mijn geval in het spoor van Hidde Kat. En nu ben ik weer terug. Binnen de kortste keren werd ik opgeslokt door het lokale nieuws. Jullie weten wel waarover. Spitsbergen suddert na.

Van de eilandketen Spitsbergen deden we ook Smeerenburg aan. Daar was honderdvijftig jaar voor Hidde Kat ter walvisvaart ging een nederzetting van de georganiseerde Nederlandse walvisvaarders. De Noordse Compagnie was van 1614 tot 1642 de belangrijkste speler in de Nederlandse vangst bij Spitsbergen en Jan Mayen, een eiland in de Noorse zee, tussen Spitsbergen en IJsland in. Het was een smerige en vette bende op Smeerenburg en zo kwam de nederzetting aan zijn naam. Het eiland, een van de noordelijkste van Spitsbergen, werd Amsterdam Eiland genoemd en heet nog altijd Amsterdam Øya. Het ligt op de 79ste breedtegraad. Met het schip zijn we nog iets noordelijker gevaren, tot aan de 83ste breedtegraad, dik het pakijs in en 7 graden ofwel 777 kilometer verwijderd van de Noordpool. Smeerenburg ligt op zo'n 1000 kilometer van de Noordpool.

Op het strand lagen walrussen en in de sneeuw, iets verderop, waren sporen van een ijsbeer te zien. Het was nu niet veel anders dan 400 jaar geleden: woest en ledig, hoät op strân, kiezel- en zandstrand, spitse bergen, walrussen, ijsberen en in deze tijd van het jaar middernachtzon. Ik heb de restanten van de traanovens gezien die de mannen op het eiland hebben gebouwd, zodat ze niet meer met het walvisspek hoefden varen, maar ter plekke de traan konden stoken en dat in vaatjes meenemen naar Amsterdam, Rotterdam, Enkhuizen, Hoorn, Delft, Middelburg, Voorne, Vlissingen of naar Harlingen of Staveren. Dat waren de steden van de Noordse Compagnie. In de zomer verbleven enkele honderden mannen in huisjes, er zijn er 17 gevonden, in Smeerenburg. Het leven was er zwaar. Dat getuigen de vele graven. Het was de kou, ziekte door onvolwaardige voeding en het waren de ijsberen die de mannen parten speelden. Net als bij die mannen toen was het bij mijn expeditie noodzakelijk dat er begeleiders waren met geweren om de schouder. Er werd goed op ons gepast.

Eén ding was anders dan toen: wij vonden op het strand wat de walvisvaarders nooit hebben gezien. De organisatie OceanWide nam een grote zak mee naar het strand en als bijdrage aan milieuvriendelijk toerisme werd ons gevraagd plastic op te snorren en dat in de big bag te deponeren. Ik heb op Smeerenburg gemilieujut, want op de 79ste breedtegraad tref je werkelijk waar plastic aan in het vloedmerk.

Het mutsje in het Svalbard Museum in Longyearbyen
In de jaren zeventig werd er door Louwrens Hacquebord en zijn archeologen onderzoek gedaan. Ze ontdekten onder meer wat de walvisvaarders van toen voor kleding droegen. Hun wollen kousen en broeken, wambuizen en vooral hun mutsjes zijn aandoenlijke restanten die doen vermoeden hoe zwaar het moet zijn geweest. Die kleding en gebruiksvoorwerpen werden meegenomen naar Nederland en kwamen in het Rijksmuseum terecht. In 2005 werd dat materiaal overgedragen aan Noorwegen. Als je het wilt zien moet je er even voor reizen. Het staat te pronk in het fantastische Svalbard Museum in Longyearbyen. Daar heb ik een mutsje naar het model van de mannen van de Noordse Compagnie gekocht. Die kans liet ik niet ontglippen.

Jeanet de Jong
jeanet.de.jong@knid.nl
twitter.com/JeanetFdeJong

Lees hier over het Verhalenpad van Hidde Kat

Bekijk hier het filmpje over Spitsbergen en Smeerenburg

Tik Column in bij 'Zoeken in dit blog' of klik op Label 'column' onder dit bericht om meer columns te lezen.

zaterdag 10 juni 2023

Column - IJszee

IJszee

Zo, de schilderijen van oans moeke zijn weer bij de rechtmatige eigenaren en het project Busverhalen is feestelijk geopend. Nu is het tijd om me voor te bereiden op de kou van de Noordelijk IJszee. Ik ga op avontuur in het spoor van mijn verre oud-oom de walvisvaarder en commandeur Hidde Dirks Kat. In mijn rugzak komen heel wat andere kledingstukken dan Hidde Kat in 1777 meenam op de Jufvrouw Klara in zijn scheepskist. Een kist van Kat is te zien in Museum Sorgdrager, op stal in de schuur waar ook de scrimshaw in de vitrine ligt en waar de harpoenen en de kinderkajak hangen. Kat had vooral wollen kleding en halfhoge leren laarzen. Tegenwoordig kunnen we gebruikmaken van GoreTex schoenen en waterafstotende broek, jas en handschoenen. Kat had een gewatteerd wambuis, ik heb een polar fleece vest, een uitgekiende moderne stof die droog blijft, warm houdt en licht van gewicht is. Het enige dat ik gelijk heb aan Hidde Kat is het gebreide wollen mutsje. Zodra hij zo noordelijk kwam dat het echt koud begon te worden, deed Kat zijn hoed af en zette zijn wollen mutsje op. Ik stel me daar altijd bij voor dat zijn Jantje dat voor hem gebreeën had. Ik heb een soortgelijk mutsje. 

Scheepskist van Kat
Spitsbergen is het doel, het eiland waar ook Kat naartoe voer en waar hij de eerste robben ving. We gaan het zien hoe koud het nu op Spitsbergen is en hoe koud het voelt als daar de noordenwind jaagt. Op Ameland weten we van de laatste weken dat die wind uit het noorden behoorlijk koud aan kan voelen, terwijl het tegelijkertijd in de luwte en in het zonnetje heel aangenaam is. Spitsbergen ligt ver binnen de Poolcirkel, het zal er volgende week nauwelijks donker worden.
Ik stap in Oslo op het vliegtuig naar Longyearbyen, de nederzetting op Svalbard, zoals de Noren de eilandketen noemen. Het is de noorderlijkste nederzetting met meer dan duizend inwoners, met de noordelijkste kerk van de wereld, het Poolmuseum en de Wereldzadenbank. Het is ook een ecologische crime scene, het gebied waar de klimaatverandering van de hele wereld het meest merkbaar is. Ik hoop dat het er koud is en dat er sneeuw ligt, maar het kan best zijn dat ik in een modderpoel beland van ontdooide bodem met regen en blubber in plaats van sneeuw en ijs. 

Hopelijk ga ik walvissen zien. Ik maak kans op drie soorten. Ten eerste de blauwe vinvis die daar nu, in dat voedselrijke water, zijn enorme maag vult met krill. Ten tweede zou ik de beluga tegen het lijf kunnen lopen. Dat is een kleine en witte walvis. Ik ken hem van een serie jeugdboeken waarin een familie de wereld rond reist, op zoek naar dolfijnen. We lazen die boeken voor aan dochter C totdat zij zo goed kon lezen dat ze zelfstandig het ene na het boek uit de serie verslond en wij zonder problemen enthousiast ontvangen cadeautjes voor verjaardag, vakantie en Sinterklaas wisten te vinden. 

Ten derde kan ik de Groenlandse walvis tegenkomen. Dat is de walvis waar Hidde Kat op joeg en die hij en zijn collega walvisvaarders bijna uitroeiden. Het is een vriendelijk dier, een langzame zwemmer met veel spek. Die speklaag werd de soort bijna fataal, door toedoen Kat en consorten.
Ik zou ook heel graag de bultrug en de potvis in hun element willen zien, maar daar is tijdens deze reis minder kans op. 

Busverhalen
Het vertrek is komende week en ik neem geen laptop mee. Na afloop, laatste week juni, komt er vast wel een column over.
In het project Busverhalen zit één verhaal over Hidde Kat, het was een extra verhaal, waardoor het niet via een qr-code te vinden is maar op de website www.eilandvanverhalen.nl is te horen. 'Kat en de Kleine IJstijd' staat ook hieronder.
Tot na de zonnewende.

Jeanet de Jong
jeanet.de.jong@knid.nl
twitter.com/JeanetFdeJong

Beluister hier het Busverhaal van Kat en de kleine ijstijd.

Tik Column in bij 'Zoeken in dit blog' of klik op Label 'column' onder dit bericht om meer columns te lezen.

vrijdag 2 januari 2015

Wildernis, woongebied en wingewest

In ‘Wildernis, woongebied en wingewest’ beschrijft Louwrens Hacquebord hoe de bewoners van het poolgebied door de eeuwen heen onder barre omstandigheden hebben overleefd. Hij vertelt over de jacht op walvissen en ijsberen, walrussen en zeehonden, over hoe men steenkool uit de bevroren grond haalde en hoe men er tegenwoordig olie en gas wil winnen. En ook hoe natuurbeschermingsorganisaties de gebieden proberen te beschermen. Voor de één is het een bijna ontoegankelijke ijswoestijn vol uitdagingen, voor de ander de plek waar grondstoffen en fossiele brandstoffen vandaan gehaald kunnen worden, en voor weer een ander is het poolgebied gewoon een gelukzalig woon- en leefgebied. De exploitatiegeschiedenis van de poolgebieden behoort tot de meest fascinerende hoofdstukken uit de geschiedenis van de mensheid. Louwrens Hacquebord deed vijfendertig jaar lang onderzoek naar de exploitatie van de poolgebieden.


Van Ameland worden de commandeurs ter walvisvaart genoemd, met name Marten Jansen met zijn Witte Paard.

  • Wildernis, woongebied en wingewest
  • Louwrens Hacquebord
  • Atlas Contact Uitgeverij
  • ISBN 9789045027890
  • 2 januari 2015
  • € 17,50


donderdag 1 juli 1971

1955 - Hamburgs Grönlandfahrt

Dit boek, 'Hamburgs Grönlandfahrt auf Walfischfang und Robbenschlag vom 17. -19. Jahrhundert' lag zomaar in mijn brievenbus. Ik kreeg het, omdat de eigenaresse wel wist dat het bij mij in goede aarde zou vallen, omdat ik naar Spitsbergen ben geweest en omdat ik familie ben van Hidde Dirks Kat en omdat ik veel over walvisvaart lees. En reken maar dat ik er blij mee ben. 

Het boek is in het Duits, maar dat is geen drempel. Het gaat over de Hamburgse reders, over de commandeurs die voor die reders voeren, over de schepen en over de dramatische reizen die gemaakt werden. Op Ameland kennen wie de verhalen van Hidde Dirks Kat en Marten Jansen. Die twee staan ook vermeld in dit grote en dikke boek. Er staat een uitklapkaart in van de Groenlandse en Noorse Zee, waar in 1777 het pakijs lag, waar het drijfijs en waar het landijs, waar de schepen nog voeren en waar ze werden gekraakt door het ijs. Achterin het boek zit een uitklapblad met een grafiek van de aantallen walvisvaarders die in de jaren 1669 tot 1861 uitvoeren. In de 19e eeuw werd dat rap minder, de walvissen waren om en nabij op en het loonde niet meer.

Zelfs het portret van Kat staat erin. Een mooi boek. Blij mee. Dank, lieve schenker.

  • Hamburgs Grönlandfahrt auf Walfischfang und Robbenschlag vom 17. -19. Jahrhundert
  • Wanda Oesau
  • Verlag Glückstadt - Hamburg
  • 1955
De kaart

Marten Jansen


Aantal schepen in 17e tot 19e eeuw



zaterdag 3 januari 1970

1720 - Bloeyende opkomst der aloude en hedendaagsche Groenlandsche visschery

Walvisvaart
C.G. Zorgdragers Bloeyende opkomst der aloude en hedendaagsche Groenlandsche visschery, Waar in met eene geoeffende ervaarenheit de geheele omslag deezer visscherye beschreeven, en wat daar in dient waargenomen, naaukeurig verhandelt wordt. Uitgebreid met eene korte historische beschryving der noordere gewesten, voornamentlyk Groenlandt, Yslandt, Spitsbergen, Nova Zembla, Jan Mayen Eilandt, de Straat Davis, en al 't aanmerklykste in d'ontdekking deezer landen, en in de visschery voorgevallen. Met byvoeging van de Walvischvangst, in haare hoedaanigheden, behandelingen, 't scheepsleeven en gedrag beschouwt.

Met vele prenten en kaarten.

Het boek is via Boekwinkeltjes.nl nog te koop (Zie deze link. Ter info: kost veel geld)  en digitaal te lezen via deze link.

  • Bloeyende opkomst der aloude en hedendaagsche Groenlandsche visschery
  • C.G. Zorgdrager en A. Moubach
  • Amsterdam
  • 1720
Groenlandse walvis

Beleef je plezier aan dit blog en helpen de posts je op weg uitgaven over Ameland te vinden? Doneer dan op Ko-fi een kopje koffie van € 2,-- als waardering voor de blogger 💜.  Klik hier voor de link.