Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht drie is te veel. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht drie is te veel. Sorteren op datum Alle posts tonen

maandag 18 maart 2019

Drie is te veel

Martine Kamphuis houdt van de Waddeneilanden en dat komt in haar boeken naar voren. Ze schreef al eens een geschiedenis die op Vlieland en Terschelling speelt en twee boeken die zich op Ameland afspelen. Ze schrijft boeken voor volwassenen en spannende verhalen voor kinderen. In haar derde jeugdboek speelt Ameland een hoofdrol. Het heet 'Drie is te veel' en is een spannend verhaal van drie kinderen die vriendschap sluiten op het eiland en een avontuur van jewelste beleven. Drie lijkt in het begin van het verhaal te veel, maar blijkt gaandeweg helemaal niet te veel te zijn.

'Voor Jikke & Pim' staat voor in het boek.

Lees hier meer over Drie is te veel


Hier staat een mooie tweedehands te koop.

  • Drie is teveel
  • Martine Kamphuis
  • Uitgeverij Ploegsma
  • ISBN 9789021679570 
  • 2019
  • € 14,99


zondag 15 december 2024

Recensie Ontmaskerd

November 2024
'Ontmaskerd' is een spannend verhaal dat voor het grootste deel op Ameland speelt, tijdens Sunneklaas. Deze traditie kwam volop in het nieuws in 2022 en 2023, toen media uitdagend het mysterie van het feest in beeld wilden brengen. Dat ging niet zonder slag of stoot en de aandacht ontplofte in de Amelander gezichten. In aanloop naar het feest van 2024 kwam 'Ontmaskerd' uit. 


De schrijfster heeft zich goed voorbereid en met drie Amelanders gesproken over de bijzonderheden en details van Sunneklaas. 'Ontmaskerd' blijft fictie en de auteur heeft naast negentig procent gedegen informatie over het feest elementen ingevoegd die bezijden de waarheid zijn. Sommige details zijn gewoonweg fout en de vraag is hoe zij aan die informatie is gekomen en waarom ze het nodig vond die in te voegen. Het gebruik van stemvervormers, om een voorbeeld te noemen, door de mannen achter het masker. Hun stemmen moeten onherkenbaar zijn, want tijdens Sunneklaas draait het om onherkenbaarheid. Het vervormen van de stem gebeurt door een kopstem op te zetten, zonder gebruik te maken van zoiets als een stemvervormer. 


De sunneklazen blazen op een toeter (roeper of buffelhoorn) om met hun geluid boze geesten te verjagen en iedereen die niet op straat mag schrik aan te jagen. Tijdens het opjagen en bij een achtervolging, wordt er zeker niet op een toeter geblazen. Het risico van struikelen met de toeter aan de mond is veel te groot en daarmee het risico tanden te verliezen. Tijdens hardlopen wordt er, anders dan Berkleef schrijft, niet getoeterd. 


Ook sluiten groepen niet aan bij een klopjacht. Is er iemand ontdekt die 'de jaren nog niet heeft' dan brengt de groep die hem ontdekt heeft de jongen naar huis. Andere groepen sluiten zich daar niet bij aan, maar blijven op gepaste afstand. De groep die de jongen heeft ontdekt krijgt de eer. 


Ook wordt er geen café binnengevlucht, als je gesnapt bent. Wie buiten ontdekt wordt, tijdens tuuntke slupen bijvoorbeeld, wordt naar het huis gebracht waar die persoon thuishoort. Hier of daar aanbellen, of een café binnenvluchten, helpt dan niet. Aanbellen is sowieso niet aan de orde. Wil je ergens binnenvluchten, dan pak je de achterdeur, waarvan je weet dat hij open is.


De Amelanders worden een 'zonderling volkje' genoemd door Berkleef. Dat is een zonderlinge opmerking. Het is geen volk, het is een verzameling mensen op een eiland, die in de loop der tijd hebben weten vast te houden aan een oud gebruik. Voor het boek mag het begrip 'zonderling' natuurlijk worden gebruikt, maar het had niet gehoeven. Met alle informatie die wel klopt is dit een dissonant. 


Dat er met minachting wordt gekeken naar vrouwen die 'in het pak' durven te stappen en mee durven te doen is wat mij betreft de grootste blunder in het boek. Vrouwen die 'in het pak' durven en al dan niet worden betrapt worden juist na afloop met respect tegemoet getreden. Het wordt dapper en mooi gevonden dat de vrouwen dit doen. Het maakt het spannend voor zowel de meisjes en vrouwen als de jongens en mannen die proberen de vrouwen 'in het pak' te ontdekken. Niks geen minachting, dus. 

En dan de verkrachting. Het gebeurt, maar ook op Ameland wordt verkrachting verafschuwd. Als je in het pak gaat neem je een risico, maar je vraagt niet om verkracht te worden. Niemand op het eiland denkt zo over Sunneklaas en over 'vrouwen in het pak'. Berkleef maakt hier een offer aan de fictie, een offer dat in mijn ogen de plank misslaat. Het verhaal is spannend genoeg. 


Er staan nog wat storende missers in het boek: er is nog nooit met Sunneklaas een auto in brand gestoken, er is nog nooit met Sunneklaas een strandtent in vlammen opgegaan. Het verhaal had best zonder deze excessen gekund. Paal 81 bestaat niet in de Kooiduinen en paal 45 moet vast en zeker 48 zijn. Dat Sunneklazen hun spel beginnen in het bos is puur uit de duim gezogen: het bos speelt in het hele spel geen enkele rol.


Misleidend is de melding 'Winnaar Gouden Strop' op de voorkant van het boek. Niet dit boek is de winnaar van de Gouden Strop 2024, maar 'De Duiker' van Mathijs Deen. Overigens net als 'Ontmaskerd een Waddenthriller. De schrijfster won met een andere titel eerder wél een Gouden Strop. Om dat op deze manier op de cover van 'Ontmaskerd' te drukken is vals. 


Het is een spannend boek met een verrassend einde. Met al het onderzoek dat Berkleef voorafgaand aan het schrijven heeft gedaan, is het jammer dat enkele missers in het stadium van redactie er niet zijn uitgehaald. Het had het verhaal nog mooier gemaakt. 'Ontmaskerd' is evenzogoed een aanwinst voor de boekenkast. Als er dan toch een boek over Sunneklaas geschreven moest worden, dan kan Ameland zijn handen dichtknijpen met deze van Bernice Berkleef.


Lees hier over ISBN en prijs van het boek.

maandag 1 september 2025

Geduld - Recensie

‘Geduld is het spannende vervolg op het boek: ‘Getuige’', schrijft de achterflap. Van ‘Getuige’ had ik al eens een recensie geschreven. Zonder veel aardigheid, overigens. Het is veel plezieriger om met enthousiasme over een boek te schrijven, maar wat betreft Gert van Veen zijn ‘Ameland politiethrillers’ krijg ik weinig positiefs uit de pen. Zoals er bij mij geen enkele liefde voor Gert van Veens schrijfsels wil ontspruiten, zo schrijft Van Veen liefdeloos over het eiland waar hij zijn verhaal situeert.


Het boek ‘Geduld’ kwam al in 2022 uit. Ik heb het niet zelf gekocht, maar kreeg het. Het werd in mijn brievenbus gedropt. Eerlijk gezegd wilde ik er geen geld aan uitgeven, maar was ik wel nieuwsgierig of dit boek beter was dan het eerste. Voordat ik me tot lezen ervan kon zetten lag het een paar jaar op de plank. Nu heb ik het eindelijk uit. 


Was Van Veens Ameland in ‘Getuige’ een streng gelovig nest vol anti homo sentimenten, in ‘Geduld’ ligt juist de nadruk op homoseksuele escapades. In ‘Getuige’ moet de lezer zich door pagina’s vol onanie worstelen; in dit werk druipt de homoseks uit het binnenwerk.

Waren het nu maar met smaak en erotiek beschreven escapades. Het blijft helaas hangen in ordinaire flarden van mannen die mannen willen, mannen die mannen met hun ogen en jeweetwel verslinden en huis-tuin-en-keuken situaties die worden overgoten met een kwakje.


Het boek is ook een aaneenrijging van slordigheden. Alsof er geen redactie aan te pas is gekomen. Zetfouten, dubbele woorden, geknipte en fout geplakte zinnen, komma’s die punten moeten zijn, schuine strepen die zomaar ergens in een tekst verschijnen en schrijffouten. Er staat een variant in die ik nog nooit ben tegengekomen: een voltooid deelwoord met td op het eind.


Van Veen schrijft consequent het tussenvoegsel van een naam met een kleine letter, ook als er geen voornaam voor staat. Dat deed hij in het vorige boek ook al en deze uitgave is wat dat betreft geen verbetering.
Irritant zijn de herhalingen, geëtaleerd als ‘zie mij eens leuk en origineel zijn’. Hoe vaak kun je straffeloos in een tekst schrijven dat je de telefoon opneemt door op het groene telefoon icoontje te drukken? Eén keer, lijkt me en daarna is die zin uitgewerkt. Het komt in het hele boek vele malen voor, net als de variant van het rode telefoontje bij het afsluiten van het gesprek. Tot vervelens toe laat de schrijver iemand een patroon op de telefoon tekenen voor het ontgrendelen.
Eén keer, Van Veen, dan weten we het wel!


De ene keer varieert de schrijver op echte namen en de andere keer gebruikt hij de werkelijke benaming. Zo heet het festival KunstVirus in plaats van Kunstmaand. Leuke vondst? Mwah!


In het verhaal lijkt Ameland Gronings, onder het Groninger Provinciale bestuur te vallen en bij politie Regio Groningen te horen. Het is als in dat duur betaalde reclamefilmpje om vakantiehuisjes op Ameland te verkopen: “Dat mooie eiland Ameland, dat bij de provincie Groningen hoort.” Niks ten nadele van Groningen, maar Ameland hoort bij Friesland, brengt doorgaans zijn patiënten naar het ziekenhuis in Leeuwarden en heeft te maken met Regio Friesland wat de politie betreft. Het feitenonderzoek voorafgaand aan het schrijven van dit boek verdient een onvoldoende.


Wat irritant is het zich voorstaan op kennis van films, die te pas en te onpas in de tekst gemanoeuvreerd is, zonder functie, zonder vervolg en soms tot in den treure herhaald.

Ach, zo kan ik nog wel even doorgaan. Het maakt de recensie er niet gezelliger op. Het boek is al drie jaar in de verkoop, dus wie het graag wil lezen heeft allang een exemplaar aangeschaft. Ik ben de laatste om aankoop te stimuleren.


Van Veen is wars van variaties en synoniemen. Het maakt het lezen van het boek er niet lekkerder op.

Bij sommige gebruikte begrippen is het een kwestie van klok en klepel of van gehussel van talen. Oorwurm is een correct Nederlands woord. Toch heeft Van Veen in een verder Nederlandse tekst het een paar keer over ohrwurm. Op zijn Duits is het inderdaad Ohrwurm, maar dan met een hoofdletter. En waarom gebruik je Ohrwurm als er een prima Nederlands woord voor bestaat? Het gebruik van Engelse termen is van hetzelfde laken een pak. Het wordt echt vervelend als die termen telkens weer worden opgewarmd en hergebruikt.


En dan zijn er nog de spreekwoorden, het heerlijke figuurlijke taalgebruik van de spreekwoorden. Mits ze goed worden gebruikt en niet worden verhaspeld tot vlaggen op modderschuiten. In iemands voetsporen lopen? Het spreekwoord maakt gebruik van treden: In iemands voetsporen treden. Je wordt niet van een gewisse dood gered, maar van een wisse dood. Als je alles weet dan weet je van de hoed en de rand en niet van de rand en de hoed. Een moeder van twee door geweld omgekomen kinderen maakt niet als een kat in het nauw rare sprongen. Dat is een heel lelijke beeldspraak voor een moeder die van verdriet niet weet waar ze het zoeken moet.

En het houdt niet op. Zo is iemand tot ver achter de oren verliefd op een van de hoofdfiguren. Niet tot over zijn oren maar ‘tot ver achter zijn oren’ verliefd. Dit soort slordigheden maakt dat je je achter de oren blijft krabben.


En ja hoor, daar hebben we het weer. Het eiland Ameland wordt gebruikt als plaats delict, zonder kennis van zaken over de situatie ter plekke. Op het Oerd (het Oerd en niet de Oerd of De Oerd) staat bijvoorbeeld geen bos en op Ameland zijn ballonoplatingen al jaren verboden.

Waarom gaat een schrijver niet eerst op zo’n eiland kijken, denk ik dan, als hij er zo graag over wil schrijven?


“'Geduld' is het spannende vervolg op het boek: ‘Getuige’.” Dat staat op de achterflap. In feite is ‘Geduld’ een herhaling van zetten, een opeenstapeling van fouten. Het heeft een paar jaar geduurd voor ik het boek ter hand nam, ik heb het een paar keer weggelegd na lezing van enkele bladzijden. Afgelopen week heb ik doorgezet. Deze recensie is het verslag van weinig leesplezier. 

Slechts één onderdeel was werkelijk vermakelijk: er komt een Jeannette de Oude voor in het verhaal, een reporter die zich gespecialiseerd heeft in de roddel. Zou dat iets te maken kunnen hebben met mijn recensie op ‘Getuige’? Zou zomaar kunnen. 


Jeanet de Jong


Lees hier over Geduld, het boek dat in 2022 uitkwam.

zaterdag 2 juli 2022

Column - Anders

De laatste tijd reis ik veel met het openbaar vervoer. Het is best een aangename manier van reizen. Op vertragingen en in de verkeerde trein stappen na, dan. Als je vanuit Groningen naar Leeuwarden gaat om de bus naar de boot te halen, moet je niet in de stoptrein stappen, want die is te laat binnen voor de bus naar Holwerd. Afgelopen week zaten er bovendien drie moeders met drie zeer luidruchtige kinderen in de coupé. Dat leverde drie kwartier gillen, krijsen, janken en hard naar elkaar roepen op. “Maar de kinderen luisteren niet,” zei een van het volwassen trio, toen ze werd aangesproken op het wangedrag. Columnist Eva Hoeke schreef vorige week een stuk over prinsjes en prinsesjes die geen “nee” verdragen. Ze kreeg op social media heel wat bagger over zich heen, maar ik zeg: "Hulde aan @EvaHoeke."

Buiten dit soort ongemakkelijkheden is de bus, de boot en de trein een fijne manier van verplaatsen. Je slaat een boek open, leest een hoofdstuk en voor je het weet heb je ‘bestemming bereikt’. Of je scrolt eens lekker door Twitter of Facebook, immer een leerzaam tijdverdrijf. Reis je met je tweeën dan kun je op het treinpluche de dag nog even doornemen. Deze week heb ik de podcast van Gijs Groenteman en Marcel van Roosmalen ontdekt. Ik was al fan hun televisieprogramma ‘Media Vandaag’, maar hun podcast ‘Weer een dag’ mag er ook zijn. Elke aflevering is over de actualiteit en hoe ze dat doen is om te snikken van het lachen. Kortom, openbaar vervoer is zo raar nog niet. Laten we daar vooral níet op bezuinigen, maar juist in investeren. Dat kan tevens een hoop fileleed wegnemen.

In de kooi op de veerdam valt soms het wachten reuze mee. Deze keer was er genoeg te zien. Het was weer donderdag en als er in het weekeinde een evenement op het eiland is, komen de eerste enthousiastelingen al op de donderdag. Het waren honderden met petjes, hoedjes, dikke rugtassen, werptentjes, bolderkarren vol bagage, skateboards en hier en daar een cello, gitaar of paar rolschaatsen. Het was het publiek van MadNes dat gezellig in kleine groepjes stond te keuvelen en dollen. Toen we aan boord konden dook ik de eerste bank links bij het raam in, want ik had stroom nodig voor mijn telefoon en daar zit een stopcontact, weet ik. Een paar minuten later schoven drie mannen moet hoedjes, kleurige shirts en veel inkt in de armen aan. Ze vroegen het eerst en ja, natuurlijk mochten ze daar gaan zitten. Ze zetten een enorme radio op tafel. Hij stond uit. We raakten aan de praat, over MadNes, wat zij er gaan doen en of ik echt van Ameland ben. “Hier is toch ook een rugby festival? Hoe gaat dat dan?” vroeg een van de drie vanuit het niets. “Anders”, zei ik, nadat ik eerst naar adem had gehapt, “anders.” 

Jeanet de Jong

zaterdag 10 juni 2023

Column - IJszee

IJszee

Zo, de schilderijen van oans moeke zijn weer bij de rechtmatige eigenaren en het project Busverhalen is feestelijk geopend. Nu is het tijd om me voor te bereiden op de kou van de Noordelijk IJszee. Ik ga op avontuur in het spoor van mijn verre oud-oom de walvisvaarder en commandeur Hidde Dirks Kat. In mijn rugzak komen heel wat andere kledingstukken dan Hidde Kat in 1777 meenam op de Jufvrouw Klara in zijn scheepskist. Een kist van Kat is te zien in Museum Sorgdrager, op stal in de schuur waar ook de scrimshaw in de vitrine ligt en waar de harpoenen en de kinderkajak hangen. Kat had vooral wollen kleding en halfhoge leren laarzen. Tegenwoordig kunnen we gebruikmaken van GoreTex schoenen en waterafstotende broek, jas en handschoenen. Kat had een gewatteerd wambuis, ik heb een polar fleece vest, een uitgekiende moderne stof die droog blijft, warm houdt en licht van gewicht is. Het enige dat ik gelijk heb aan Hidde Kat is het gebreide wollen mutsje. Zodra hij zo noordelijk kwam dat het echt koud begon te worden, deed Kat zijn hoed af en zette zijn wollen mutsje op. Ik stel me daar altijd bij voor dat zijn Jantje dat voor hem gebreeën had. Ik heb een soortgelijk mutsje. 

Scheepskist van Kat
Spitsbergen is het doel, het eiland waar ook Kat naartoe voer en waar hij de eerste robben ving. We gaan het zien hoe koud het nu op Spitsbergen is en hoe koud het voelt als daar de noordenwind jaagt. Op Ameland weten we van de laatste weken dat die wind uit het noorden behoorlijk koud aan kan voelen, terwijl het tegelijkertijd in de luwte en in het zonnetje heel aangenaam is. Spitsbergen ligt ver binnen de Poolcirkel, het zal er volgende week nauwelijks donker worden.
Ik stap in Oslo op het vliegtuig naar Longyearbyen, de nederzetting op Svalbard, zoals de Noren de eilandketen noemen. Het is de noorderlijkste nederzetting met meer dan duizend inwoners, met de noordelijkste kerk van de wereld, het Poolmuseum en de Wereldzadenbank. Het is ook een ecologische crime scene, het gebied waar de klimaatverandering van de hele wereld het meest merkbaar is. Ik hoop dat het er koud is en dat er sneeuw ligt, maar het kan best zijn dat ik in een modderpoel beland van ontdooide bodem met regen en blubber in plaats van sneeuw en ijs. 

Hopelijk ga ik walvissen zien. Ik maak kans op drie soorten. Ten eerste de blauwe vinvis die daar nu, in dat voedselrijke water, zijn enorme maag vult met krill. Ten tweede zou ik de beluga tegen het lijf kunnen lopen. Dat is een kleine en witte walvis. Ik ken hem van een serie jeugdboeken waarin een familie de wereld rond reist, op zoek naar dolfijnen. We lazen die boeken voor aan dochter C totdat zij zo goed kon lezen dat ze zelfstandig het ene na het boek uit de serie verslond en wij zonder problemen enthousiast ontvangen cadeautjes voor verjaardag, vakantie en Sinterklaas wisten te vinden. 

Ten derde kan ik de Groenlandse walvis tegenkomen. Dat is de walvis waar Hidde Kat op joeg en die hij en zijn collega walvisvaarders bijna uitroeiden. Het is een vriendelijk dier, een langzame zwemmer met veel spek. Die speklaag werd de soort bijna fataal, door toedoen Kat en consorten.
Ik zou ook heel graag de bultrug en de potvis in hun element willen zien, maar daar is tijdens deze reis minder kans op. 

Busverhalen
Het vertrek is komende week en ik neem geen laptop mee. Na afloop, laatste week juni, komt er vast wel een column over.
In het project Busverhalen zit één verhaal over Hidde Kat, het was een extra verhaal, waardoor het niet via een qr-code te vinden is maar op de website www.eilandvanverhalen.nl is te horen. 'Kat en de Kleine IJstijd' staat ook hieronder.
Tot na de zonnewende.

Jeanet de Jong
jeanet.de.jong@knid.nl
twitter.com/JeanetFdeJong

Beluister hier het Busverhaal van Kat en de kleine ijstijd.

Tik Column in bij 'Zoeken in dit blog' of klik op Label 'column' onder dit bericht om meer columns te lezen.

maandag 6 december 2021

Klozum


Klozum
'Klozum, de oeroude wintermaskerade van het eiland Schiermonnikoog' is een themanummer van de cultuurhistorische Vereniging 't Heer en Feer Schiermonnikoog. Het vertelt over het feest in december op het eiland, over de ontwikkelingen van Sinterklaas en Zwarte Piet en over duivelse figuren met hoorns, kettingen en bellen. Ameland wordt ook in het boekje genoemd en er staan foto's in van de maskerade op Ameland uit de films 'Wild geraas' en 'Mijn ontmoetingen met de duivel' van Arnold Jan Scheer.

Recensie

Het boekje over de oeroude wintermaskerade op Schiermonnikoog is niet dik, maar wel bijzonder leerzaam. Jan Kooistra, van Schier, schreef het en de cultuurhistorische vereniging ’t Heer en Feer, zeg maar de Schiermonnikoogse evenknie van De Ouwe Pôlle, gaf het uit. Op Schier was de wintermaskerade Klozum een woeste avond in de donkere dagen van december. Kettingen, bellen, stokken en speren kwamen eraan te pas en maskers. Het ging om ‘de omkeer der dingen’, het moest weer lichter worden en de vruchtbaarheid in de natuur moest terugkeren. Geen simpel tijdverdrijf, maar een avond vol cultische handelingen. De Klozums waren mythische gestalten die langs de huizen trokken. Dat is veranderd en verandert nog steeds, op Schiermonnikoog meer dan op Ameland. Ook Borkum, Wangerooge, Texel en Terschelling worden genoemd. 


Brullen
 “Op Ameland brullen ze maar wat”. Dat zegt Henriëtte Pieperiet van Schier. Op haar eiland wordt de lokale politiek op de hak genomen of dorpelingen met al hun eigenaardigheden gerepresenteerd. Op Ameland gaat dat anders, daar brullen ze maar wat, volgens Henriëtte. Vroeger ging het op Schier ook anders.

Schiermonnikoogs

Het boekje verklaart de oorsprong van de wintermaskerade op de Waddeneilanden, een oorsprong die in de loop der eeuwen behoorlijk is aangepast, op Schiermonnikoog meer dan op Ameland. Regelmatig wordt Ameland naast Schier gezet, als het gaat om de traditie in december. Daarom is dit boekje ook heel lezenswaardig voor Amelanders die iets meer over de oeroude wintermaskerade willen weten. Er staan onder meer twee interviews in met twee oudere eilanders. Zij vertellen hoe zij Klozum hebben gespeeld en wat ze weten uit overlevering. Af en toe moet je twee of drie keer lezen om te weten wat er staat, omdat er wel eens woorden in een zin ontbreken. Daar had een extra redacteur nog veel goed kunnen doen. Mooi is het Schiermonnikoogs dat erin te lezen is, steevast gevolgd door de Nederlandse vertaling. Schiermonnikoogs is een prachtige eilandtaal, goed te lezen ook. Jan Kooistra werkte ook mee aan de Wadden Grimm, het sprookjesboek in de talen van de Wadden. 

'Mijn ontmoetingen met de duivel'

Jammer dat er veel foto’s in staan waar niets of bijna niets op te zien is. Het zijn stills uit de film ‘Mijn ontmoetingen met de duivel’ van Arnold Jan Scheer, de schrijver en filmmaker die al tientallen jaren geheimzinnige winterrituelen achterna reist. Op Ameland is hij ook bekend. Zijn film is te zien op zijn website

Veranderingen

Aan het begin van het boekje gaat het ook over Zwarte Piet, de begeleider van Sint Nicolaas, en hoe deze figuur in de 19e eeuw veranderde en in de 20e en het begin van de 21e eeuw nog meer. Toen was hij Pieterbaas, een duivel met roe en ketting. De knecht heeft sindsdien heel wat wijzigingen ondergaan. Wat vreemd is de opmerking van Jan Kooistra dat het ‘de media en de krachten die hen aansturen’ zijn die af willen van de hedendaagse en al behoorlijk aangepaste knecht. Dat Zwarte Piet niet meer gepikt wordt komt mijns inziens niet door de media maar door sommige bevolkingsgroepen die de bruine page niet meer accepteren. Zij vinden hem een uiting van racisme. ‘Veranderingen worden weer van bovenaf opgelegd’ zegt Jan Kooistra, maar dat klopt volgens mij niet. De veranderingen worden van onderop aangejaagd. ('Klopt helaas wel', laat Jan Kooistra nog weten, verwijzend naar de subsidiëring van sommige actieroepen. Zodra ik er meer over heb ontdekt zal ik dit bericht zeker aanvullen.) Behalve dat stukje over Zwarte Piet, waarin Kooistra in mijn ogen verkeerde accenten legt, is het een bijzonder interessant boekje. Te bestellen bij ’t Heer en Feer, voor iedereen die er iets meer over wil weten. 

  • Klozum
  • Jan Kooistra
  • Uitgegeven door 't Heer en Feer Schiermonnikoog
  • Themanummer 2021 - Jaargang 23
  • 2021
  • € 7,50


maandag 30 december 2019

Column - Schamel en schandalig

Vuurwerk, wat is het toch prachtig, die in de lucht uit elkaar spattende en naar kruit ruikende bloemen van kleurig vuur. Sprookjesachtig en een markering van een tijd: oud en nieuw. Zo’n slordige 75 miljoen geven we er dit jaar voor uit. Nou ja we, aan mij verdient de vuurwerkhandel niet zoveel. Jarenlang waren het hooguit wat sterrenregens die in het winkelmandje belandden. Dit jaar zit ik voor grote uitgaven en draai ik elke euro drie keer om. De sterretjes komen er dus ook niet meer in en persoonlijk zal ik daar geen traan om laten. Ik ben er een van #geenvuurwerkvoormij. Nou ja, een vuurwerkshow om gezamenlijk van te genieten zie ik nog wel zitten. Er moet immers toch een overgang van een oud naar een nieuw jaar gevierd worden.

Vuurwerkliefhebbers verdedigen hun ‘traditie’ te vuur en te zwaard en dat is vreemd. Iedereen die terugdenkt aan zijn of haar jeugd, of dat nu drie of zestig jaar geleden is, weet dat die traditie heel erg veranderd is in de loop der tijd. Die verandering zit voornamelijk in de hoeveelheid die we de lucht in schieten. We geven veel en veel meer geld uit aan knal- en siervuurwerk dan een halve eeuw geleden. We hebben geld over en dat moet ergens heen. Dan maar de lucht in, lijkt het wel.

Wie niet onder een steen leeft of in een hardnekkige ontkenning zit weet van de klimaatverandering, weet dat er gif in vuurwerk zit, weet wat voor rotzooi er na afloop overblijft, in de berm in het gras spoelt, in de waterzuivering belandt. Iedereen is er inmiddels van doordrongen dat voor mensen met luchtwegproblemen de periode rond oud en nieuw een hel is. Huisdieren worden panisch van het geknal, hondjes zitten als sidderende natte dweilen in een hoekje en paarden slaan op hol. De eerste uit- en afgerukte ogen en handen van volwassen kerels haalden al het Journaal en de eerste kinderen met plofschade liggen inmiddels in het ziekenhuis. Nog geen jaar geleden liepen we met velen uren over het strand om de plastic rommel van MSC Zoe op te rapen en deze dagen wordt er met knetterballen eenzelfde hoeveelheid of meer aan plastic het milieu in geknetterd.

En dan dat van de traditie. Friesland lijkt een waanzinnige evenementenprovincie te worden waar gezonde mensen zich de vellen van de voeten zwemmen voor een goed doel. De Elfstedenroute wordt meer en meer een evenementenroute en, let op mijn woorden, het gaat met de Elfstedentocht net als met Sinterklaas: zodra de landelijke televisie er brood in ziet en het feest overneemt om er een jaarlijkse televisieshow van te maken, is het gebeurd met het kleinschalige, komen er protocollen en stijlvoorschriften, komt Omrop Fryslân vanwege sponsorafspraken niet meer in de buurt van de langeafstand zwemmer en is het feest uit handen gegeven of uit handen genomen. Het hele gedoe rondom Zwarte Piet laat zien waar dat toe leidt. Overigens heb ik het altijd van den zotte gevonden dat er geld opgehaald moet worden met een zwemtocht in met poepbacteriën vervuild water. Als toch eens een deel van het geld dat aan het knallende, giftige en vervuilende vuurwerk wordt uitgegeven, gedoneerd zou worden aan kankeronderzoek. Dan hoeft Maarten niet opgeblazen en wit uitgeslagen uit de Bonkevaart te klimmen en kan hij gezond en wel bij vrouw en kinderen blijven en blijft Nederland verstoken van heel wat kankerverwekkende kruitdampen. Met zijn ongezonde tocht haalde Maarten ‘maar’ 6,5 miljoen op, schamel vergeleken met de 75 miljoen voor een paar minuten plezier. Ziekmakend, schamel en eigenlijk ook wel een beetje schandalig.

Voor wie het vuurwerk al in huis heeft gehaald: voorzichtig met aansteken, denk om jezelf en de mensen en dieren om je heen.
Een goed uiteinde gewenst.

Jeanet de Jong

zaterdag 15 juli 2023

Column - Kruipende klaproos

Kruipende klaproos

Sinds ik van Spitsbergen terug ben op het eiland is er zoveel gebeurd, dat het die reis naar het noorden makkelijk onder had kunnen sneeuwen. Meteen bij thuiskomst begonnen de veerboot perikelen, daarna viel het kabinet en toen kwam van het ene na het andere politieke dier de mededeling van vertrek uit de politieke arena. Over het ene onderwerp maak ik me druk en over het andere drukker en toch is Spitsbergen nog niet ondergesneeuwd. Er is nog veel over te vertellen en ik was er maar een dikke week. Een onvoorstelbaar mooi landschap is het, als je van onherbergzaam, sneeuw, ijs, gletsjers, fjorden en drijfijs houdt. Dat zijn toevallig elementen die aan mij wel besteed zijn. Wie door het wit van de sneeuw en het grijs van de rotsen heenkijkt ziet van alles. Zo zagen en hoorden we de papegaaiduikers, de puffins. Enkele reisgenoten konden maar niet stoppen met die vogels met hun kleurige grote snavels muffins te noemen. Hilarisch, vonden ze het, maar bij de vogelaars onder de medepassagiers scoorden ze er geen punten maar ergernis mee. Mooie dieren, die papegaaiduikers, die met honderden tegelijk tegen de rotsen geplakt lijken te zitten, kwetteren alsof hun leven ervan afhangt en op richeltjes hun nesten bouwen. Verschillende malen hoorden we een concert van het enige zangvogeltje in die noordelijke streken. Vanuit de zodiac, zachtjes glijdend door een fjord, werden we getrakteerd op een concert van een sneeuwgors. Het vogeltje broedt op de rotsen van Spitsbergen en komt met vele soortgenoten onze kant op om te overwinteren. Ik zal er deze winter eens op letten.

Tijdens een wandelexpeditie over een Spitsbergense berg zagen we hangende tuinen en bloeiende bloembedjes. De bloemetjes zijn klein, daar in die koude streek, maar kleurig, met frisgroene blaadjes waar de rendieren van smullen. Zodra de sneeuw is gesmolten - smelten doet het daar in de zomer als de temperatuur stijgt naar een graad of een, twee, drie, vier boven nul - bloeien ze dat het een aard heeft. De kruipende klaproos, bijvoorbeeld of de paarse steenbreek. Je weet niet wat je ziet. Tijdens die wandelexpeditie zagen we ook de allerkleinste boom ter wereld. Hij is heel laag bij de gronds, heeft alle kenmerken van een boom en mag dus boom heten. Hij groeit een millimeter per jaar. Als je daar tijdens je wandeling op stapt, weet je dat je eeuwen aan groei vertrapt. Er zat niets anders op dan omzichtig van steen naar steen te gaan.  

Geen bloem, geen zwam maar een botje
Ik vond er ook een plant of zwam met een wonderschoon wit kelkje met concentrische cirkels, Een centimeter of anderhalf in doorsnee en met drie stervormige, ja wat waren het, schutbladeren. Het deed denken aan een aardster, maar niemand kon zeggen wat het precies was. Misschien is er iemand onder de lezers die het weet. (En er was iemand die het wist: "Even over die witte kelkjes op Spitsbergen, dat zijn wervels van een zoogdier. Botjes dus. De een nog te midden van een poolvossendrol ook nog. Groeten." Als je het eenmaal weet dan zie je het ook. Botjes, dus.)

Ik had het in het drijfijs, in de sneeuw en in de fjorden meer naar mijn zin dan op een snikheet strand. Een duik in de Noordzee is vanzelf heerlijk, al zit de PFAS me wat dwars. Nu dat via sea spray in de duinen op Ameland is aangetroffen, kun je vragen stellen bij de samenstelling van het zeewater. Ik prakkizeer daar maar niet teveel over, ga niet op het hete zand liggen, maar wel zwemmen in zee. De temperatuur van het Noordzeewater boven Ameland is nu zo'n graad of 18. Dat is andere koek dan het water rond Spitsbergen. Daar heb ik een duik in een fjord genomen. Het water was er net boven het vriespunt. Hoe dat was? Het was koud, ijskoud, maar niet zo gemeen koud als sommige commentaren op het vertrek van sommige politici. 

Bekijk hier het filmpje over Spitsbergen en de kruipende klaproos.

Jeanet de Jong
jeanet.de.jong@knid.nl
twitter.com/JeanetFdeJong

Tik Column in bij 'Zoeken in dit blog' of klik op Label 'column' onder dit bericht om meer columns te lezen.

woensdag 22 december 2021

Getuige - Ameland Politiethriller

Ik had nog een recensie van het boek 'Getuige' beloofd, de politiethriller die, zoals op het kaft staat gedrukt, op Ameland speelt. Op de voorkant staat niks herkenbaar Amelands, geen vuurtoren of ander beeldbepalend silhouet. Dat zie je bij de meeste schrijvers die een verhaal op Ameland situeren wel. Gert van Veen doet dat niet en slaat dat marketing element over. Het past bij de inhoud van het boek, want eigenlijk gaat het helemaal niet over Ameland. De eilandnaam wordt gebruikt. De plaat op de voorkant weerspiegelt niets van de inhoud van het boek, dus wat moet die hand boven dat water, is de vraag.

Het decor waar de misdaden plaatsvinden wringt aan alle kanten. Het lezen van de vele ongerijmdheden doet zeer aan de kiezen. Afgezien van het feit dat je je eerst door veel geonaneer heen moet werken, klopt er zoveel niet dat elke Ameland-kenner hoofdschuddend verder leest. Als hij al niet het bijltje erbij neergooit. 

Amelanders zijn stug, aan de Noordzijde van het eiland ligt de Waddenzee, er moet worden betaald voor parkeren op piepkleine parkeerterreintjes en daar staat ook nog eens een parkeerwachter, de Oranjeweg wordt Oranjestraat genoemd, eilanders hebben wel drie sloten op hun voordeuren, het is een schande om als gescheiden vrouw op het eiland te leven en je krijgt ouderlingen aan de deur om daar eens een flinke vermanende boom over op te zetten, de veerbootkaarten voor passagiers worden in Nes gescand, de politieman die al jaren op het eiland woont moet zijn ID laten zien aan de matrozen van Wagenborg én het eiland is streng gereformeerd gemaakt. De schrijver projecteert een Bijbelgordelse houding ten opzichte van homoseksualiteit op de liberale eilandgemeenschap. 

In een interview in een lokale krant uit het midden van het land bagatelliseert de schrijver een foutje. Als dat het enige is, tekent de interviewer op uit Van Veens mond, dat een pinautomaat niet meer staat waar hij schrijft dat hij staat! Nee, Van Veen, dat is niet het enige. Het boek barst van de dingen die niet kloppen, zoals de één euro vijftig voor een kopje koffie aan boord. Dat mochten we willen! En dan de NAM-locatie op Oost-Ameland. Schrijvers van spannende boeken laten zich graag inspireren door die locatie. Lies van der Wal - Oosterhoff uit Aduard gebruikt het in haar boek ‘De dood van een mooie vrouw’. En nee, Van Veen, die NAM-locatie is geen proeflocatie. 

Slordig is de foutieve schijfwijze van achternamen met een lidwoord. Agent De Groot wordt telkens de Groot genoemd. Gemiste kans is de secretaresse die Mosterdman heet. Mosterman is veel mooier en in ieder geval Amelandser. 

Als je dan niet van Ameland houdt - het eiland is vierde keus van de hoofdfiguur - en je er niet voldoende in verdiept om de plaats delict een serieuze plek in het verhaal te geven, waarom situeer je de thriller dan op Ameland? Waarom niet op Schouwen-Duiveland of in Zeewolde? Die twee mogen zich trouwens gelukkig prijzen dat die eer aan hen voorbijging.

Het verhaal wisselt steeds van perspectief, wordt verteld vanuit verschillende figuren, waarbij de moordenaar de hoofdfiguur is. Dat is vakkundig gedaan. Als lezer moet je het koppie erbij houden om snel te ontdekken wie er nu weer spreekt. Eenderde van het boek is ploegen, traag en hier en daar irritant. Pas na de eerste moord komt de vaart erin. Dan wordt het best spannend. Maar om het Ameland Politiethriller te noemen? Nee. Wat mij betreft kwestietje misbruik van een eilandnaam. Gelukkig is het fictie.

Lees hier ook over Getuige en bekijk de promo's.

zaterdag 18 augustus 2018

Column - Reuzen met Rôggeparade

Het Rôggefeest deed een enquête en vroeg onder meer naar ideeën. ‘Haal Royal de Luxe naar het eiland’, was een van de opmerkingen. Dat zal voor het Rôggefeest bij een idee blijven, want het bedrag dat nodig is om de reuzen naar Ameland te halen heeft wat nullen te veel.


Tot onze verrassing zagen we toch een klein beetje Rôggeparade in de reuzenoptocht in Leeuwarden; muziekgroepen op vrachtwagens begeleidden de gigantische poppen. Honderdduizenden mensen, dwaalden door de stad en het ging er ontspannen en rustig aan toe. Leeuwarden laat zich van zijn mooiste kant zien en de reuzen van Royal de Luxe dragen daar met hun voorstelling aan bij. De poppen zijn mooi, de techniek erachter interessant, de menskracht die het zaakje in beweging moet zetten bewonderenswaardig, maar het meest bijzondere is dat poppen, reuzenpoppen, in een menigte van tienduizenden een enkeling weten te vinden om contact mee te maken.

Ik heb het met eigen ogen gezien en had zelf ook de tranen in de ogen, toen een zwaar gehandicapte jongen in een rolstoel op de Tweebaksmarkt samen met zijn vader onder het lint door mocht rollen. Hij stond bijna midden op de brede straat toen de enorme Xolo, een pikzwarte hond van drie meter hoog, op hem af kwam. Xolo kwam met zijn snuit tot bij het gezicht van de jongen en even ging diens spastische hand naar de snoet van het dier. Xolo bewoog zijn oren, likte en snuffelde en keek de jongen in de ogen. Vader zag het vanachter de rolstoel aan, een medewerker van Royal de Luxe zat op een metertje van het tafereel om de situatie te regisseren. Centimeterwerk, millimeterwerk en de gebaren van de mastodont zijn zelfs zo klein dat het diep ontroert. Je vergeet dat het hier om leer en staal en touwen gaat, om een marionet, een levenloos ding. Hoe lang duurde het stille spel? Een minuut? Vast niet veel langer.

Die minuut was een van de goudomrande momenten van de dag dat de Reuzen van Royal de Luxe door Leeuwarden liepen. Het zijn maar poppen, het is maar theater, maar wel straattheater met poppen die het hart raken. Dat van de jongen, van zijn vader, van mij, van de vrouw in de groene jurk bij wie de tranen over de wangen rolden. Zij had foto’s gemaakt van de hond en de knaap en ze vroeg aan de vader of hij ze wilde hebben. Ze hadden elkaar nog nooit eerder gesproken en raakten ter plekke emotioneel in gesprek. De emotie van de jongen zal alleen de vader kunnen duiden, maar ik durf te wedden dat Xolo zijn dag maakte.

Royal de Luxe naar Ameland halen is niet nodig als steden zoals Leeuwarden de risico’s van een dergelijk reuzenproject op zich durven te nemen. Chapeau! Voor Leeuwarden en LF2018. Ameland heeft voor die dikke drie miljoen nog wel iets anders op haar prioriteitenlijstje staan. Geen theater, maar iets waar men in het dagelijks leven generaties lang profijt van kan hebben. Theater regelt het Rôggefeest wel, of De Hort Op of een van de andere gezelschappen op het eiland. Misschien is er een groep die begin december op Ameland met reuzen aan komt zetten. Ik kijk er nu al naar uit.

Jeanet de Jong


zaterdag 20 augustus 2022

Column - Appels en peren

Appels aan de boom
Afgelopen week was een wel erg drukke week. Over sommige stukken had ik veel te lang zitten epibreren, waardoor ik allengs dichter en dichter bij de deadline van Ameland InZicht nummer 29 kwam. De stukken moesten worden ingeleverd en eigenlijk schreef ik ze pas toen de ketel bol stond van de druk. Het blad komt begin oktober uit. Uiteindelijk ben ik content met mijn bijdrage, vooral die over het Kabouterdörp in het Hollumer bos. In het verhaal wordt de ontstaansgeschiedenis van het bijzondere dörpke ontsloten. Het is tevens een eerbetoon geworden aan de man die het in gang zette.

Op die deadline volgde direct een nieuwe, zodat er van bijkomen geen sprake kon zijn. Ik heb de geschiedenis van de redding bij paal 21:600 aangegrepen om die van diverse kanten te bekijken. Daarvoor moest ik zoveel mogelijk betrokkenen te spreken zien te krijgen. Dat kost heel veel tijd en puzzel- en structureerwerk, maar ook dat is gelukt. Een dezer dagen, of komende zaterdag, dat is nog niet helemaal zeker, komt het in de krant en op deze website. Met een ere wie ere toekomt en een redelijk geslaagde poging om boven water te halen waar het goed en mis ging.

Nu al die stukken uit de pen zijn is het tijd voor rust en kalmte. Dat vind ik onder meer in mijn achtertuintje van een paar vierkante meter. Al hoe klein het ook is, er staan wel zes bomen in. Het zijn leibomen, drie appels en drie peren, die een perfect groen gordijn vormen, koelte brengen en nog vruchten opleveren bovendien. Vooral de appels dragen rijk dit jaar. De peren daarentegen staan veel dikker in het blad. In totaal tel ik maar een stuk of vijf peertjes. Voor de appeloogst heb ik al kratjes van zolder gehaald. Ze worden straks gevuld met vele tientallen vruchten. Pluktijd: oktober, staat op het label. Nu zitten de steeltjes nog goed vast en onderwijl groeien de appels met al die zonneschijn en af en toe wat water dik en blozend. Sappig en goed van smaak, belooft het label. En ze zijn goed voor de moes. Zelfbestuivend, het kan niet op. De peren zijn Conference handperen. Ze bloeiden uitbundig, maar dit jaar is geen goed perenjaar. Wel wordt het smakelijk appels eten en appeltaart en appelmoes. Iedere appel smaakt bomig, wil het gezegde ons doen geloven. We gaan het beleven. En wat de peren betreft? Als de peer rijp is, valt zij. Appels met peren vergelijken, het kan prima!

Jeanet de Jong
 

zaterdag 22 januari 2022

Column - Om te lachen

Waar we het deze zaterdag over gaan hebben? Over het wat flauwe ‘stille protest’ dat een stel Nesser horecabazen op touw heeft gezet, drie dagen voordat alles hoogstwaarschijnlijk weer open mag? Over De Zwijgende Meerderheid, de mensen die zich aan de regels houden en die de zorgmedewerkers, huisartsen, burgemeesters, journalisten, politieagenten, brandweermensen, ambulancemedewerkers, wetenschappers, politici, uitvaartmedewerkers en alle mensen van de GGD die proberen de soms onmogelijke opdracht van de overheid zo goed mogelijk uit te voeren een hart onder de riem willen steken?

Nee, want er drong zich een ander onderwerp op. TVOH. De studio in Halfweg lijkt ver weg, maar wat zich daar heeft afgespeeld is van alle locaties, van elke stad, van elk dorp en van elk eiland. Ook van Ameland. Bijna alle vrouwen hebben op de een of andere manier een ervaring die past in het vakje ‘ongewenste intimiteit’. Misschien wel alle. Lang niet altijd leidt dit tot vernielde levens, maar altijd, echt altijd, blijft er een nare herinnering aan die ervaring kleven.

Ik zal jullie hier vertellen over een ervaring op het eiland, tijdens een gezellig feest, waarbij veel mensen zich verkleden, waar wordt gezongen en gedanst. Kortom een vrolijke boel, waar zowat iedereen op het eiland aan meedoet. Het meisje in kwestie is een tiener met ontluikende borstjes. De geschiedenis speelt meer dan 50 jaar geleden. Het feest is in wat ‘De Salon’ werd genoemd, er is accordeonmuziek met zingende meiden en vrouwen. Dan komt een groep gemaskerde mannen binnen; maskers horen bij dit feest. Ze spelen voor kannibaal en hebben een grote kookpot op wieltjes bij zich. Daar moeten meisjes in worden ‘gekookt’, als onderdeel van het hele spel. Hartstikke leuk en het is het allerleukst als je wordt uitgekozen voor de kookpot. Met een hoop kabaal en dansen om de pot is het hilariteit alom. Het meisje wordt in en uit de pot getild door de gemaskerde mannen en dat is het moment van de vervelende herinnering. Een van de mannen, ze waren toen eind 20ers, begin 30ers, vindt dat een geschikt moment om in de borstjes van het meisje te knijpen, om even van de gelegenheid gebruik te maken en te voelen. Een viezigheidje vermomd als grapje. Het meisje lacht niet, maar begint om zich heen te slaan om duidelijk te maken dat ze niet meer wil. Ze wil eigenlijk wel, het is juist een eer om uitverkoren te worden voor een act als dit. Maar ze wil niet zó. Haar vader ziet de worsteling en begrijpt meteen de situatie. Het resulteert in een korte knokpartij tussen de vader en de gemaskerde kannibaal en knokken hoort helemaal niet bij dit feest en bederft de feestvreugde.
Dat meisje was ik en die vader was mijn pappe, mijn held. En die kannibaal? Hij was gemaskerd en zag zijn kans schoon, maar ik denk bijna zeker te weten wie het was. Meer dan 50 jaar al is dit een nare herinnering, die jarenlang uit mijn geheugen was verdwenen. Zo heel af en toe plopt hij op, zoals nu.

Afgelopen dagen sprak ik met verschillende mensen over dergelijke ervaringen en ik kon niet bedenken wat ik zelf op dat gebied had meegemaakt. Tot dit akkefietje van meer dan een halve eeuw geleden zich in mijn actieve geheugen drong. Man met masker: het had niet gehoeven, het had niet gemoeten. Je had me ook een leuke ervaring kunnen laten beleven, met louter zang en dans, wat geschreeuw en primitief gedoe. Om nog heel erg vaak om te lachen.

Jeanet de Jong

maandag 2 juni 2025

Column - Tigerstelling

Zaterdag 31 mei ging ik met nog vier in bunkers geïnteresseerden naar Terschelling. De hele maand mei en een stukje van juni staat 80 jaar bevrijding in de spotlight. Op Ameland is in het Maritiem Museum speciaal daarover een tentoonstelling ingericht, is er een fietsroute langs panelen die over de oorlog en de bevrijding vertelt, is het Bunkermuseum open en zijn er op zaterdag 7 juni nog verhalen te horen van Peter van Noort en Bastiaan Kobes van Ameland Vertel!

Het clubje van vijf bestond uit vrijwilligers van de Bunkerdag. Op Terschelling ligt vlakbij West de Tigerstelling, een complex van wel honderd bunkers in de duinen en het bos. Terschellinger vrijwilligers, verenigd in een stichting, hebben heel veel moeite gedaan bunkers uit te graven en open te stellen. Een van hun laatste wapenfeiten is het opknappen van de oude Duitse kantine. Ze hebben er een ontmoetingsruimte met museumfunctie van gemaakt. Dat Infocentrum werd afgelopen zaterdag geopend. Het werd een mooi uitstapje, waarin we het Wad van verschillende hoeken konden aanschouwen. We zaten op vier verschillende boten en in totaal drie uur en een kwartier op de Waddenzee, waarvan twee uur op de langzame boot naar Terschelling en drie keer op een snelboot. Varen over de Waddenzee is nooit een straf, ook niet als het meer dan drie uren duurt.

Op Terschelling werden we verwelkomd met een heerlijke lunch en daarna diverse sprekers. Mooi was de verbazing en hartelijkheid van Roel Cazemier, die ons met uitgestoken hand tegemoet kwam: “Ha, buren!” Roel was jarenlang burgemeester van Ameland en zit nu als tussenpaus op Terschelling.
Commissaris van de Koning Arno Brok was er en politicoloog Rob de Wijk. “Er broeit wat”, zei Rob, “dat was 90 jaar geleden ook. Je merkt het overal, er gist wat in Europa.” Arno Brok zei het zo: “Dit museum is meer dan een slechtweervoorziening. Het gaat over bezinning, leren. Dit is niet alleen een monument van beton, maar ook een symbool van vrijheid. Vrede is niet vanzelfsprekend.”

Elf jaar geleden werd op dezelfde plek een grote bunker geopend. Die was toen als een van de eerste grote projecten uitgegraven en ingericht. Het is elf jaar geleden dat ik daar ook was, toen met zus Greetje. Zij was ook vrijwilliger bij de Amelander Musea. Het is elf jaar geleden dat we geschifte mosterdsoep kregen; foutje van het restaurant aan de haven. Hoe kan het toch dat je sommige dingen nooit vergeet, hoe schijnbaar onbetekenend ook? De groentesoep die we zaterdag kregen was pico bello in orde. Mosterdsoep eten we thuis wel weer. Met mosterd van de molen waar Greetje toen molenaar was.


Bekijk via deze link het programma 80 jaar Bevrijding op Ameland.

Beluister hier de podcasts De Wadden, een andere oorlog. Op 3 juni komt de aflevering over Ameland online.


Jeanet de Jong


Tik Column in bij 'Zoeken in dit blog' of klik op Label 'column' onder dit bericht om meer columns te lezen.